← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:4481

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 11393441 \ MB VERZ 24-924 CJIB-nummer : 4062 5422 5644 5656 uitspraakdatum : 19 maart 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [naam] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 19 maart

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren geconstateerd op de Spoorstraat te Oost-Souburg op 14 januari 2024 om 18.40 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was zich er niet bewust van strafbaar bezig te zijn. Betrokkene wist niet dat er een WOK melding op de snorfiets zat. Betrokkene heeft de eigenaar van de snorfiets geld gegeven voor een verzekering. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd de scooter van een vriend te hebben gerepareerd en daarna gebruikt om naar zijn school te gaan. Na staandehouding heeft betrokkene direct de vriend opgebeld en de scooter laten staan en er niet meer opgereden. Dat het voertuig een WOK melding had vond betrokkene niet prettig om te horen. Betrokkene heeft een paar jaar geleden zelf een ongeluk gehad met een scooter en ondervind daar nog dagelijks de gevolgen van. Als betrokkene van de WOK melding op de hoogte was, had hij niet op de scooter gereden. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het keuringsbewijs van het voertuig was al langere tijd verlopen. Als op een scooter wordt gereden, is diegene verantwoordelijk voor die scooter en dient van te voren te worden gecheckt of aan alle vereisten is voldaan. Dit gebeurt in de praktijk niet maar wordt wel verwacht. De zittingsvertegenwoordiger refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter bij matiging van de sanctie gelet op de financiële situatie van betrokkene. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent de gedraging ook niet. Het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder van het voertuig dat voldaan wordt aan de vereisten om op die scooter te mogen rijden. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen gelet op de financiële situatie van betrokkene. De boete zal worden gematigd tot € 50,-. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 50,-, plus € 9,- administratiekosten; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 110,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart
  2. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.