RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer: 10845010 \ MB VERZ 23-454 CJIB-nummer: 2062 5422 5597 2519 uitspraakdatum: 10 april 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 10 april
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. I. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is, met kennisgeving vooraf, niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Burgemeester Freijterslaan kruising Jan Vermeerlaan te Roosendaal op 15 februari 2023 om 14.41 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was met haar zoontje onderweg naar het ziekenhuis vanwege zijn benauwdheid. Betrokkene merkte dat het verkeerslicht op oranje sprong maar kon niet meer op tijd remmen om het verkeerlicht nog te kunnen zien en gelet op de toestand van haar zoontje is ze doorgereden. Later kwam betrokkene erachter dat met het betreffende verkeerslicht iets mis is. Het verkeerslicht springt van groen direct op oranje en daarna direct op rood. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat, hoe vervelend de situatie ook was, er geen sprake was van een noodsituatie. Het verkeerslicht straalde al 2,9 seconden geel licht en 1,3 seconde rood licht uit voordat betrokkene over de stopstreep reed. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto’s van de gedraging - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. Van een bestuurder mag worden verwacht dat hij te allen tijde in staat is het voertuig tijdig en op verantwoorde wijze voor een rood licht uitstralend verkeerslicht tot stilstand te brengen en dat een bestuurder dient te anticiperen op een naderend verkeerslicht en zijn snelheid zodanig aanpast dat tijdig kan worden gestopt. Gegeven de verplichting om reeds bij geel licht te stoppen als dat mogelijk is, kan het door betrokkene beschreven verkeersgedrag nog niet de conclusie opleveren dat betrokkene hier niet kon stoppen. De duur van de geellichtfase, uitgaande van de toegestane maximumsnelheid is lang genoeg om het voertuig op verantwoorde wijze tijdig voor het rode licht tot stilstand te brengen. Overschrijding redelijke termijn Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 2 maart 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim een maand overschreden De kantonrechter ziet in de omstandigheden en rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, voldoende aanleiding om de sanctie te matigen tot € 125,-. Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 125,-, plus € 9,- administratiekosten; draagt de officier van justitie op het bedrag van € 125,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april
- Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: