← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:5679

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer : 11183386 \ MB VERZ 24-497 CJIB-nummer : 2062 5422 5290 1686 uitspraakdatum : 3 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV
  2. Eenrichtingsverkeer) op de Achterhoeksestraat te Rucphen op 21 september 2022 om 08:10 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat hij het bord niet heeft kunnen zien, omdat betrokkene de avond voor de pleegdatum de Achterhoeksestraat in reed toen plotseling zijn olielampje begon te branden. Hierdoor heeft betrokkene zijn auto op de Achterhoeksestraat moeten laten staan. Op de pleegdatum heeft betrokkene de motorolie van zijn voertuig bijgevuld en zijn weg vervolgd naar zijn werk in Oudenbosch. Aangezien betrokkene hierdoor het bord niet heeft kunnen constateren verzoekt betrokkene de boete te seponeren. Daarnaast zou er aan de andere zijde van de weg een bord C3 staan, maar dit bord stond er niet toen betrokkene op 20 september 2022 langs diezelfde zijde de straat in is gereden. Tot slot heeft de officier van justitie niet tijdig beslist op het beroepschrift van betrokkene. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier biedt op dit moment onvoldoende duidelijkheid, gelet ook op wat door betrokkene is aangevoerd. Wegens proces economische redenen is het niet van belang om een aanvullend proces-verbaal op te vragen. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het dossier op dit moment onvoldoende duidelijkheid biedt. Gelet hierop bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter, gezien de door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden, onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht. Dit betekent dat het beroep gegrond moet worden verklaard en de bestreden beslissing moet worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.T. Jonker, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli
  3. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.