RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/6444 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen een besluit van het college. 1.
- Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser geen gronden en geen ondertekend beroepschrift heeft ingediend. Eiser heeft evenmin een kopie ingezonden van het besluit waarmee hij het niet eens is. Eiser heeft de verzuimen niet tijdig hersteld. Toetsingskader gronden, ondertekend beroepschrift en kopie besluit
- Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Tevens moet degene die het beroepschrift instelt het beroepschrift ondertekenen en een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
- Eiser heeft geen gronden en geen ondertekend beroepschrift ingediend. Hij heeft evenmin een kopie van het bestreden besluit overgelegd. De rechtbank heeft eiser eerst per gewone brief van 10 september 2024 en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 30 oktober 2024 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Eiser heeft binnen die termijnen de verzuimen niet hersteld.
- Eiser heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van G.A. Klop, griffier, op 27 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb Dit staat in artikel 6:5 van de Awb Dit staat in artikel 6:6 van de Awb