← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:4813

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11670887 CV EXPL 25-2070 Vonnis van 18 juni 2025 (bij vervroeging) in de zaak van [de bewindvoerder] B.V. gevestigd te [plaats 1] in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [opposant] te [plaats 2] , opposant, hierna te noemen: [de bewindvoerder] en [opposant] , gemachtigde: mr. E.M.A. Leijser, tegen STICHTING TBV H.O.D.N. TBV WONEN, te Tilburg geopposeerde, hierna te noemen: TBV, gemachtigde: mr. P.L.T. Roks. 1Waar de zaak over gaat Deze zaak gaat over of de vraag of de huurovereenkomst tussen TBV en [opposant] terecht is ontbonden bij vonnis van de kantonrechter van 24 januari 2024, zaaknummer 10890410 CV EXPL 24-

  1. 2De procedure 2.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 14 mei 2025; - de producties 1 tot en met 11 van TBV - de mondelinge behandeling van 30 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten 3.
  4. [opposant] huurde met ingang van 5 april 2026 de woning aan [adres] te [plaats 2] van TBV. 3.
  5. Bij verstekvonnis van 24 januari 2024 van de kantonrechter te [plaats 2] met zaaknummer 10890410 CV EXPL 24-324 (hierna: het verstekvonnis), is de huurovereenkomst ontbonden en is [opposant] onder meer veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het vonnis en betaling van een huurachterstand. Het vonnis is uitvoer bij voorraad verklaard. 3.
  6. Op 21 maart 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen TBV en [opposant] en heeft [opposant] een brief met door TBV opgestelde voorwaarden voor akkoord ondertekend. In deze brief staat onder meer: “Bij vonnis van 24 januari 2024 heeft de Kantonrechter te Tilburg uw huurovereenkomst ontbonden en u veroordeeld tot ontruiming van de woning aan de [adres] vanwege de achterstand in de huurbetalingen. (…)” 3.
  7. Op 14 oktober 2024 zijn de goederen van [opposant] onder bewind gesteld van [de bewindvoerder] . 3.
  8. De deurwaarder heeft op 18 maart 2025 in opdracht van TBV het verstekvonnis van 24 januari 2024 betekend en de ontruiming aangezegd op 1 mei
  9. 3.
  10. [de bewindvoerder] heeft op 11 april 2025 de verzetdagvaarding bij exploot aan TBV laten betekenen. 4Het geschil 4.
  11. [de bewindvoerder] komt (namens [opposant] ) in verzet tegen het verstekvonnis van 24 januari
  12. [de bewindvoerder] vordert dat [opposant] van de bij het verstekvonnis tegen hem uitgesproken veroordeling wordt ontheven, met veroordeling van TBV in de kosten van het verzet. 4.
  13. TBV voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de bewindvoerder] in haar vordering en het eerder gewezen verstekvonnis te bekrachtigen, met veroordeling van [de bewindvoerder] in de proceskosten. Zij voert – samengevat – aan dat [de bewindvoerder] niet tijdig verzet heeft ingesteld. 4.
  14. Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5Hoe de kantonrechter oordeelt [de bewindvoerder] is niet-ontvankelijk 5.
  15. De kantonrechter moet eerst nagaan of het verzet tijdig is ingesteld. Artikel 143 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt onder meer dat het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na het plegen door de veroordeelde van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. Het is daarvoor voldoende dat huurder bekend is met de vordering van wie, waartoe en door welk gerecht hij is veroordeeld (HR 9 januari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5501). 5.
  16. De kantonrechter is met TBV van oordeel dat sprake is van een daad van bekendheid. Hiertoe overweegt de kantonrechter als volgt. Uit de door partijen overgelegde stukken en uit wat door [opposant] ter zitting is verklaard volgt dat door hem op 21 maart 2024, tijdens een gesprek met TBV, de brief die is gedateerd op 7 maart 2024 is ondertekend. Deze brief vangt aan met het benoemen van het verstekvonnis en de inhoud van dit vonnis. Vervolgens staan in de brief verschillende voorwaarden waaraan [opposant] moet voldoen om ontruiming alsnog te voorkomen. Er is dus niet slechts getekend voor ontvangst van de brief, maar er is door de ondertekening ingestemd met de voorwaarden van de gebruiksovereenkomst, nadat partijen hierover hebben gesproken met elkaar. Door het ondertekenen van de brief maakt [opposant] objectief gezien naar buiten toe kenbaar dat hij op de hoogte is van het bestaan van het verstekvonnis van 24 januari 2024 waarin de huurovereenkomst is ontbonden. Of deze brief daadwerkelijk helemaal is gelezen door [opposant] , wat hij betwist, is daarbij niet relevant. Dat het in deze periode psychisch niet goed met hem ging en nader toegelicht of met stukken onderbouwd. 5.
  17. De kantonrechter stelt dan ook vast dat de termijn voor verzet in ieder geval op 21 maart 2024 is gaan lopen. Dit betekent dat de termijn om in verzet te gaan op 19 april 2024 is verstreken. Nu de verzetdagvaarding pas 11 april 2025 is betekend, is [de bewindvoerder] te laat in haar verzet en zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard. Als gevolg daarvan zal de kantonrechter het geschil niet inhoudelijk behandelen en blijft het verstekvonnis van 24 januari 2024 van kracht. Proceskosten 5.
  18. [de bewindvoerder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TBV in de verzetprocedure worden begroot op: - salaris gemachtigde € 271,00 (1,00 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 406,00 6De beslissing De kantonrechter 6.
  19. verklaart [de bewindvoerder] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde verzet, 6.
  20. veroordeelt [de bewindvoerder] in de kosten van het verzet, aan de zijde van TBV begroot op € 406,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de bewindvoerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.
  21. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.