RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer.: 11333985 \ MB VERZ 24-1331 CJIB-nummer: 1062 5422 5705 0302 uitspraakdatum: 29 april 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 29 april
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Westerparklaan kruising Weerschijnvlinder te Breda op 8 april 2023 om 13.56 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft het verkeerslicht over het hoofd gezien. De motorrijder die voor betrokkene reed, was capriolen aan het uithalen en het leek erop dat hij ten val zou komen of een botsing zou veroorzaken. Betrokkene probeerde de situatie in te schatten en heeft daardoor het rode verkeerslicht over het hoofd gezien. Op het moment dat betrokkene dit zich realiseerde was het al te laat. Betrokkene heeft dus het verkeerslicht niet genegeerd maar over het hoofd gezien en krijgt een boete als gevolg van gevaarlijk rijgedrag van een andere verkeersdeelnemer. Ter zitting heeft betrokkene herhaald hetgeen in het beroepschrift is aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Van een weggebruiker mag worden verwacht alert te zijn op de verkeerssituatie. Het verkeerslicht stond geruime tijd op geel licht en betrokkene had dan ook voldoende tijd om te stoppen. Gelet op de aangevoerde omstandigheden en het feit dat het om een boete gaat uit 2023 verzoekt de zittingsvertegenwoordiger de boete te matigen met 50%. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name de foto’s van de gedraging - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet ontkend door betrokkene. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene als omstandigheden heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is ook van belang dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De boete zal worden gematigd tot € 140,-. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 140,-, plus € 9,- administratiekosten; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 140,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 29 april
- Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: