← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:3740

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11238348 \ CV EXPL 24-2532 Vonnis van 19 februari 2025 in de zaak van [eisende partij] B.V., te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , gemachtigde: W.S. Suurbier, tegen [gedaagde partij] B.V., te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna (in mannelijk enkelvoud) te noemen: [gedaagde partij] , gemachtigde: [gemachtigde] . 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 4 september 2024 met de daarin genoemde stukken. 1.
  2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 januari
  3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisende partij] een akte eiswijziging ingediend. Deze akte is toegevoegd aan het dossier. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat besproken is op de zitting. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. [eisende partij] is sinds 15 mei 2018 werkzaam onder de handelsnaam ' [eisende partij] B.V.' en staat onder die naam ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De werkzaamheden van [eisende partij] zijn gericht op het uitvoeren van schilderklussen. 2.
  6. [gedaagde partij] staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder de naam ' [gedaagde partij] B.V.' en gebruikt de naam ' [bedrijfsnaam 1] '. [gedaagde partij] betreft een onderneming op het gebied van interieur en heeft zich met name toegespitst op verf, behang, raamdecoratie, gordijnen en vloeren. 2.
  7. Partijen zijn op 13 december 2018 een samenwerking aangegaan met als doel financieel aantrekkelijke afspraken te maken over de verkoop van verf en het uitvoeren van schilderwerken. Deze samenwerking is beëindigd op 13 maart
  8. 2.
  9. Per brief van 28 november 2023 is [gedaagde partij] door [eisende partij] gesommeerd om de naam van [eisende partij] niet te gebruiken en niet langer de schijn op te wekken dat hij werkzaam is bij of geaffilieerd is met [eisende partij] . Daarnaast is [gedaagde partij] in de brief verzocht om de foto’s van zijn website te verwijderen die in opdracht van [eisende partij] van door haar afgeronde projecten zijn gemaakt. Ook is verzocht om een afkoopsom van € 20.000,00 bedoeld als schadevergoeding aan [eisende partij] te betalen. 2.
  10. Per brief van 6 december 2023 is [gedaagde partij] gesommeerd om de handelsnaam die toebehoort aan [eisende partij] te verwijderen van zijn website en als Google resultaat en enige andere wijze waarop de naam wordt gevoerd. Verder is in de brief verzocht om de afkoopsom van € 20.000,00 te betalen. 3Het geschil 3.
  11. [eisende partij] vordert in de dagvaarding - samengevat - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde partij] te veroordelen: tot betaling van € 15.861,76 aan gederfde winst, in het staken van de voering van de handelsnaam ‘ [eisende partij] ’ of enigerlei variatie van deze handelsnaam, in de proceskosten van dit geding, zoals opgenomen in de 'Indicatietarieven in IE-zaken'. 3.
  12. [eisende partij] legt aan de vorderingen het volgende - samengevat - ten grondslag. Ondanks herhaalde sommaties gebruikt [gedaagde partij] nog steeds de handelsnaam van [eisende partij] en staat de handelsnaam van [eisende partij] , dan wel een kleine variatie op deze naam, op de webpagina van [gedaagde partij] vermeld. Daarmee maakt [gedaagde partij] inbreuk op het aan [eisende partij] toekomende handelsnaamrecht op de handelsnaam ‘ [eisende partij] ’. [eisende partij] komt op grond van artikel 5 Handelsnaamwet als eerste het handelsnaamrecht toe. [eisende partij] voert haar handelsnaam sinds 15 mei 2018 in het commerciële circuit en [gedaagde partij] heeft de naam ' [eisende partij] ' of ' [bedrijfsnaam 2] ' sinds 29 juli 2021 vermeld staan op zijn website. Mede gelet op de aard en de vestigingsplaats van beide ondernemingen leidt de inbreuk van [gedaagde partij] op de handelsnaam van [eisende partij] tot verwarring bij het publiek en (potentiële) klanten van [eisende partij] . Door de inbreuk heeft [eisende partij] schade geleden wegens misgelopen omzet omdat zij (potentiële) klanten is verloren door het voordoen van [gedaagde partij] als de onderneming van [eisende partij] . De gederfde winst komt uit op een geschatte waarde van € 15.861,
  13. Verder heeft [gedaagde partij] zich schuldig gemaakt aan schending van het auteursrecht dat [eisende partij] toekomt door foto's, die in opdracht van [eisende partij] zijn gemaakt van haar schilderwerken, op zijn eigen website te plaatsen. 3.
  14. Tijdens de zitting heeft [eisende partij] een akte wijziging van eis ingediend. Zij heeft haar vordering vermeerderd en vordert aanvullend - samengevat - [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van € 1.000,00 voor iedere dag dat hij de inbreuk voortzet (een dwangsom). 3.
  15. [gedaagde partij] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure. 3.
  16. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  17. Voor de beoordeling van de gevorderde schadevergoeding geldt dat in het midden kan blijven of sprake is (geweest) van een inbreuk op het handelsnaamrecht van [eisende partij] , omdat de vordering niet is onderbouwd. [eisende partij] heeft wel gesteld dat zij omzetschade heeft geleden doordat zij vanwege de inbreuk op haar handelsnaam (potentiële) klanten heeft verloren, maar haar stelling heeft zij op geen enkele wijze onderbouwd. Daarnaast ontbreekt een onderbouwing van de hoogte van het gevorderde schadebedrag. Tijdens de zitting heeft [eisende partij] hierop geen toelichting kunnen geven en is verklaard dat het lastig is om de schade te onderbouwen. De kantonrechter wijst de gevorderde schadevergoeding dan ook af. 4.
  18. [eisende partij] stelt dat [gedaagde partij] na de sommatie van 28 november 2023 nog steeds inbreuk maakt op de handelsnaam van [eisende partij] . Het ligt op de weg van [eisende partij] om haar stelling, die aan haar vordering i.i. ten grondslag ligt, te onderbouwen. Hierin is zij niet geslaagd, ondanks de door haar overgelegde producties 9 en 11 waarnaar zij heeft verwezen. Partijen zijn het weliswaar eens dat op de printscreen overgelegd bij productie 11 bij dagvaarding “© 2024 [eisende partij] ” staat vermeld, maar [gedaagde partij] heeft betwist dat dit na 28 november 2023 daadwerkelijk online op zijn website heeft gestaan. Dit blijkt ook niet uit de overgelegde productie. Ook is de herkomst van de printscreen niet te herleiden. Hetzelfde geldt voor de bij productie 9 van de dagvaarding overgelegde printscreens van Google zoekresultaten en van een website. De herkomst en datum van deze printscreens zijn niet uit de productie te herleiden. Ook zijn de Google zoekresultaten niet, dan wel zeer beperkt leesbaar. Voorgaande betekent dat op basis van de overgelegde printscreens niet is komen vast te staan dat [gedaagde partij] nu nog inbreuk maakt op de handelsnaam van [eisende partij] , dan wel dat hij die handelsnaam na 28 november 2023 nog heeft gebruikt. De vordering tot het staken van de voering van de handelsnaam ‘ [eisende partij] ’ of een variatie op die naam wordt daarom afgewezen. Dit betekent dat ook de gevorderde dwangsom wordt afgewezen. 4.
  19. Tijdens de zitting is namens [eisende partij] een bewijsaanbod gedaan. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat [eisende partij] haar stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Dit brengt met zich dat niet aan bewijslevering wordt toegekomen. Verder wordt ook niet toegekomen aan de beoordeling van het door [eisende partij] aangevoerde dat haar auteursrecht door [gedaagde partij] is geschonden. [eisende partij] heeft daaraan namelijk geen rechtsgevolgen verbonden. 4.
  20. [eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 947,00 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  21. wijst de vorderingen van [eisende partij] af, 5.
  22. veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, waarbij die van [gedaagde partij] worden begroot op € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  23. verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. V. van Dam en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.