RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 11187442 \ MB VERZ 24-528 CJIB-nummer : 8062 5422 5546 9224 uitspraakdatum : 19 maart 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 19 maart
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op de Hogeweg te Vlissingen op 28 januari 2023 om 20.18 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft meerdere boetes ontvangen voor dezelfde situatie. De beslissing op het beroep bij de officier van justitie is niet per post ontvangen en ook digitaal is deze beslissing niet te vinden. De situatie is erg onduidelijk omdat het bord scheef hangt en niet inzichtelijk is dat er sprake is van een parkeerzone. Bij het parkeren is betrokkene niemand tot last. Meerdere bewoners vinden de situatie onduidelijk. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de termijnoverschrijding bij de kantonrechter te passeren en het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het CVOM heeft besloten een groot aantal zaken te vernietigen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De rechtbank is hierover ingelicht, maar deze zaak stond al op zitting ingepland. Overwegingen Ontvankelijkheid beroep bij de kantonrechter Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 19 juli
- Het digitaal ingestelde beroepschrift is echter pas op 29 september 2023 ontvangen. Dat is te laat. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Betrokkene heeft aangevoerd geen reactie te hebben ontvangen op het eerste beroepschrift. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend. Vernietiging van de beschikking Door de zittingsvertegenwoordiger is verzocht het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen omdat deze zaak op grond van eigen beleid voor intrekking in aanmerking had gekomen, maar die intrekking niet tijdig heeft kunnen plaats vinden. De kantonrechter ziet aanleiding ermee rekening te houden dat deze zaak voldoet aan de voorwaarden die het CVOM heeft gesteld om een zaak te vernietigen. In navolging van het verzoek wordt het beroep daarom gegrond verklaard. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd omdat deze in strijd met het eigen beleid onderwerp van geschil zijn gebleven tot op de zitting. Dit brengt mee dat het verweer van betrokkene, wat daarvan ook zij, geen bespreking meer hoeft. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart
- Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending: