← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:4121

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer : 11248186 \ MB VERZ 24-1053 CJIB-nummer : 0062 5422 5600 4430 uitspraakdatum : 11 februari 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 11 februari

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op de Claudius Prinsenlaan zijde gemeentekantoor te Breda op 19 februari 2023 om 15:50 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De dochter van gemachtigde is niet heel goed ter been door haar beperking, hierom heeft gemachtigde het voertuig zo dicht mogelijk bij de hoofdingang van het Chassé theater te Breda geplaatst, teneinde haar veilig en rustig uit te kunnen laten stappen en haar naar het theater te begeleiden. Hierbij heeft gemachtigde niet geparkeerd in een vak bestemd voor invaliden daar deze bezet waren en heeft gemachtigde het voertuig dusdanig geplaatst op een wijze waardoor eventueel bestemmingsverkeer absoluut niet gehinderd zou worden. Het was de bedoeling van gemachtigde om, na het veilig binnen brengen van zijn dochter, de auto elders te parkeren. Gemachtigde stelt daarnaast dat in de gehele omgeving van de locatie waar hij stond geparkeerd, geen E1-bord is geplaatst. Verder heeft de verbalisant niet de juiste straatnaam gebruikt. Gemachtigde stond namelijk op de Coulissen te Breda en niet op de Claudius Prinsenlaan. Tot slot wil gemachtigde kenbaar maken dat de wegindeling niet duidelijk maakt dat het niet is toegestaan om in te rijden, stil te staan en personen in- of uit te laten stappen. Het wegdek is zelfs ingericht om rechtsaf te slaan richting de pleeglocatie. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleeglocatie dient te worden gewijzigd in “Coulissen te Breda”. De parkeerplaats ‘kiss and ride’ is voor het theater maar daar stond gemachtigde niet geparkeerd. Het zou zijn toegestaan met een gehandicaptenparkeerkaart en een parkeerschijf stil te staan op de pleeglocatie. Echter, gemachtigde heeft niet aangetoond dat zijn dochter over een gehandicaptenparkeerkaart beschikte ten tijde van de gedraging. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Het gaat hier om overtreding van een parkeerverbodszone. Die zone geldt voor een groot deel van het centrum van Breda, dus niet alleen voor de straat waar betrokkene parkeerde. Betrokkene betwist dat hij een bord E1 (parkeerverbodszone) is gepasseerd. Volgens vaste rechtspraak geldt voor gedragingen binnen zo’n zone dat slechts behoeft te worden vastgesteld dat deugdelijke bebording aanwezig was op de toegangsweg die de bestuurder heeft gevolgd. Daartoe moet de betrokkene aangeven welke route hij heeft gevolgd om zijn bestemming te bereiken (zie ECLI:NL:GHARL:2020:1803, overweging 8). Betrokkene heeft niet aangegeven welke route is gevolgd naar de pleeglocatie. Bij een parkeerverbodszone staat de bebording niet op de pleeglocatie maar aan het begin van de zone. De kantonrechter ziet geen reden te twijfelen aan de geplaatste zoneborden. De boete is dus terecht opgelegd. Betrokkene heeft terecht aangevoerd dat een onjuiste pleeglocatie is vermeld in de beschikking. De kantonrechter is van oordeel dat er geen twijfel bestaat over de locatie waar de gedraging is geconstateerd, namelijk Coulissen in plaats van Claudius Prinsenlaan en dat betrokkene hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. De kantonrechter zal de pleeglocatie wijzigen in Coulissen te Breda. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen reden om de boete te matigen. De beslissing van de officier van justitie kan niet in stand blijven. Het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd, is na wijziging van de pleeglocatie, voor het overige ongegrond. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat de locatie wordt gewijzigd van "Claudius Prinsenlaan zijde gemeentekantoor te Breda" in "Coulissen te Breda". Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari
  2. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.