RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11606128 \ CV EXPL 25-1350 Vonnis van 9 juli 2025 in de zaak van LM ZORG B.V., te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: LM, gemachtigde: [gemachtigde] , tegen [gedaagde] , te [plaats] , [adres] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 9 april 2025 - de mondelinge behandeling van 2 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de namens LM tijdens de mondelinge behandeling overgelegde producties. - de e-mail van [gedaagde] van 7 juli
- 1.
- Daarna is vonnis bepaald. 2Het geschil en de beoordeling 2.
- LM vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.331,25, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.113,25 en de proceskosten. 2.
- [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van LM. 2.
- Tijdens de mondelinge behandeling is [gedaagde] , hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De kantonrechter heeft ook geen bericht van verhindering van hem ontvangen, zodat hij met de gemachtigde van LM de vordering en het verweer van [gedaagde] heeft besproken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde namens LM nog enkele producties in het geding gebracht, te weten een factuur van 30 maart 2024 ten bedrage van € 903,47, een factuur van 13 april 2024 ten bedrage van € 304,67 en een e-mailbericht van 2 juli 2025 van LM aan de gemachtigde met daarin een overzicht waarin te zien zou zijn op welke facturen de door [gedaagde] betaalde bedragen zijn afgeboekt. 2.
- Omdat deze producties te laat zijn ingediend en [gedaagde] niet tijdens de mondelinge behandeling is verschenen en hierop nog niet heeft kunnen reageren, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om op de overgelegde stukken te reageren, maar alleen in relatie tot zijn verweer dat de door hem op 25 april 2024 en 2 mei 2024 gedane betalingen betrekking hebben op de vordering. 2.5 Per e-mail van 7 juli 2025 heeft [gedaagde] uit eigener beweging zijn verweer in deze zaak (nogmaals) kenbaar gemaakt. Hoewel dit verweer strikt genomen te laat is toegestuurd – dit had [gedaagde] voorafgaand of uiterlijk tijdens de mondelinge behandeling moeten doen - zal de kantonrechter, mede gelet op wat hiervoor onder 2.4 is overwogen, de e-mail van [gedaagde] toelaten. LM zal in de gelegenheid worden gesteld om op de e-mail van [gedaagde] te reageren. 2.6 Nadat beide partijen hebben gereageerd zoals hiervoor aangegeven, zal de kantonrechter vonnis wijzen. 2.7 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 23 juli 2025 voor het nemen van een akte door [gedaagde] over wat is vermeld onder rechtsoverweging 2.4 en door LM naar aanleiding van de e-mail van [gedaagde] van 7 juli 2025 zoals vermeld onder rechtsoverweging 2.
- 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.