← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:4650

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer: 11068171 \ MB VERZ 24-308 CJIB-nummer: 0062 5422 5370 0385 uitspraakdatum: 10 april 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 10 april

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens Verkeersboete.nl is [naam] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor te laten gaan op de Rijksweg A58 te Roosendaal op 9 november 2022 om 13.54 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Op het moment dat betrokkene aan het inhalen is, kwam een achterop rijdend voertuig snel aanrijden en bumperkleven. Nadat het voertuig betrokkene had ingehaald werd hij staande gehouden. De bestuurder van de vrachtwagen die betrokkene had ingehaald vond ook dat betrokkene ten onrechte staande was gehouden. Van belang in dit geval is of het overige verkeer zich op voldoende afstand bevond. De verklaring van de verbalisant is erg summier, het verweer van betrokkene is zeer uitgebreid. Voorts voert gemachtigde aan dat artikel 13a lid 5 Wahv in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde aagnevoerd dat betrokkene een uitgebreide toelichting op de situatie heeft gegeven. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat de verbalisant een beroepswaarnemer is en heeft aangegeven op welke wijze de verweten gedraging is geconstateerd. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant schrijft niet iets op wat niet waar zou zijn. De verklaring van de verbalisant had wellicht uitgebreider genoteerd kunnen worden, maar is voor de kantonrechter geen reden om te twijfelen aan de constatering van de gedraging. De boete is dus terecht opgelegd. Overschrijding redelijke termijn Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 9 november 2022 en is de redelijke termijn dus met vijf maanden overschreden. Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De proceskostenvergoeding is als volgt berekend: beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 totaal € 907,00 Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 187,50, plus € 9,- administratiekosten; draagt de officier van justitie op het bedrag van € 62,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.