RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Breda parketnummer : 02-288025-24 raadkamernummer : 24-009466 datum : 20 december 2024 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. P.A. Groenhuis, advocaat te Breda (Michiel de Ruyterstraat 2, 4819 AD Breda), hierna te noemen: klager. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 3 april 2024 ter griffie van deze rechtbank; de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 7 maart 2024 onder klager in beslag is genomen een personenauto, merk Audi R8 Spyder, (hierna: de Audi); de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 18 april 2024; het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 20 augustus 2024; het aanvullende standpunt van het Openbaar Ministerie van 24 oktober 2024; het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 29 oktober 2024; de beslissing van het Openbaar Ministerie tot teruggave van de Audi aan klager van 18 november 2024 en de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Op 10 december 2024 is het onderzoek door de raadkamer voortgezet. Hierbij is de officier van justitie mr. M.E.W.G. Stals gehoord. Klager en mr. P.A. Groenhuis zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift in raadkamer verschenen. Op 24 augustus 2024 is de behandeling van onderhavig klaagschrift aangehouden om klager in de gelegenheid te stellen om een aantal stukken omtrent de procedure(s) in Duitsland en de waarde van de onderdelen van de in beslag genomen Audi te verstrekken aan de rechtbank en de officier van justitie. Op 24 oktober 2024 heeft het Openbaar Ministerie zich naar aanleiding van de door klager verstrekte stukken aanvullend op het standpunt gesteld dat - gelet op de waarde van de Audi – deze bij hoge uitzondering na demontage teruggegeven kan worden aan klager. Op 29 oktober 2024 is de behandeling van onderhavig klaagschrift opnieuw aangehouden om klager in de gelegenheid te stellen de Audi op te halen en te laten demonteren. Wanneer dit is gebeurd, kan bij de volgende behandeling in raadkamer beoordeeld worden of er nog een strafvorderlijk belang is bij het voortduren van het beslag op het voertuig. Op 18 november 2024 heeft het Openbaar Ministerie schriftelijk kenbaar gemaakt dat er is besloten tot teruggave van de Audi aan klager. De officier van justitie heeft in raadkamer van 10 december 2024 bevestigd dat de Audi zonder de chassisbalk teruggegeven wordt aan klager. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend. Uit de onderliggende stukken en de nadere toelichting van de officier van justitie in raadkamer begrijpt de rechtbank dat er op 18 november 2024 door het Openbaar Ministerie is beslist tot teruggave van de Audi aan klager en dat de opdracht hiertoe is uitgezet bij Domeinen Roerende zaken voor de feitelijke afhandeling. Nu er reeds een last tot teruggave is gegeven, heeft klager geen belang meer en zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag. 3De beslissing De rechtbank: - verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag. Deze beslissing is genomen door mr. J.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 december 2024. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.