← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:9464

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Breda raadkamernummer : 24-016456 datum : 10 december 2024 Beslissing op de vordering van de officier van justitie ex artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering er toe strekkende dat het in beslag genomen voorwerp, toebehorende aan: [belanghebbende] , geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] , wonende op het [adres] , door de rechtbank onttrokken aan het verkeer wordt verklaard. Procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), waaruit blijkt dat op 10 januari 2024 onder [belanghebbende] in beslag is genomen: een personenauto van het merk Volkswagen, type Golf C1 53 Kw K, kleur blauw en voorzien van het [kenteken] ; de vordering van de officier van justitie ex artikel 552f Sv, ingediend op 28 juni 2024 ter griffie van deze rechtbank; het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 23 april 2024; de beschikking van 25 juni 2024; de beschikking (heropening onderzoek) van 17 september 2024; de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. De vordering is behandeld in raadkamer op 10 december

  1. Gehoord is de officier van justitie mr. M.E.W.G. Stals. Op 24 september 2024 heeft belanghebbende schriftelijk aan de rechtbank te kennen gegeven dat hij met de verkoper van de in beslag genomen personenauto een overeenstemming heeft bereikt over een te ontvangen schadevergoeding en daardoor afziet van een procedure voor financiële compensatie door de Staat. Bevoegdheid De rechtbank is bevoegd tot het nemen van een beslissing als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onder 4, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), aangezien de zaak bij deze rechtbank had kunnen worden vervolgd. Ontvankelijkheid De rechtbank stelt vast dat zij bij beschikking van 25 juni 2024 heeft geconstateerd dat belanghebbende de op 10 januari 2024 in beslag genomen personenauto te goeder trouw en op eerlijke wijze heeft verkregen. Het Openbaar Ministerie heeft te kennen gegeven belanghebbende gelet hierop niet strafrechtelijk te vervolgen. Artikel 36b, vierde lid, Sr biedt de officier van justitie de mogelijkheid een “losse” vordering tot onttrekking aan het verkeer in te dienen. De wijze waarop deze vordering ingediend en behandeld behoort te worden is geregeld in artikel 552f Sv. De officier van justitie is daarom ontvankelijk in de vordering tot onttrekking aan het verkeer. Beoordeling van de vordering De vordering strekt tot onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen personenauto. Op grond van de kennisgeving van inbeslagneming en de behandeling in raadkamer is voldoende vast komen te staan dat de in beslag genomen personenauto toebehoort aan belanghebbende. Blijkens artikel 36c onder 2 Sr zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer alle voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan en die van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De rechtbank heeft reeds op 25 juni 2024 vastgesteld dat het motorblok van de inbeslaggenomen personenauto van diefstal afkomstig is. Dat motorblok is op een zodanige manier met de personenauto verbonden dat dit niet eenvoudig of tegen geringe kosten te demonteren is. Daarbij komt dat de mogelijkheid bestaat dat ook andere onderdelen van de personenauto van diefstal afkomstig kunnen zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat het ongecontroleerde bezit van de personenauto in strijd is met de wet en met het algemeen belang. Zij acht de personenauto derhalve vatbaar voor onttrekking aan het verkeer en de vordering toewijsbaar. Beslissing De rechtbank: - wijst toe de vordering van de officier van justitie; - verklaart onttrokken aan het verkeer: de in beslag genomen personenauto van het merk Volkswagen, type Golf C1, voorzien van het [kenteken] . Deze beslissing is genomen door mr J.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 december
  2. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.