← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:4147

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer.: 10969973 \ MB VERZ 24-160 CJIB-nummer: 8062 5422 5399 6303 uitspraakdatum: 20 februari 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 20 februari

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). [naam] is namens Appjection B.V. verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden geconstateerd door de RDW op 11 oktober 2022 om 17.10 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene geen herinnering of melding heeft ontvangen om het voertuig weer te schorsen. Omdat betrokkene het voertuig wilde verkopen dacht hij er zelf aan. Ondanks dat het voertuig niet verzekerd of geschorst is, verwijst gemachtigde naar een uitspraak van het hof in een soortgelijke zaak waarin het sanctiebedrag wordt gematigd. Gemachtigde heeft foto’s van het voertuig meegezonden met het beroepschrift. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd te verzoeken het sanctiebedrag te verlagen, gelet op de aangevoerde omstandigheden en dat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit uitdraaien van de RDW blijkt dat het voertuig niet was verzekerd op de pleegdatum maar eerder wel geschorst is geweest van 7 september 2021 tot 7 september
  2. Het is betrokkene bekend wanneer de schorsing is afgelopen. Betrokkene heeft de verantwoordelijkheid als kentekenhouder om het voertuig tijdig te schorsen. Het versturen van herinneringsbrieven door de RDW is een service. De gedraging staat voldoende vast. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De registercontrole van het RDW heeft op 11 oktober 2022 plaatsgevonden. Op die datum was het voertuig niet verzekerd of geschorst. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in de aangevoerde omstandigheden wel aanleiding de sanctie te matigen. Het is lastig, op basis van de foto’s van het voertuig, vast te stellen of nog met het voertuig gereden kan worden. Aan betrokkene wordt dan ook het voordeel van de twijfel gegeven dat niet met het voertuig op de openbare weg is gereden zonder geldige verzekering. Overschrijding redelijke termijn Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 1 december 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim twee maanden overschreden. De kantonrechter is van oordeel dat de sanctie voor de helft gemachtigd dient te worden gelet op de aangevoerde omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten van het beroep bij de kantonrechter, te weten: beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 totaal € 907,00 Omdat er geen sprake is van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid bij het matigen van het sanctiebedrag, wordt alleen voor de fase bij de kantonrechter een vergoeding toegekend. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 185,-, plus € 9,- administratiekosten; draagt de officier van justitie op het bedrag van € 185,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari
  3. Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.