RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg Parketnummer: 02-207727-22 vonnis van de rechtbank van 15 augustus 2025 in de ontnemingszaak tegen [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats], wonende te [woonadres], raadsvrouw: mr. M.V. de Nooijer, advocaat te Middelburg. 1De procedure De officier van justitie heeft ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd. Die vordering strekt er toe dat de rechtbank het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 74.825,-- en aan betrokkene de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dat bedrag. De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 augustus 2025, waarbij de officier van justitie, mr. M. Poirters, en de verdediging en betrokkene hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepkwekerij en het medeplegen van diefstal van elektriciteit en daarmee een voordeel heeft behaald van € 74.825,--. Dit bedrag is gebaseerd op het rapport van de politie met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie merkt op dat in het rapport is uitgegaan van vier oogsten in de plaats van de vijf oogsten die uit het dossier blijken en verzoekt de rechtbank om met die omstandigheid rekening te houden bij het bepalen van de omvang van de vordering. 3Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de ontnemingsvordering, nu in de hoofdzaak vrijspraak is bepleit. Subsidiair is verweer gevoerd tegen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het onderdeel elektriciteit. 4Het oordeel van de rechtbank Betrokkene is bij vonnis van heden door de rechtbank vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. De ontnemingsvordering is gebaseerd op die feiten. Gelet op de vrijspraak, is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de ontnemingsvordering. De vervolging van betrokkene heeft immers niet tot een veroordeling geleid. Uit vaste rechtspraak blijkt dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering in de weg staat. 5De beslissing De rechtbank: - verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Boogert, voorzitter, mr. G.H. Nomes en mr. L.W. Louwerse, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Holtgrefe en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 augustus 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.