RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-331853-24 vonnis van de meervoudige kamer van 28 augustus 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats] ( [land] ) wonende te [adres] in [plaats 1] raadsman mr. C. van Aken, advocaat te Geertruidenberg 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 augustus 2025, waarbij de officier van justitie, mr. I.M. Peters, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Tevens zijn gehoord de benadeelde partij, mevrouw [aangeefster] , met haar raadsvrouw mr. N.M.E. Verpaalen. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: met aangeefster seksuele handelingen heeft gepleegd die (mede) hebben bestaan uit het seksueel binnendringen, terwijl zij bewusteloos was; feit 2: aangeefster heeft verkracht. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, behalve ten aanzien van het binnendringen met de penis. Daarvoor biedt het dossier onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft een alternatief scenario, dat zou kunnen verklaren hoe zijn sperma en speeksel in en op het geslachtsdeel van aangeefster terecht is gekomen. Gesteld wordt dat zij mogelijk een vuile onderbroek van verdachte met zijn sperma en speeksel erop uit de wasmand heeft gepakt, die in dezelfde kamer stond als waar aangeefster sliep, en dat in en op haar geslachtsdeel heeft gebracht. Op deze wijze kan het lichaamseigen materiaal van verdachte overgebracht zijn in en op het lichaam van aangeefster. Ten aanzien van feit 2 wordt subsidiair gesteld dat niet aan te tonen is dat sprake is geweest van de ten laste gelegde dwang. Verdachte moet dan ook van beide feiten vrijgesproken worden. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Juridisch kader De rechtbank stelt voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat in de regel slechts twee personen aanwezig zijn bij de verweten handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de verdachte. Wanneer een verdachte de seksuele handelingen of de onvrijwilligheid ontkent, leidt dat er in veel gevallen toe dat er onvoldoende wettig bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan door de rechter immers niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige (het veronderstelde slachtoffer). Dit bewijsminimumvoorschrift sterkt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat het de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en niet worden ondersteund door ander bewijsmateriaal. Deze bepaling ziet op de tenlastelegging in haar geheel. Niet is vereist dat elk onderdeel daarvan ook in ander bewijsmateriaal steun vindt. Deze aan te leggen toets brengt de rechtbank tot de volgende beoordeling. Betrouwbaarheid verklaring aangeefster Naar het oordeel van de rechtbank is er geen reden om te concluderen dat er sprake is van een onbetrouwbare verklaring van aangeefster. Zij heeft van begin af aan bij het informatief gesprek, tijdens haar aangifte en tijdens haar aanvullende verklaring gedetailleerd en consistent verklaard over de gebeurtenissen op 12 augustus 2023 in de woning van verdachte in [plaats 2] . Zij heeft, op hoofdlijnen samengevat, verklaard dat zij na een nacht stappen met de dochter van verdachte niet meer terug kon naar huis, omdat haar scooter in een afgesloten stalling stond. Vervolgens is zij met haar naar het huis van verdachte gelopen om daar een paar uur te slapen om vervolgens om 07:00 uur weer te vertrekken als de stalling open zou zijn. Zij had die nacht veel alcohol gedronken en (daar aangekomen) voelde ze zich niet goed, heeft moeten overgeven en is vervolgens met haar kleding nog aan in slaap gevallen in een klein (was)kamertje. Toen zij wakker werd zei de verdachte dat hij al twee keer was klaargekomen en dat hij wilde dat zij ook klaar kwam. Zij voelde op dat moment dat hij haar aan het beffen en vingeren was op een “wilde” en “hongerige” manier. Zij merkte dat dat gebeurde en wist niet wat te doen. Ze heeft op een gegeven moment gezegd dat ze naar huis wilde, heeft haar ID-bewijs en sleutels gezocht en is weggegaan. De rechtbank merkt hierbij op dat zij vanaf het begin af aan heeft aangegeven de precieze volgorde van de handelingen niet meer scherp te hebben. Bovendien verklaart ze van meet af aan dat zij niet weet of verdachte haar met zijn penis heeft gepenetreerd, nu ze dat niet heeft gevoeld. Ze maakt het dus ook niet groter. Daarnaast heeft zij meteen na het gebeuren een videobericht aan haar (toenmalige) vriend gestuurd, waarop te zien en te horen is dat zij zeer emotioneel is. Hij heeft haar na deze berichten diezelfde dag meteen opgezocht en beschrijft dat zij vervolgens heel veel heeft gehuild. Haar moeder heeft aangeefster die avond gezien en verklaart daarover dat ze vond dat ze anders was in haar gedrag, alsof ze in shock was.. Al deze omstandigheden maken dat er geen enkele aanwijzing is om aan de verklaring van aangeefster te twijfelen. Steunbewijs De verklaring van aangeefster dat zij verkracht is op die 12 augustus 2023 wordt ondersteund door de verklaring van haar vriend. Hij heeft namelijk verklaard dat aangeefster na het vertellen dat zij verkracht was door de vader van een vriendinnetje vooral heel verdrietig was. Daarnaast wordt haar verklaring ondersteund door de verklaring van moeder, die aangeeft dat het leek alsof aangeefster in shock was toen de politie vertelde wat er met haar was gebeurd. Verder wordt haar verklaring volledig ondersteund door de resultaten van het forensisch onderzoek dat op de dag na het gebeuren heeft plaatsgevonden. Uit het forensisch onderzoek is namelijk gebleken dat op de buitenste en binnenste schaamlippen, ondiep in de vagina en diep in de vagina sperma is aangetroffen dat van verdachte afkomstig is. Ook is er op voornoemde plekken speeksel aangetroffen. Scenario verdachte Het scenario van verdachte is dat aangeefster door middel van een vieze onderbroek de sperma- en speekselsporen op en in haar geslachtsdeel heeft aangebracht. Die lezing volgend zou aangeefster dan op voorhand hebben moeten weten waar verdachte zijn vieze onderbroeken zijn, welke onderbroek de sporen bevat die later zijn aangetroffen op haar lichaam en dat zij die dan aan en in haar lichaam heeft moeten aanbrengen. De rechtbank acht dit scenario volstrekt ongeloofwaardig en gaat dan ook niet mee in deze lezing van verdachte. Tussenconclusie Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank voldoende steunbewijs aanwezig voor de verklaring van aangeefster en zij neemt die verklaring dan ook als uitgangspunt voor de bewezenverklaring. Bewusteloosheid Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat op het moment dat zij ontwaakte, zij merkte dat verdachte haar aan het beffen en vingeren was. Aangenomen wordt dan ook dat verdachte hiermee al bezig was toen aangeefster nog sliep/out was van de alcohol. Bewezen wordt dan ook verklaard dat aangeefster in staat van bewusteloosheid verkeerde, terwijl verdachte handelingen verrichtte die bestonden uit het seksueel binnendringen van aangeefster met zijn vingers en tong. Dwang De rechtbank is ten aanzien van feit 2 van oordeel dat sprake is geweest van dwang in de zin van artikel 242 Sr. Aangeefster ontwaakte net terwijl verdachte op dat moment bezig was met het verrichten van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Het onverhoedse van deze handelingen wordt gekwalificeerd als “een andere feitelijkheid”. Aangeefster heeft dit moeten ondergaan, waarbij zij onvoldoende weerstand en verzet kon bieden of zich daaraan kon onttrekken. Uit haar verklaring volgt dat zij als het ware in een shocktoestand verkeerde en niet kon handelen. Het vorenstaande maakt dat beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Voor beide feiten geldt dat niet bewezen wordt verklaard dat ook sprake was van penetratie met de penis. Aangeefster zelf heeft immers verklaard dat zij niet weet of verdachte met zijn penis in haar is geweest en het forensisch bewijs wijst weliswaar in die richting, maar de sporen zouden ook kunnen zijn ontstaan door contaminatie van de vagina en/of schaamlippen door de vingers en/of tong van verdachte. Van dit onderdeel van de ten laste gelegde feiten wordt verdachte dan ook partieel vrijgesproken. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1op 12 augustus 2023 te [plaats 2] met [aangeefster] , van wie hij wist dat zij in staat van bewusteloosheid verkeerde en dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten het brengen van zijn verdachtes vingers en/of tong in de vagina van die [aangeefster] en/of het likken van de schaamlippen en/of vagina van die [aangeefster] ; 2op 12 augustus 2023 te [plaats 2] , door een anderefeitelijkheid, [aangeefster] , die zich in een kwetsbare positie bevond, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , immers heeft verdachte,- zijn vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangeefster][aangeefster] gebracht en - zijn tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangeefster]gebracht en - de vagina en/of schaamlippen van die [aangeefster] gelikten bestaande die andere feitelijkheid hieruit dat verdachte,- dicht achter en tegen die [aangeefster] aan is gaan liggen terwijl zij sliep en toen zij wakker was- onverhoeds bovengenoemde handelingen heeft uitgevoerd en - misbruik heeft gemaakt van de omstandigheid dat die [aangeefster] net ontwaakt was en - aldus een zodanige druk heeft doen opleveren, dat die [aangeefster] onvoldoende weerstand kon bieden en hier tegen geenverzet kon bieden en/of zich hieraan niet kon onttrekken. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 3 jaren. Daarnaast vordert zij de oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) voor een periode van 5 jaar, inhoudende een contactverbod met aangeefster. De officier van justitie vordert een vervangende hechtenis van veertien dagen per keer dat niet aan de vrijheidsbeperkende maatregel wordt voldaan met een maximum van zes maanden. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair een vrijspraak bepleit. Bij een bewezenverklaring is het verzoek om rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De aard en ernst van de feiten Verdachte, destijds een 60-jarige man, heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van aangeefster, een jongedame van op dat moment 19 jaar. Zij bevond zich in een kwetsbare positie, waarvan verdachte misbruik heeft gemaakt. Zij was midden in de nacht met haar vriendin, de dochter van verdachte, na het stappen naar de woning van verdachte gegaan. Ervan uitgaande dat dit een veilige omgeving was, is zij kort na het arriveren in de woning naar een kamer/washok gegaan waarin een bed stond en is zij daar in slaap gevallen. Vervolgens werd zij die nacht/in de vroege ochtend in die kamer wakker en merkte toen dat verdachte seksuele handelingen bij haar verrichtte, die bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Deze handelingen waren al bezig ten tijde van haar slaap. Aangeefster heeft hier (vanzelfsprekend) geen herinnering aan. Dit alles moet zeer beangstigend zijn geweest voor haar. Zij weet immers niet wat verdachte allemaal heeft gedaan terwijl zij sliep. Verdachte heeft met zijn handelen op grove wijze misbruik gemaakt van dat gevoel van veiligheid en vertrouwen dat zij in eerste instantie moet hebben gehad. Dit was immers de woning van de vader van een vriendin van haar. Dit zijn zeer ernstige strafbare feiten en de rechtbank rekent verdachte zijn handelen zwaar aan. Verdachte heeft met zijn handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit, maar ook de geestelijke integriteit van aangeefster geschonden. Verkrachting is een schokkende, ingrijpende en beangstigende gebeurtenis die vaak langdurig fysieke, psychische en emotionele gevolgen heeft voor het slachtoffer. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt ook dat zij psychologische hulp heeft moeten inschakelen om het trauma van dit gebeuren het hoofd te bieden. Ook betreft het een feit dat tot grote verontwaardiging en onrust in de maatschappij leidt. Daar komt bij dat enige tijd later bleek dat aangeefster zwanger was. Omdat op dat moment niet vastgesteld kon worden of zij zwanger was van haar toenmalige vriend of van verdachte, heeft zij besloten om de zwangerschap te beëindigen. Uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat ook dit een zeer traumatische ervaring is geweest. Daarnaast moest aangeefster gedurende langere tijd medicatie innemen in verband met de kans op een Hiv-besmetting. Naast de psychische impact hebben deze feiten ook een behoorlijke fysieke impact gehad waarvan aangeefster nog lang na het feit last heeft gehad en - blijkens de verklaring op zitting - nog steeds heeft. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk op geen enkel moment stilgestaan en enkel zijn eigen bevrediging vooropgesteld. Bovendien heeft verdachte op geen enkele manier verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Verdachte ontkent de feiten tot op heden nog steeds en heeft zelfs verklaard dat hij zelf het slachtoffer is geworden van een complot van zijn dochter en dat aangeefster dit allemaal zou hebben verzonnen zodat zijn dochter wraak zou kunnen nemen op hem Nog los van het feit dat dit verder niet onderbouwd wordt door verdachte, acht de rechtbank het ook zeer kwalijk dat hij door zich zo op te stellen aangeefster voor een tweede keer slachtoffer maakt. De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met deze omstandigheden. Strafblad De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte weliswaar eerder voor zedenmisdrijven veroordeeld is, maar dat dit wel geruime tijd
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.