← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:4098

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 11182548 \ MB VERZ 24-512 CJIB-nummer : 6062 5422 5843 6808 uitspraakdatum : 19 maart 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] B.V. adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 19 maart

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op de Eikenmeet te Renesse op 27 mei 2023 om 15.31 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene parkeert al tien jaar op de Eikenmeet met een vergunning met wisselende kentekens. De bekeuring zou worden geseponeerd door de gemeente, maar dat is niet gebeurd. De verbalisant heeft in het proces-verbaal van bevindingen ook aangegeven dat er problemen zijn geweest met de uitgifte van vergunningen. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het CVOM heeft besloten een groot aantal zaken te vernietigen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De rechtbank is hierover ingelicht, maar deze zaak stond al op zitting ingepland. Overwegingen Door de zittingsvertegenwoordiger is verzocht het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen omdat deze zaak op grond van eigen beleid voor intrekking in aanmerking had gekomen, maar die intrekking niet tijdig heeft kunnen plaats vinden. De kantonrechter ziet aanleiding ermee rekening te houden dat deze zaak voldoet aan de voorwaarden die het CVOM heeft gesteld om een zaak te vernietigen. In navolging van het verzoek wordt het beroep daarom gegrond verklaard. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd omdat deze in strijd met het eigen beleid onderwerp van geschil zijn gebleven tot op de zitting. Dit brengt mee dat het verweer van betrokkene, wat daarvan ook zij, geen bespreking meer hoeft. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart
  2. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.