← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:9644

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer.: 11187233 \ MB VERZ 24-844 CJIB-nummer: 5062 5422 5600 4417 uitspraakdatum: 5 december 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 5 december

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op een parkeergelegenheid met een ander doel dan aangegeven wijze op de Willebroekstraat te Breda op 18 februari 2023 om 10:08 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene kon geen contact maken met de accu en zijn auto. Op dat moment stond de auto van betrokkene geparkeerd op een parkeerplaats bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen omdat hij daar de hele nacht had opgeladen. Betrokkene is naar zijn huis toe gelopen om startkabels en een auto te halen, om zo de situatie snel en gemakkelijk op te lossen. Betrokkene is van mening dat hij adequaat en goed gehandeld heeft met de mogelijkheden die betrokkene had. Betrokkene heeft een factuur van Vattenfall, met daarop de laadsessies, meegezonden met het beroepschrift om hiermee aan te tonen dat betrokkene daadwerkelijk zijn auto aan het opladen was die dag. Daarnaast heeft betrokkene een uitdraai van zijn telefoon toegevoegd wat de door hem geschetste tijdlijn onderbouwt. Ter zitting heeft betrokkene herhaald wat in het beroepschrift is aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gelet op de stukken in het dossier kan de gedraging vastgesteld worden. Betrokkene voert aan dat zijn voertuig niet meer kon rijden maar heeft dit niet met stukken onderbouwd. De zittingsvertegenwoordiger geeft betrokkene het voordeel van de twijfel gelet op de onderbouwing van betrokkene. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete te matigen tot nihil. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet betwist door betrokkene. De boete is in zoverre dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat voldoende aannemelijk is dat betrokkene geen andere keus had dan zijn voertuig te laten staan en hulpmiddelen te halen om zijn voertuig alsnog te starten. De boete zal worden gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december
  2. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.