← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:9671

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/187356-22 rk-nummers: 24-011840, 24-011841 Beslissing op de verzoeken ex artikelen 533 en 530 Sv van: [verzoeker] geboren op [datum] 1950 te [plaats] wonende te [adres] 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:  het op 8 mei 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 520,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en/of voorlopige hechtenis; € 900,00, voor vergoeding van vermogensschade;  het op 8 mei 2024 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 156,00, voor kosten rechtsbijstand; € 67,00, voor vergoeding van reiskosten; het vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 april 2024 waarbij verzoeker is vrijgesproken; de schriftelijke reactie van de officier van justitie; de overige stukken in het raadkamerdossier. Het verzoek is behandeld op 24 september

  1. Hierbij zijn de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en verzoeker gehoord. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij als gevolg van de ondergane inverzekeringstelling en/of voorlopige hechtenis een week niet heeft kunnen werken, maar hij het aantal uren aan vermogensschade wegens het gebrek aan onderbouwing heeft beperkt tot 20 uren. Ten aanzien van de gemaakte kosten rechtsbijstand is het van belang dat de eigen bijdrage voor toevoeging Raad voor de Rechtsbijstand daadwerkelijke kosten zijn geweest ten aanzien van het voeren van zijn verdediging. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift geheel kan worden toegewezen. 2De beoordeling De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd. Op grond van artikel 533 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld. Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd. Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen. De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de dagen die hij onterecht in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Verzoeker heeft 4 dagen in verzekering doorgebracht op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau. De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van € 520,
  2. Over de verzochte kosten voor de vermogensschade is de rechtbank van oordeel dat sprake is van vermogensschade die op grond van artikel 533 Sv vergoed kan worden. De rechtbank is van oordeel dat toewijzing van deze kosten billijk is. Zij wijst het verzoek tot toewijzing van deze vermogensschade ter hoogte van € 900,00 toe. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 156,00 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. De rechtbank overweegt dat enkel de reiskosten voor het bijwonen van de zitting (80 kilometer á € 0,28 per kilometer) onder de reikwijdte van artikel 530 Sv vallen. De rechtbank zal hiervoor naar billijkheid een bedrag van € 22,4‬0 toewijzen. Voor de overige reiskosten zal de rechtbank het verzoek afwijzen. 3De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv toe tot een bedrag van € 1.420,00, bestaande uit: - € 520,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en/of voorlopige hechtenis; - € 900,00, voor vergoeding van vermogensschade; wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 178,4‬0, bestaande uit: - € 156,00, voor kosten rechtsbijstand; - € 22,4‬0, voor vergoeding van reiskosten wijst de verzoeken voor het overige af; bepaalt dat een bedrag van € 1.598,4‬0 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van [verzoeker] onder vermelding van “[verzoeker] 24-011840, 24-011841”. Deze beslissing is op 8 oktober 2024 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 8 oktober
  3. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.