RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer : 11039961 \ MB VERZ 24-505 CJIB-nummer : 3062 5422 5886 6126 uitspraakdatum : 25 juni 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni
- Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: vanuit de invoegstrook invoegen op de doorgaande rijbaan zonder het andere verkeer voor te laten gaan op de A58 te Tilburg op 22 juni 2023 om 13.31 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De opgelegde feitcode is het invoegen zonder andere voertuigen voorrang te verlenen. Zoals te zien is aan de beschrijving van de verbalisant, is hij diegene geweest die betrokkene geen voorrang heeft verleend. Zodoende is het opleggen van de sanctie niet gerechtvaardigd. Onduidelijk is waarom verbalisant betrokkene een sanctie heeft opgelegd terwijl verbalisant juist diegene is geweest die geen voorrang heeft verleend aan betrokkene. Betrokkene verzoekt om vernietiging van de sanctie. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gezien de door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden, bestaat er onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht. Daarnaast is de feitcode die door verbalisant gebruikt is onduidelijk gelet op de verklaring in het zaaksoverzicht. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het dossier op dit moment onvoldoende duidelijkheid geeft, gelet ook op wat door betrokkene is aangevoerd en de verklaring van verbalisant. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004). administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 161,75 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 totaal € 938,75 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 938,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni
- De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending: