← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:4377

0RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer.: 11355015 \ MB VERZ 24-1416 CJIB-nummer: 2062 5422 5493 8861 uitspraakdatum: 28 mei 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 28 mei

  1. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Teteringsedijk te Breda op 5 januari 2023 om 14:56 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het Openbaar Ministerie, nadat ze in gebreke zijn gesteld, onzorgvuldig heeft gehandeld, waarbij het meerdere regelingen heeft geschonden. De officier van justitie heeft onterecht afgezien van de hoorplicht uit artikel 7:16 Awb. Betrokkene verwijst naar artikel 7:17 Awb en naar jurisprudentie waaruit volgt dat door een ingebrekestelling niet afgezien mag worden van de hoorplicht. Ook is het hoorgesprek verplaatst omdat betrokkene verhinderd zou zijn. Dit vindt betrokkene opvallend, aangezien betrokkene dit nooit heeft aangegeven. Betrokkene stelt verder dat het Openbaar Ministerie zal moeten bewijzen dat het de afwijzende beschikking daadwerkelijk op 23 november heeft verstuurd, of dat bewezen moet worden dat iets ongebruikelijks is gebeurd met het bezorgen van de beschikking. Betrokkene verzoekt om de afwijzende beschikking te vernietigen, alsnog gehoord te worden en het recht op een dwangsom vast te stellen. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De gedraging staat vast. Het telefoonnummer van betrokkene is opgevraagd om zodoende te worden gehoord. Vanwege de ingebrekestelling is betrokkene ten onrechte niet gehoord. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat betrokkene niet is gehoord én te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren. Ook verzoekt de zittingsvertegenwoordiger een dwangsom van € 184,- toe te kennen omdat de officier van justitie niet tijdig een beslissing heeft genomen. Er dient over een periode van acht dagen een dwangsom te worden verbeurd. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. Schending hoorplicht Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond. De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934). Overschrijding redelijke termijn Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 5 januari 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim vier maanden overschreden. Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de reeds gematigde boete verder matigen met nog eens 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep op de inleidende beschikking is gelet hierop deels gegrond en de inleidende beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Dwangsom Betrokkene heeft tot slot verzocht om toekenning van de wettelijke dwangsom omdat de officier van justitie niet tijdig heeft beslist. Op grond van artikel 7:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet de officier van justitie beslissen binnen16 weken vanaf het einde van de beroepstermijn. De officier van justitie heeft per brief van 9 juni 2023 de beslistermijn met tien weken verlengd. Hieruit volgt dat niet tijdig is beslist, want de beslissing is pas op 23 november 2023 verzonden. Op grond van artikel 4:17 lid 3 Awb is de eerste dag waarover een dwangsom verschuldigd is, de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de beslistermijn is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen. Uit het dossier blijkt dat de officier van justitie op 9 november 2023 een ingebrekestelling heeft ontvangen. Dit betekent dat de officier van justitie aan betrokkene voor 8 dagen een dwangsom heeft verbeurd (artikel 4:17 lid 1 Awb). Gelet op artikel 4:17 lid 2 Awb bedraagt de dwangsom € 184,-. De berekening is als volgt: 8 dagen x € 23,- = € 184,-. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in € 78,75, plus € 9,- administratiekosten; draagt de officier van justitie op het bedrag van € 61,25, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; stelt vast dat de officier van justitie aan betrokkene een dwangsom van € 184,- is verschuldigd, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.