RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11320535 \ CV EXPL 24-4840 Vonnis van 7 mei 2025 in de zaak van [eiseres] , te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. C.H.A. van de Wiel, tegen 1 [gedaagde 1] , te [plaats 1] , gedaagde sub 1, gemachtigde: Stichting Rechtsbijstand ZLM,hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
- [gedaagde 2] B.V., te [plaats 2] , gedaagde sub 2, procederend in persoon, hierna te noemen: [gedaagde 2] B.V. 1De zaak in het kort Aan het dak van [eiseres] is schade ontstaan die [gedaagde 2] heeft veroorzaakt. [eiseres] vordert materiële en immateriële schadevergoeding van zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] . [eiseres] en [gedaagde 1] hebben in onderling overleg een regeling getroffen, zodat de kantonrechter over de vordering tegen [gedaagde 1] niet meer hoeft te beslissen. Ten aanzien van de vordering tegen [gedaagde 2] zal de kantonrechter de (verminderde) vordering toewijzen. 2De procedure 2.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de brief van 23 oktober 2024 van de griffier van de rechtbank aan [gedaagde 2] ; - het tussenvonnis van 4 december 2024 in de procedure tegen [gedaagde 1] ; - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, inhoudende een tussen [eiseres] en [gedaagde 1] ondertekende vaststellingsovereenkomst. 2.
- Daarna is vonnis bepaald in de zaak tegen [gedaagde 2] . 3De feiten 3.
- [eiseres] en [gedaagde 1] zijn buren. Op enig moment heeft [gedaagde 1] [gedaagde 2] ingeschakeld voor het verrichten van (ver)bouwwerkzaamheden aan zijn woning. 3.
- Op 1 maart 2024 heeft [gedaagde 2] schade veroorzaakt aan het dak van [eiseres] . Bij de werkzaamheden heeft [gedaagde 2] zonder toestemming een deel van het dak van [eiseres] weggezaagd/geslepen en heeft hij stenen in de aanbouw van [eiseres] gemetseld. Op 2 maart 2024 heeft [eiseres] de schade geconstateerd. 3.
- Bij brief van 4 maart 2024 heeft [eiseres] [gedaagde 2] aansprakelijk gesteld voor de schade aan haar woning en de eventuele gevolgschade. 3.
- Bij brief van 5 maart 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde 1] als opdrachtgever aansprakelijk gesteld voor de schade die [gedaagde 2] heeft aangericht. 3.
- De schade aan het dak is in juli 2024 hersteld. 4De vordering 4.
- [eiseres] vordert - samengevat - na vermindering van eis, [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.100,01 aan schadevergoeding ter zake gemaakte kosten voor rechtsbijstand en een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding, met veroordeling in de proceskosten. 5De beoordeling 5.
- [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aansprakelijk zijn voor de geleden schade; [gedaagde 1] als opdrachtgever en [gedaagde 2] als veroorzaker op grond van een onrechtmatige daad. [eiseres] stelt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gehouden zijn de schade te vergoeden die zij als gevolg van het onrechtmatig handelen heeft geleden, zijnde de kosten voor noodzakelijke rechtshulp. Daarnaast stelt [eiseres] immateriële schade te hebben geleden. 5.
- Nadat [gedaagde 2] in rechte is verschenen, is aan hem desgevraagd uitstel verleend om op de dagvaarding te antwoorden, maar dat heeft [gedaagde 2] op de daartoe bepaalde zitting van 23 oktober 2024 niet gedaan. Bij brief van 23 oktober 2024 heeft de griffier van de rechtbank bericht dat de kantonrechter de zaak tussen [eiseres] en [gedaagde 1] verder zal behandelen en dat het vonnis aan [gedaagde 2] zal worden toegezonden. 5.
- [gedaagde 1] heeft wel verweer gevoerd, om reden door de kantonrechter bij vonnis van 4 december 2024 een mondelinge behandeling is bepaald. Tijdens de mondelinge behandeling op 25 maart 2025 zijn [eiseres] en [gedaagde 1] erin geslaagd om een onderlinge regeling te treffen, tegen finale kwijting. Vanwege deze regeling heeft [eiseres] de vordering tegen [gedaagde 2] met € 500,00 verminderd. 5.
- De vordering van [eiseres] is door [gedaagde 2] niet weersproken. Nu de verminderde vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen. 5.
- [gedaagde 2] B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 276,13 - griffierecht € 248,00 - salaris gemachtigde € 339,00 (1 punt × € 339,00) - nakosten € 119,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 982,13 5.
- Omdat [eiseres] en [gedaagde 1] afspraken hebben gemaakt, zal de gevorderde hoofdelijke veroordeling (zowel ten aanzien van de hoofdvordering als ten aanzien van de proceskosten) worden afgewezen. 6De beslissing De kantonrechter 6.
- veroordeelt [gedaagde 2] B.V. tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 5.100,01 aan schadevergoeding ter zake gemaakte kosten voor rechtsbijstand en een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schadevergoeding, 6.
- veroordeelt [gedaagde 2] B.V. in de proceskosten van € 982,13, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 2] B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 6.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2025.