RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: 11416023 \ CV EXPL 24-3944 Vonnis van 25 juni 2025 in de zaak van 1VERENIGING BUMA, te Amstelveen,
- STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN (SENA), te Hilversum, eisende partijen, hierna te noemen: Buma, Sena en gezamenlijk als Buma c.s., gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] , tegen [gedaagde] B.V., te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] . 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 december 2024 en de daarin vermelde stukken; - de brief van de heer [gemachtigde 2] van 13 december 2024 met producties 10a tot en met 11c; - de mondelinge behandeling van 26 mei
- 1.
- De heer [gemachtigde 2] is voor Buma c.s. verschenen op de mondelinge behandeling. [gedaagde] is zonder tegenbericht niet verschenen. 1.
- Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter vonnis bepaald op heden. 2Het geschil 2.
- Buma c.s. vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] :
- te veroordelen om aan Buma te betalen een bedrag van € 1.101,66, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, te berekenen vanaf 30 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening,
- te veroordelen om aan Sena te betalen een bedrag van € 1.720,76, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, te berekenen vanaf 30 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening,
- te veroordelen om aan Buma c.s. te betalen als vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 407,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis,
- te veroordelen om aan Buma c.s. te betalen als vergoeding voor de wettelijke rente tot en met 29 oktober 2024 een bedrag van € 203,63,
- te verbieden om in de lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk behorende tot het Buma-repertoire als bedoeld onder punt 1 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van de datum waarop het in het incident te wijzen vonnis zal zijn betekend voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie van Buma heeft verkregen, een en ander op verbeurte van een direct door Buma opeisbare dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde] het op te leggen verbod zal overtreden en voor iedere dag of gedeelte van de dag gedurende welke de overtreding voortduurt, met een maximum van € 20.000,00 per eiseres, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis,
- te verbieden om in de lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram of reproductie daarvan als bedoeld onder punt 2 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van de datum waarop het in het incident te wijzen vonnis zal zijn betekend voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie van Sena heeft verkregen, een en ander op verbeurte van een direct door Sena opeisbare dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde] het op te leggen verbod zal overtreden en voor iedere dag of gedeelte van de dag gedurende welke de overtreding voortduurt, met een maximum van € 20.000,00 per eiseres, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis,
- te veroordelen om Buma c.s. te betalen, primair, de werkelijke proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv, zijnde € 1.240,87 exclusief btw in het geval er geen verweer gevoerd wordt of € 1.820,87 exclusief btw in het geval er wel verweer gevoerd wordt, dan wel subsidiair, een proceskostenveroordeling conform het liquidatietarief, althans meer subsidiair, de gewone proceskostenveroordeling met inbegrip van salaris gemachtigde, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis. 2.
- Buma c.s. legt aan de vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar. Zij stelt daartoe dat [gedaagde] zonder de vereiste licentie in haar onderneming in 2024 muziek heeft afgespeeld van artiesten die door Buma c.s. worden vertegenwoordigd. Buma c.s. vordert als schadevergoeding vanwege het onrechtmatig handelen het bedrag dat zij zou hebben ontvangen als [gedaagde] van haar een licentie voor 2024 had gekocht. 2.
- [gedaagde] heeft verweer gevoerd. 3De beoordeling 3.
- Op de mondelinge behandeling is namens Buma c.s. een nadere toelichting gegeven. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Zij is erop gewezen in het tussenvonnis van 11 december 2024, waarin de mondelinge behandeling is bevolen, dat uit haar niet-verschijnen op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen – ook in haar nadeel – kunnen worden gemaakt die de kantonrechter geraden zal achten (artikel 88 lid 2 Rv). 3.
- De nadere toelichting van Buma c.s. weerlegt het verweer van [gedaagde] en kan de vorderingen dragen. De vorderingen zullen worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. 3.
- De rente over de hoofdsom/schadevergoeding (vorderingen 1, 2 en 4 in r.o. 2.1) zal worden toegewezen vanaf het verstrijken van de betalingstermijn in de brief van 5 april 2024 (productie 3.2 van Buma c.s.) waarin Buma c.s. aanspraak maakt op betaling van de hoofdsom, derhalve vanaf 13 april
- In plaats van de gevorderde wettelijke handelsrente zal de wettelijke rente worden toegewezen. Wettelijke handelsrente geldt in geval van niet tijdige voldoening van een betalingsverplichting uit hoofde van een (handels)overeenkomst. Daarvan is geen sprake. In dit geval gaat het om de verplichting tot het betalen van een schadevergoeding vanwege onrechtmatig handelen. 3.
- Ten aanzien van de dwangsommen die aan de verboden zijn verbonden (vorderingen 5 en 6 in r.o. 2.1), zal worden bepaald dat die verschuldigd zijn na betekening van dit vonnis (artikel 611a lid 3 Rv). De gevorderde rente over de dwangsommen zal worden afgewezen. Dwangsommen zijn bedoeld als prikkel tot nakoming. De kantonrechter oordeelt de dwangsommen, zonder rente, een voldoende prikkel. 3.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Buma c.s. worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 115,22 - griffierecht € 496,00 - salaris gemachtigde € 476,00 (2 punten × € 238,00 - nakosten € 119,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) totaal € 1.206,22 De kantonrechter kwalificeert deze zaak als zeer eenvoudig, niet bewerkelijk, zodat conform de Indicatietarieven in IE-zaken voor het salaris gemachtigde het liquidatietarief wordt gehanteerd. 3.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Buma te betalen een bedrag van € 1.101,66, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Sena te betalen een bedrag van € 1.720,76, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Buma c.s. te betalen als vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 407,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis, 4.
- verbiedt [gedaagde] om in de lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk behorende tot het Buma-repertoire als bedoeld onder punt 1 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken vanaf de datum van betekening van dit vonnis en voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie van Buma heeft verkregen, een en ander op verbeurte van een aan Buma te betalen dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde] het op te leggen verbod overtreedt en voor iedere dag of gedeelte van de dag gedurende welke de overtreding voortduurt, met een maximum van € 20.000,00 per eiseres, 4.
- verbiedt [gedaagde] om in de lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram of reproductie daarvan als bedoeld onder punt 2 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken vanaf de datum van betekening van dit vonnis en voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie van Sena heeft verkregen, een en ander op verbeurte van een aan Sena te betalen dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde] het op te leggen verbod overtreedt en voor iedere dag of gedeelte van de dag gedurende welke de overtreding voortduurt, met een maximum van € 20.000,00 per eiseres, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.206,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.