RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/141891-23 rk-nummer: 24-000099 Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv van: [verzoeker] geboren op [datum] 2006 te [plaats]woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.A.H. van Huijgevoort, Tivolistraat 30 5017 HP Tilburg 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het op 29 december 2023 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 548,31, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; de correspondentie omtrent het intrekken van een klaagschrift ex artikel 552a Sv; de schriftelijke reactie van de officier van justitie; de overige stukken in het raadkamerdossier. De officier van justitie heeft zich in de schriftelijke reactie op het standpunt gesteld dat het verzoek geheel kan worden toegewezen. De rechtbank heeft voorafgaand aan de behandeling vastgesteld dat er een geen verschil bestaat tussen het standpunt van verzoeker in het verzoekschrift en de reactie van de officier van justitie. Hierover is contact opgenomen met de advocaat en de officier van justitie. Verzoeker en officier van justitie hebben ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift, waarbij verzoeker en de advocaat niet in raadkamer hoeven te verschijnen. Op 24 september 2024 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie mr. J.J. Peerboom aanwezig. Verzoeker en de advocaat zijn hierbij niet verschenen. 2De beoordeling De zaak is geëindigd door intrekking van het klaagschrift nadat het in beslag genomen goed was teruggegeven. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat het klaagschrift in behandeling was bij de rechtbank. Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd. De Hoge Raad heeft op 16 juni 2020 geoordeeld dat op grond van artikel 530 Sv ook vergoeding gevraagd kan worden van de rechtsbijstandskosten gemaakt in een klaagschriftprocedure. Volgens artikel 534, eerste en vierde lid, Sv wordt een schadevergoeding toegekend als, en voor zover, de rechtbank dat billijk vindt. De rechtbank houdt daarbij rekening met alle omstandigheden. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 548,31 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend. 3De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 888,31, bestaande uit: - € 548,31 aan kosten van rechtsbijstand; - € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; wijst het verzoek voor het overige af; bepaalt dat een bedrag van € 888,31 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Woodrow Van de Kerkhof, onder vermelding van “20231051”. Deze beslissing is op 8 oktober 2024 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 8 oktober 2024. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch. ECLI:NL:HR:2020:1056
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.