← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:3382

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer : 10956028 \ MB VERZ 24-161 CJIB-nummer : 1062 5422 5522 3127 uitspraakdatum : 28 maart 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 28 maart

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden via RDW Veendam (registercontrole) op 8 december 2022 om 17:08 uur. Betrokkene heeft in het administratief beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De bromfiets van betrokkene is al een aantal jaar kwijt. Zijn verblijfsvergunning was ingetrokken en betrokkene is dit al jaren aan het aanvechten. Betrokkene heeft nu kort weer een verblijfsvergunning, maar heeft de bromfiets sinds 2006/2008 niet meer gezien. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zekerheid op nihil te bepalen en het beroep gegrond te verklaren. Het kentekenregister is met terugwerkende kracht gewijzigd, waarna het CJIB heeft besloten deze zaak niet verder in behandeling te nemen. Overwegingen Op grond van artikel 11 Wahv moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 234,- niet betaald. De te betalen zekerheid wordt evenwel op nihil gesteld, omdat volgens het eigen beleid van het Openbaar Ministerie deze zaak had moeten worden geseponeerd. Om die reden wordt ook de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar geacht. Door de zittingsvertegenwoordiger is verzocht het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen omdat deze zaak op grond van eigen sepotbeleid voor intrekking in aanmerking had gekomen, maar die intrekking niet heeft plaats gevonden. De kantonrechter ziet aanleiding ermee rekening te houden dat deze zaak voldoet aan de voorwaarden die het CVOM heeft gesteld om een zaak te seponeren. In navolging van het verzoek wordt het beroep daarom gegrond verklaard. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd omdat deze in strijd met het eigen sepotbeleid onderwerp van geschil zijn gebleven tot op de zitting. Dit brengt mee dat het verweer van betrokkene, wat daarvan ook zij, geen bespreking meer hoeft. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart
  2. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.