RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11490656 \ CV EXPL 25-283 Vonnis van 27 augustus 2025 in de zaak van [eiser] N.V. H.O.D.N [bedrijf 1], te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. H.L.J.M. van Grinsven, advocaat te Tilburg, tegen [gedaagde] B.V., statutair gevestigd [plaats 1] en kantoorhoudende te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: [gemachtigde] 1De zaak in het kort 1.
- In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] nog een bedrag aan [eiser] verschuldigd is in verband met door haar geleverde diensten. 1.
- De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit. 2De procedure 2.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord met producties; - de conclusie van repliek met producties;- de conclusie van dupliek. 2.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten 3.
- [gedaagde] heeft aan [eiser] opdracht gegeven tot het samenstellen van de jaarrekeningen over 2019 en 2020 en het doen van belastingaangiften. [eiser] heeft de schriftelijke overeenkomst en de algemene voorwaarden op 10 september 2019 aan [gedaagde] verzonden. 3.
- [eiser] heeft de volgende facturen aan [gedaagde] in rekening gebracht: factuur van 14 februari 2023 € 1.899,70 factuur van 23 mei 2023 € 1.597,20 factuur van 28 juni 2023 € 508,20 factuur van 18 juli 2023 € 961,95 factuur van 23 augustus 2023 € 653,40 + € 5.620,45 3.
- [naam] , director of Finance bij [bedrijf 2] (hierna te noemen: [naam] ), heeft per e-mail van 9 november 2023 -voor zover van belang- het volgende aan [eiser] bericht: “As you know, we received services that such as bookkeeping from your company for the years 2019-
- The total amount of the invoices dated 2023 is 5,625 Euros. As a company heavily affected by the earthquake disaster that occurred in our country on 06.02.2023 we would be pleased that applied a discount on this amount if possible.” 4Het geschil 4.
- [eiser] vordert -samengevat- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 6.335,09, vermeerderd met rente en kosten. 4.
- [eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] diensten verricht. [gedaagde] heeft, ondanks betalingsherinneringen en sommaties, nagelaten de aan haar gefactureerde kosten te voldoen. 4.
- [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert primair tot afwijzing van de vordering van [eiser] . Subsidiair verzoekt zij de vordering van [gedaagde] met haar eigen schadevordering te verrekenen. Zowel primair als subsidiair verzoekt [gedaagde] [eiser] in de kosten van deze procedure te veroordelen. 4.
- [gedaagde] voert het volgende aan. [gedaagde] stelt dat de door [eiser] gefactureerde kosten betrekking hebben op diensten die reeds in de jaarlijkse vergoeding zijn begrepen en [gedaagde] deze kosten al aan [eiser] heeft voldaan. Voor zover [eiser] zich beroept op de door haar overgelegde en in rechtsonderdeel 3.3 genoemde e-mail stelt [gedaagde] dat [naam] niet bevoegd was om namens haar betalingstoezeggingen te doen. [gedaagde] stelt ook dat [eiser] juist haar contractuele verplichtingen niet is nagekomen, waardoor zij schade heeft geleden. 4.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling Verschuldigdheid van de gevorderde facturen 5.
- De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] niet heeft weersproken dat [eiser] de werkzaamheden, zoals genoemd in de gevorderde facturen heeft verricht. Evenmin heeft [eiser] de hoogte van de gevorderde kosten weersproken. Dit betekent dat de gevorderde facturen in beginsel toewijsbaar zijn. Voor zover [gedaagde] stelt dat de gefactureerde kosten betrekking hebben op werkzaamheden die in de overeengekomen jaarlijkse vergoeding aan [eiser] zijn begrepen en zij deze kosten reeds aan [eiser] heeft voldaan overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. [gedaagde] heeft alleen bij conclusie van antwoord door haar gemachtigde ingediende vennootschapsbelastingaangiften over de jaren 2019 tot en met 2022 overgelegd. Het lag op de weg van [gedaagde] om deugdelijk te stellen welke bedragen aan jaarlijkse vergoeding zij al aan [eiser] had voldaan en op welke werkzaamheden deze betalingen zien. Nu [gedaagde] dit heeft nagelaten zijn de gevorderde factuurbedragen in zoverre toewijsbaar. De vraag of [gedaagde] de verschuldigdheid van de totale factuursom eerder buitengerechtelijk heeft erkend behoeft gelet op het vorenstaande geen beantwoording. Verrekeningsverweer 5.
- [gedaagde] stelt in haar verweer ook dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, waardoor zij schade heeft geleden. [gedaagde] wenst deze schade op [eiser] te verhalen, dan wel deze schade te verrekenen met het bedrag dat zij nog aan [eiser] verschuldigd is. [eiser] betwist de door [gedaagde] gestelde tekortkoming en schade. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd gesteld dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Evenmin is gesteld of gebleken dat [gedaagde] [eiser] (tijdig) in gebreke heeft gesteld ten aanzien van de vermeende tekortkoming, zodat [eiser] niet in verzuim is komen te verkeren, hetgeen voor een beroep op verrekening wel is vereist. 5.
- Overigens merkt de kantonrechter nog op dat indien al zou moeten worden aangenomen dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [eiser] als gevolg waarvan [gedaagde] schade heeft geleden en er sprake zou zijn van verzuim, [gedaagde] haar schade onvoldoende heeft onderbouwd, zodat ook om die reden het beroep op verrekening niet opgaat. Buitengerechtelijke incassokosten 5.
- [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 656,02 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten is eveneens toewijsbaar. Proceskosten 5.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 115,22 - griffierecht € 543,00 - salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten × € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.471,22 5.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 6De beslissing De kantonrechter 6.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 5.620,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling, 6.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 656,02 aan buitengerechtelijke kosten, 6.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.471,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de buitengerechtelijke kosten en proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.