RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11329855 \ VV EXPL 24-63 Vonnis van 5 december 2024 in de zaak van [eiser] B.V., te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. R.H.U. Keizer, tegen [gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf], te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
- [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). 2.
- De vordering bij dagvaarding komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd tot € 20.000,
- [eiser] heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling een akte eisvermeerdering en inbrengen productie toegestuurd, maar deze is wegens de verstekverlening niet toegelaten. [eiser] heeft de betreffende akte immers niet bij exploot aan [gedaagde] kenbaar gemaakt overeenkomstig artikel 130 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 2.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 115,84 - griffierecht € 524,00 - salaris gemachtigde € 339,00 (1 punt × € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.113,84 2.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde (zijnde het onroerend goed staande en gelegen aan [adres] te [plaats]) binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met de zijnen en het zijne en aan [eiser] ter vrije beschikking te stellen onder afgifte van alle sleutels van het gehuurde, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft, zulks tot een maximum van € 20.000,00, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.159,57 aan achterstallige huur en stroomgebruik over de periode 26 juni 2024 tot en met oktober 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de respectievelijke vervaldata van elke huurtermijn zoals die op de facturen vermeld staat, tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.936,00 voor elke maand dat [gedaagde] het gehuurde onder zich houdt na de ontruimingsdatum, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 682,98 ter compensatie van buitengerechtelijke kosten, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.113,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.