RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Middelburg Zaaknummer: C/02/433503 FA RK 25-1570 beschikking betreffende voorlopige voorzieningen d.d. 16 mei 2025 in de zaak van [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. C. Bayrak, gevestigd te Bergen op Zoom, en [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. L.E. Swart, gevestigd te Roosendaal. Ouders van de minderjarigen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2018 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 te [geboorteplaats] .
- Het procesverloop 1.
- Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 26 maart 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - het op 30 april 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen; - het F9-formulier van mr. Swart d.d. 6 mei 2025, met bijlage; - het F9-formulier van mr. Bayrak d.d. 6 mei 2025; - het F9-formulier van mr. Swart d.d. 6 mei
- 2De verzoeken 2.
- De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat: I. De minderjarige kinderen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] , voorlopig aan de vrouw toe te vertrouwen; II. Het voorlopige exclusieve gebruiksrecht van de voormalige echtelijke woning gelegen aan het adres ( [woonplaats] aan het [adres] , inclusief inboedel aan de vrouw toe te bedelen; III. De man wordt veroordeeld om met ingang van datum indiening verzoekschrift bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen met een bedrag van € 500,- per maand per kind bij vooruitbetaling te voldoen, danwel een door de rechtbank te bepalen bijdrage; IV. Kosten rechtens. 2.
- De man voert verweer en verzoekt, bij wijze van zelfstandig verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - Te bepalen dat de man het voorlopige exclusieve gebruiksrecht van de benedenverdieping met uitzondering van de gemeenschappelijke hal en het washok van de voormalige echtelijke woning gelegen aan het adres ( [woonplaats] aan het [adres] inclusief inboedel aan de man toe te bedelen; - Primair te bepalen dat gedurende de echtscheidingsprocedure de huidige verdeling van de zorgtaken zoals vermeld in punten 4 en 13 van dit verzoek doorloopt; - Subsidiair indien en voor zover Uw Rechtbank meent dat de huidige verdeling van de zorgtaken niet meer in het belang van de kinderen is te bepalen dat er sprake is van een regeling waarbij de man de volledige zorg van de kinderen heeft in de ene week en de vrouw in de andere week waarbij de kinderen in de week van de man zullen overnachten bij de ouders van de man; - kosten rechtens. 2.
- Op de standpunten van partijen wordt, voor zover relevant, hierna ingegaan. 3De beoordeling 3.
- Uit de berichtgevingen bij F9-formulieren van 6 mei 2025 volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Zij hebben de volgende afspraken gemaakt voor de duur van de echtscheidingsprocedure: van de €1.000,- die de man per maand van zijn ouders ontvangt, zal hij als bijdrage voor de kosten van de huishouding € 500,- aan de vrouw overmaken zodat zij zorg kan dragen voor de kinderen. Partijen komen expliciet overeen dat deze bijdrage niet gekwalificeerd kan worden als partneralimentatie; de kinderbijslag en de toeslagen komen vanaf heden en voor de duur van de echtscheidingsprocedure de vrouw toe. Zij haalt de toeslagen en de kinderbijslag zelf van de gezamenlijke rekening af zodra deze zijn gestort; de huidige situatie m.b.t. de kinderen (halen/brengen/naar bed brengen, etc.) blijft doorlopen; ieder blijft in de eigen woning (behoudens het moment dat de kinderen verzorgd moeten worden, de man heeft dan toegang tot het deel van de woning van de vrouw). 3.
- Deze overeenstemming komt de rechtbank niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden vastgelegd. Daarbij zal de rechtbank, gelet op de belangen van partijen en van de minderjarigen, de bereikte overeenstemming hierna in de beslissing opnemen als een ‘verstaansbeslissing’. Immers, de door partijen gebruikte formulering waarvan zij opneming in de beschikking verzoeken, leent zich niet voor een uitspraak door de rechtbank. 3.
- Nu de overige verzoeken zijn ingetrokken, kunnen deze verzoeken niet meer worden onderzocht en zullen deze worden afgewezen. 4De beslissing De rechtbank verstaat dat tussen partijen de afspraken zijn overeengekomen zoals opgenomen in rechtsoverweging 3.1; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Scheltema Beduin, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 mei
- Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.