← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:3043

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: 11157473 \ CV EXPL 24-2074 Vonnis van 8 januari 2025 in de zaak van GRAVA B.V., te Middelburg, eisende partij, hierna te noemen: Grava, gemachtigde: mr. N.A. Koole, tegen 1 [gedaagde 1] V.O.F., te [plaats 1] ,

  1. [gedaagde 2] , H.O.D.N. [gedaagde 1], te [plaats 2] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , gemachtigde: mr. M. Harte. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 18 september 2024 met de daarin genoemde processtukken; de akte overlegging producties van Grava van 30 september 2024; de brief van Grava van 11 november 2024; de e-mail van [gedaagden] van 11 november
  3. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil en de beoordeling 2.
  5. Grava vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. gedaagden hoofdelijk (subsidiair gedaagde sub 2) te veroordelen tot betaling van € 270.581,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente; II. gedaagden hoofdelijk (subsidiair gedaagde sub 2) te veroordelen tot betaling van de huurprijs van € 15.530,36 per maand vanaf 1 juni 2024, vermeerderd met wettelijke handelsrente; III. de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden; IV. gedaagden hoofdelijk te veroordelen het gehuurde te ontruimen, met machtiging aan eiser bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming zelf te bewerken met behulp van de sterke arm van politie en justitie; V. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten 2.
  6. Grava legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagden] schiet tekort in de nakoming van haar betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst. De huurachterstand tot en met mei 2024 bedraagt € 227.585,36 inclusief btw. Daarnaast heeft [gedaagden] de verbouwingsfactuur van € 42.996,14 niet betaald. [gedaagden] verkeert in verzuim. 2.
  7. [gedaagden] voert hiertegen geen verweer. De kantonrechter zal de vordering tot betaling van de achterstallige huur van € 227.585,36 inclusief btw tot en met mei 2024 en van de verbouwingsfactuur van € 42.996,14 dan ook toewijzen. 2.
  8. De huurachterstand bedraagt meer dan 12 maanden. [gedaagden] komt de huurovereenkomst dus al lange tijd niet na. Grava vordert dan ook terecht de ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter zal deze vordering en de vordering tot ontruiming van het gehuurde toewijzen met dien verstande dat de mede gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie overbodig is. Artikel 556 lid 1 Rv schrijft al voor dat de gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. De deurwaarder behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm in te roepen. Die bevoegdheid ontleent hij rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. De gevorderde machtiging zal daarom worden afgewezen. 2.
  9. De gevorderde handelsrente zal als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen. 2.
  10. [gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Grava worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 133,00 - griffierecht € 1.409,00 - salaris gemachtigde € 204,00 (1 punt × € 204,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.881,00 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  11. ontbindt met ingang van morgen de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de bedrijfsruimtes gelegen in [gebouw] , [ruimte 1] en [gebouw] , [ruimte 2] met een totale oppervalakte van omstreeks 3400m2, gelegen op [locatie] aan [adres] [plaats 1] ; 3.
  12. veroordeelt [gedaagden] om het gehuurde binnen twee dagen na de betekening van dit vonnis met al de hunnen en het hunne te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Grava te stellen; 3.
  13. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, en wel zo dat wanneer de een betaalt, de ander zal zijn bevrijd, om aan Grava te betalen: een bedrag van € 270.581,50 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW, met ingang van 24 mei 2024, tot de dag van volledige betaling; een bedrag van € 15.530,36 inclusief btw per maand of gedeelte daarvan aan huur vanaf 1 juni 2024 tot de ontbinding van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over die bedragen vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling; de proceskosten van € 1.881,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagden] ook de kosten van betekening betalen; 3.
  14. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  15. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.