RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/2380 en BRE 25/2381 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college. Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van eiseres tegen de bestreden besluiten van het college van 14 maart 2025 waarin het college bepaalt dat hij geen bestuurlijke dwangsom aan eiseres verschuldigd is voor het door eiseres gestelde niet op tijd beslissen op eiseres haar verzoeken (aanvragen), namens haar kind [persoon] en namens zichzelf, tot inzage van de persoonsgegevens van haar kind en van zichzelf van 28 januari
- Op beide aanvragen is op 18 april 2025 beslist, dus voordat eiseres de beroepen instelde op 22 april
- 1.
- Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
- De beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk, omdat voordat beroep kan worden ingesteld, eerst bezwaar moet worden gemaakt. Dit staat ook vermeld in de besluiten van het college van 14 maart
- Nu de bezwaarfase nog niet is doorlopen, moet de rechtbank de beroepschriften op grond van artikel 6:15 van de Awb als bezwaarschrift doorzenden naar het college onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Die mededeling is hierbij gedaan. Nu de beroepschriften van 22 april 2025 al in het bezit zijn van het college zal de rechtbank hem deze niet opnieuw doen toekomen, maar volstaan met deze mededeling. Conclusie en gevolgen
- De beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor de vergoeding van het griffierecht en een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 10 juli 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 7:1, eerste lid van de Awb.