Rechtbank Zeeland-West-Brabant – ECLI:NL:RBZWB:2025:2766
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/3432 uitspraak van de meervoudige kamer van 8 mei 2025 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. N. Lubach), en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal (het college), verweerder (gemachtigde: mr. S.E.A. Groeneveld).
Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de door het college toegekende vergoeding in verband met meerkosten die zij heeft gemaakt ten gevolge van de coronapandemie.
1.1.
Met het primaire besluit van 15 augustus 2023 heeft het college voor het jaar 2022 een vergoeding van € 41.053,00 verstrekt aan eiseres. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
Met het bestreden besluit van 19 februari 2024 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.3.
De rechtbank heeft beroep op 1 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. Namens het college waren ook aanwezig mr. M. Claessens en [naam].
Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of het college de aan eiseres verstrekte vergoeding op de juiste wijze heeft vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Wettelijk kader 4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Feiten en omstandigheden 5. Tijdens de coronapandemie waren er diverse door het kabinet opgelegde maatregelen en RIVM-richtlijnen van kracht. Het naleven hiervan heeft voor zorgaanbieders voor grote kostenposten gezorgd, onder meer bij het leveren van zorg die door gemeenten is toegekend op grond van de Wmo. Om de continuïteit van de zorg te waarborgen en zorgaanbieders (meer) financiële zekerheid te bieden, hebben het Rijk en de VNG afgesproken dat gemeenten voor de door zorgaanbieders gemaakte meerkosten worden gecompenseerd door ophoging van bestaande uitkeringen in het Gemeentefonds. Het was een taak en verantwoordelijkheid van de gemeenten zelf om tot daadwerkelijke afhandeling over te gaan van de meerkosten. De gemeenten Bergen op Zoom, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert zijn een samenwerking aangegaan om de meerkosten voor de Wmo en de Jeugdwet gezamenlijk te regelen. De gemeente Roosendaal is aangewezen om aanvragen te behandelen.
Beroepsgronden 10. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit aangevoerd dat de betaling van de gemaakte meerkosten door het college ten onrechte in de subsidiesfeer is gebracht. De vergoeding van de meerkosten moet beschouwd worden als een betaling vanwege geleverde diensten op grond van de geldende overeenkomsten met de gemeenten. Verder stelt eiseres dat het college ten onrechte de periode op basis waarvan de meerkosten worden vergoed heeft beperkt tot 31 maart 2022. Daarbij is volgens eiseres ook in strijd met het vertrouwensbeginsel gehandeld. Tot slot heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat de toepassing van een subsidieplafond in dit geval onevenredig is.
Oordeel van de rechtbank 11. De rechtbank stelt allereerst vast dat het bestreden besluit en het daarin genoemde bedrag aan meerkosten dat volgens het college voor vergoeding in aanmerking komt niet alleen ziet op de gemeente Roosendaal, maar op zes van de negen samenwerkende gemeenten. Uit het bestreden besluit blijkt echter dat de uitvoering van de Nadere Regel op een onjuiste juridische grondslag is gedelegeerd aan de gemeente Roosendaal door de overige gemeenten. Ter zitting is gesteld dat de overige gemeenten de besluitvorming (nog) niet hebben bekrachtigd. Dat betekent dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen en de onbevoegdheid ook niet is hersteld voor zover het college daarin ook heeft beslist voor de andere vijf gemeenten. De rechtbank zal het bestreden besluit daarom in zoverre vernietigen.
Kwalificatie van de vergoeding 13. De rechtbank stelt vast dat de regeling van de meerkostenvergoeding onder meer gebaseerd is op de Algemene subsidieverordening van de gemeente Roosendaal. Uit artikel 2, eerste lid, onder h, van die verordening blijkt dat deze ook van toepassing is op sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening. Uit het tweede lid van dit artikel volgt dat het college nadere regels kan stellen waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen, de verdeling, vermogensvorming, subsidieplafonds en indieningstermijn van de subsidie worden omschreven. Het college heeft daarvoor de Nadere Regel vastgesteld.
Artikel 4:21 van de Awb hanteert een materieel subsidiebegrip. Dit betekent dat iedere aanspraak op financiële middelen die voldoet aan de elementen van die begripsomschrijving, in juridische zin een subsidie is en onder de reikwijdte van titel 4.2 van de Awb valt. Voor de toepasselijkheid van die titel is de gekozen benaming of vormgeving van de regeling dan ook niet van belang. Om te bepalen of er sprake is van een subsidie, zal er moeten zijn voldaan aan vier vereisten, namelijk: (1) aanspraak op financiële middelen, (2) door een bestuursorgaan verstrekt, (3) met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager en (4) die aanspraak mag geen betaling zijn voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
De periode van toekenning van de subsidie 16. Eiseres heeft alleen verzocht om vergoeding van personele kosten en extra inzet van eigen personeel. Volgens eiseres vloeien deze meerkosten voort uit het isolatieadvies dat het hele jaar 2022 gold bij besmetting met het coronavirus.
Uit de LCI-richtlijnen blijkt dat het isolatieadvies voor zorgmedewerkers na een positieve coronatest het gehele jaar 2022 gold. Volgens het college blijkt uit de Tijdlijn van coronamaatregelen 2022 dat er vanaf 15 maart 2022 sprake was van versoepelingen van maatregelen. Het college wijst ook op het advies van de VNG van 22 maart 2022 om vanwege minder dwingende RIVM-maatregelen vanaf 15 maart 2022 volgens voornoemde Tijdlijn meerkosten niet meer te vergoeden. Deze Tijdlijn ziet echter op coronamaatregelen in brede zin in de maatschappij. Uit het door eiseres overgelegde nieuwsbericht van de Rijksoverheid van eveneens 15 maart 2022 blijkt echter dat een aantal adviezen ook nadien bleef gelden, waaronder het advies om na een positieve test vijf dagen in isolatie te gaan. Niet betwist is dat de meerkosten van eiseres voortvloeien uit het opvolgen van het isolatieadvies, zoals dat ook in de LCI-richtlijn stond. De rechtbank stelt dan ook vast dat de door eiseres gemaakte meerkosten voor personele kosten en extra inzet van eigen personeel het gevolg zijn van de RIVM-richtlijnen die het gehele jaar 2022 golden. Deze komen gelet op het bepaalde in de Uitwerking en de Nadere Regel dan ook voor vergoeding in aanmerking. Het bestreden besluit kan op dit punt daarom niet in stand blijven.
Conclusie en gevolgen 20. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Het college dient een nieuwe besluit te nemen op dat deel dat hem aangaat. Dit betreft de door eiseres gemaakte meerkosten ter hoogte van € 1.527,00. Daarbij moet betrokken worden wat er van dit bedrag al vergoed is in de aan eiseres verstrekte meerkostenvergoeding van € 41.053,00. Eiseres moet medewerking verlenen om daarin inzicht te verschaffen.
Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen; draagt het college op het betaalde griffierecht van € 371,00 aan eiseres te vergoeden; veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,00 aan proceskosten van eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzitter, en mr. R.J.H. van der Linden en mr. J.E.C. Vriends, leden, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 8 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Bijlage: wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:21 1. Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
Artikel 4:23 1. Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt.
Artikel 4:27 1. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld.
Algemene subsidieverordening Roosendaal Artikel 1 In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: c. eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de subsidieaanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken.
Artikel 2 1. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, is deze verordening van toepassing op de volgende beleidsterreinen: h. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening 2. Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen, de verdeling, vermogensvorming, subsidieplafonds en indieningstermijn van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven.
Artikel 3 1. Het college besluit over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Artikel 4 1. Het college kan subsidieplafonds vaststellen.
Nadere regel meerkosten Covid-19 Jeugdwet en WMO 2021-2022 Artikel 1. Beleidsdoel Het vergoeden van de meerkosten voor zorgorganisaties en professionals, werkzaam binnen het gebied van een van de deelnemende gemeenten, welke meerkosten direct voortkomen uit het volgen van de richtlijnen van het RIVM als gevolg van de coronacrisis vallende onder de Jeugdwet en de WMO.
Artikel 2. Subsidiabele activiteiten De meerkosten, niet zijnde omzetderving, zoals genoemd onder artikel 1, gemaakt in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, die aantoonbaar, proportioneel, doelmatig en exclusief zijn.
Artikel 6. Bepaling subsidiehoogte 1. De hoogte van de subsidie is overeenkomstig de hoogte van de aanvraag echter nooit hoger dan het subsidieplafond.
Artikel 7. Volgorde kosten die voor subsidie in aanmerking komen 2. Het college zal de subsidie voor meerkosten WMO verstrekken op vaste, limitatieve, volgorde zoals hieronder beschreven: a. Beschermingsmiddelen, inclusief de kosten voor zelftesten voor zorgpersoneel en vaccinatiekosten; b. Personele kosten; c. Huur locaties; d. Extra vervoerskosten; e. Extra inzet eigen personeel; f. Quarantaine opvang; g. Alternatieve zorgverlening; h. Arbo kosten; i. Overige meerkosten.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
Wet maatschappelijk ondersteuning.
Verenging van Nederlandse Gemeenten.
Gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert.
De Overeenkomst Maatwerkvoorziening begeleiding 2017, zorg in natura en het Addendum 2022..
Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 30.
Subsidies worden in de praktijk ook wel aangeduid als bijdrage, uitkering of financiering.
Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding.