RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/437211 / JE RK 25-1192 Datum uitspraak: 23 juli 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen: de GI, locatie Middelburg. over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] . [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] (hierna: de moeder) en [de vader] (hierna: de vader), hierna samen genoemd: de ouders, wonende in [woonplaats 1] . De kinderrechter merkt als informant aan: [de grootouders] , hierna te noemen: de grootouders, wonende te [woonplaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 juni 2025; het bericht van de GI van 10 juli
- 1.
- De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juli
- De kinderrechter heeft de zaken vanwege de inhoudelijke samenhang gelijktijdig met zaaknummer C/02/437206 / JE RK 25-1190 behandeld. Op zaaknummer C/02/437206 / JE RK 25-1190 wordt bij separate beschikking beslist. 1.
- Tijdens de mondelinge behandeling op 23 juli 2025 zijn verschenen: de vader, bijgestaan door mr. Van Acker; de grootouders; een vertegenwoordigster van de GI; een vertegenwoordiger van de Raad. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] staan ingeschreven op zowel het adres van de ouders als het adres van de grootouders moederszijde. 2.
- Feitelijk gezien wonen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de grootouders in [woonplaats 2] . 2.
- Bij beschikking van 5 juli 2024 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 5 juli 2024 en tot 5 oktober
- Ook is er bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend bij de grootouders moederszijde ([de grootouders] ), met ingang van 5 juli 2024 en tot 5 oktober
- Het resterende deel van het verzoek is aangehouden. 2.
- Bij beschikking van 26 september 2024 is de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de grootouders moederszijde ([de grootouders] ) verlengd tot 5 juli
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening van pleegzorg te verlengen tot het einde van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De beoordeling 4.
- Gelet op het feit dat de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn verlopen, heeft de GI tijdens de mondelinge behandeling het verzoek ingetrokken. Nu het verzoek is ingetrokken, behoeft het verzoek geen inhoudelijke beoordeling en beslissing meer. De kinderrechter zal het verzoek dan ook afwijzen. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- wijst het verzoek af. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier, en op schrift gesteld op 1 augustus
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.