RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer : 10795812 \ MB VERZ 23-1195 CJIB-nummer : 9062 5422 5974 0223 uitspraakdatum : 28 maart 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] B.V. adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 28 maart
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 14 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom motorvoertuig (geen vrachtauto, autobus of mvt. met ahw. (cat.2)) op de Ringbaan-Oost kruising Caspar Houbenstraat te Tilburg op 22 juli 2023 om 04:19 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het administratief beroep is onterecht ongegrond verklaard wegens het opsturen van de verkeerde factuur. Gemachtigde heeft geen verzoek om ontbrekende gegevens ontvangen om dit verzuim te herstellen. Gemachtigde heeft bewijsstukken aan het beroepschrift toegevoegd waaruit blijkt dat de datum, tijd en het nummerbord op de factuur overeenkomen met het moment van de vermeende gedraging. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het verzoek om proceskostenvergoeding word ingetrokken nu er geen geldige huurovereenkomst is overlegd in de fase van het administratief beroep. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gemachtigde heeft middels een geldige huurovereenkomst voldoende aangetoond dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De boete is dan ook ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Overwegingen Op grond van artikel 5 Wahv wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder. Ingevolge artikel 8 Wahv is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder ( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of ( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of ( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was. Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). Betrokkene heeft die stelling voldoende onderbouwd door een geldige lease- of huurovereenkomst te overleggen. Daarmee staat vast dat die uitzondering zich heeft voorgedaan. De boete is dan ook ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Nu gemachtigde het verzoek om proceskostenvergoeding heeft ingetrokken is er ook geen aanleiding om proceskostenvergoeding toe te kennen. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 152,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart
- Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending: