← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:9537

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer : 11299197 \ MB VERZ 24-1524 CJIB-nummer : 4062 5422 5886 5929 uitspraakdatum : 16 december 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 16 december

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 20 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom motorvoertuig (geen vrachtauto, autobus of mvt. met ahw. (cat. 2)) op de Ringbaan-Noord te Tilburg op 23 juni 2023 om 08:36 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de officier van justitie het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. De verbalisant geeft aan dat hij het voertuig gemeten heeft inkomend vanuit de richting Hasseltrotonde, en dat de verbalisant zelf ter hoogte van de Leenbakker stond. De verbalisant geeft vervolgens aan dat de pleeglocatie 306 meter vanaf de kruising bij de Leenbakker richting de Hasseltrotonde gelegen moet zijn. Dat zou betekenen dat de verbalisant het voertuig gemeten heeft nog voorbij het stoplicht ter hoogte van de Euromaster te Tilburg. De omstandigheden komen de betrouwbaarheid van de meting niet ten goede. In zulke maten dat de meting niet ten grondslag gelegd kan worden aan de administratieve sanctie. Gemachtigde stelt dat er sprake is van schending van de hoorplicht en inzageplicht. Gemachtigde verzoekt om toekenning van de wettelijke dwangsom omdat de officier van justitie niet tijdig heeft beslist. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Dat er een groep zaken is waarin de hoorplicht na 1 oktober 2023 is geschonden, geeft geen aanleiding tot matiging van het sanctiebedrag in deze zaak. In deze zaak is namelijk vóór 1 oktober 2023 op het administratief beroep beslist, zodat in deze zaak niet kan worden geoordeeld dat de structurele schending van de hoorplicht in zaken met een professioneel gemachtigde, zoals vastgesteld in het arrest van het hof van 17 augustus 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:6930), voortduurt na 1 oktober 2023, de datum waarop volgens het openbaar ministerie in zaken met een professionele gemachtigde weer zou worden gehoord. Dit kan anders zijn in zaken waarin de hoorplicht wel na 1 oktober 2023 is geschonden. In de zaak op zitting vandaag is na 1 oktober 2023 beslist, maar de motivering over hoge instroom van beroepschriften is slechts gebruikt in een (beperkte) batch zaken. Dus geen sprake van structurele schending hoorplicht, maar van een eenmalige maatregel om ervoor te zorgen dat daarna wel tijdig kon worden gehoord in alle gevallen. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal de exacte meetafstand van betrokkene tot verbalisant aangegeven. Met betrekking tot de meetafstand geldt dat een laserapparaat geen meetresultaat afgeeft wanneer de afstand tot het te meten voertuig te groot of te klein is om tot een juiste meting te kunnen komen. De gedraging kan dus voldoende worden vastgesteld. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De kantonrechter refereert zich aan het standpunt van de officier van justitie. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 16 december
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.