← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:4175

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 11205584 \ MB VERZ 24-566 CJIB-nummer : 6062 5422 5934 2985 uitspraakdatum : 5 maart 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] (Boete.nu) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 5 maart

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: bij wisselen van rijstrook geen teken met richtaanwijzer geven op de Rijksweg A58 te Kapelle op 6 juli 2023 om 15.28 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft zijn knipperlicht gebruikt en is juist naar de vluchtstrook gereden omdat het signaal dat de KMAR hem gaf leek op een stopteken. Omdat de KMAR hem vervolgens voorbij reed, is betrokkene weer achter ze aan gereden. Uiteindelijk heeft betrokkene een waarschuwing gekregen voor de snelheid en het rijden over de vluchtstrook en een boete voor het niet gebruiken van zijn knipperlicht. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het CVOM heeft besloten een groot aantal zaken te vernietigen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De rechtbank is hierover ingelicht, maar deze zaak stond al op zitting ingepland. Overwegingen Door de zittingsvertegenwoordiger is verzocht het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen omdat deze zaak op grond van eigen beleid voor intrekking in aanmerking had gekomen, maar die intrekking niet tijdig heeft kunnen plaats vinden. De kantonrechter ziet aanleiding ermee rekening te houden dat deze zaak voldoet aan de voorwaarden die het CVOM heeft gesteld om een zaak te vernietigen. In navolging van het verzoek wordt het beroep daarom gegrond verklaard. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd omdat deze in strijd met het eigen beleid onderwerp van geschil zijn gebleven tot op de zitting. Dit brengt mee dat het verweer van betrokkene, wat daarvan ook zij, geen bespreking meer hoeft. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 161,75 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 totaal € 938,75 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 938,
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart
  3. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.