RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummer: 02-261276-23 vonnis van de meervoudige kamer van 4 september 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] , raadsman: mr. J.H.E.M. Kersemaekers, advocaat te Breda. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 augustus 2025, waarbij de officier van justitie, mr. F.M. van Peski, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 12 juli 2018 tot en met 15 december 2023 VVV Cadeaukaarten heeft gestolen door middel van een valse sleutel (primair) of verduisterd (subsidiair) van zijn [werkgever] B.V. (feit 1) en voornoemde cadeaukaarten heeft witgewassen (feit 2). 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de onder feit 1 primair ten laste gelegde diefstal door middel van een valse sleutel en feit 2 wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte de cadeaukaarten onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair en feit 2 tenlastegelegde refereert de verdediging zich voor de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Feit 1 Op basis van de bewijsmiddelen zoals opgenomen in bijlage II, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, stelt de rechtbank vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode VVV Cadeaukaarten heeft weggenomen van zijn [werkgever] B.V. Hij was uit hoofde van zijn functie gemachtigd om in het systeem van zijn werkgever offertes op te maken, die goed te keuren en goederen te bestellen. Hierdoor was het voor hem mogelijk om cadeaukaarten bij een leverancier te bestellen. Het bestellen van cadeaukaarten behoorde echter niet tot zijn functietaken, omdat alleen medewerkers met een leidinggevende functie binnen het bedrijf bevoegd waren om cadeaukaarten te bestellen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij deze functietaak niet had en wist dat hij geen cadeaukaarten mocht bestellen, maar het voor hem een manier was om aan geld te komen. Gelet hierop kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte ten tijde van het wegnemen het oogmerk had om zich de cadeaukaarten wederrechtelijk toe te eigenen. Doordat verdachte de cadeaukaarten onder zijn bereik bracht door handelingen uit te voeren in het systeem van zijn werkgever terwijl hij hiertoe niet bevoegd was, kan het feit gekwalificeerd worden als diefstal door middel van het gebruik van een valse sleutel. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Feit 2 Aangezien verdachte ten aanzien van het witwassen een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en zoals is opgenomen in bijlage II van dit vonnis. Gelet op de totale hoogte van het witgewassen geldbedrag, de frequentie en de pleegperiode van 5,5 jaar, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van witwassen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1, primair meermalen in de periode van 12 juli 2018 tot en met 15 december 2023 te Hoek, gemeente Terneuzen, en Axel, gemeente Terneuzen, en Terneuzen, VVV Cadeaukaarten die geheel aan [werkgever] B.V. toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door gebruikmaking van het interne boekhoud- en/of bestelsysteem (SAP en/of Ariba) van het bedrijf B.V. en machtigingen voor aanvragen in het betreffende systeem en zonder toestemming van [werkgever] B.V. voor de aankoop van voornoemde VVV Cadeaukaarten en aangezien deze niet in de bestelcatalogus voorkwamen; feit 2 meermalen in de periode van 12 juli 2018 tot en met 15 december 2023, in Nederland, voorwerpen, te weten VVV Cadeaukaarten, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet en van voorwerpen, te weten VVV Cadeaukaarten gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen afkomstig waren uit eigen misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. 6.2 Het standpunt van de verdediging Verzocht wordt om rekening te houden met de samenloop tussen de feiten. Een gevangenisstraf is gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte niet passend. Hij heeft geen strafblad en veel gevolgen ondervonden van de nasleep van deze zaak. Met een gevangenisstraf raakt hij alles kwijt. Ook is het dan niet mogelijk om de schade te vergoeden omdat hij zijn inkomen dan verliest. Verder moet rekening worden gehouden dat het recidivegevaar door de reclassering wordt ingeschat als laag. Verzocht wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het duur van het voorarrest, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast kan eventueel een taakstraf op worden gelegd. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft als medewerker van [werkgever] B.V. gedurende een periode van 5,5 jaar cadeaukaarten weggenomen van zijn werkgever. Tevens heeft hij zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen door de cadeaukaarten die aan zijn werkgever toebehoorden telkens om te zetten in geldbedragen. Hij heeft daarmee in ernstige mate misbruik gemaakt van zijn positie en het in hem gestelde vertrouwen. Verdachte heeft gedurende deze periode in het systeem van zijn werkgever veelvuldig cadeaukaarten besteld bij een leverancier terwijl hij daartoe niet bevoegd was. De leverancier waar verdachte die cadeaukaarten bij bestelde was in de veronderstelling dat verdachte dit deed in opdracht van zijn werkgever. Verdachte verhulde de bestellingen voor zijn werkgever in het systeem door dit op de offerte onder te brengen in een andere categorie, waardoor het niet opviel dat hij cadeaukaarten bestelde. Hij haalde de cadeaukaarten zelf op bij de leverancier en wisselde deze vervolgens in op verschillende websites, waarbij hij een bepaald percentage van de oorspronkelijke waarde van die cadeaukaarten ontving en die waarde liet uitbetalen op één van zijn bankrekeningen. Verdachte is jarenlang op deze wijze te werk gegaan. Uit de door [werkgever] B.V. opgestelde rapportage blijkt na intern onderzoek dat verdachte het proces in totaal 690 keer is gestart en dat aan het bedrijf grote financiële schade is toegebracht. De rechtbank weegt als strafverzwarend mee dat verdachte gedurende de gehele periode bij elke bestelling steeds opnieuw hiertoe een besluit heeft genomen en niet uit eigen beweging is gestopt. Op het moment dat er aan verdachte vragen werden gesteld door één van de websites waar hij veelvuldig cadeaukaarten inwisselde, gaf hij misleidende antwoorden over de herkomst hiervan. Ook die vragen hebben verdachte er niet toe bewogen om te stoppen. Verder weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat verdachte op zeer geraffineerde wijze te werk is gegaan. Zijn handelen heeft niet alleen zijn werkgever benadeeld, maar ook het vertrouwen geschaad dat zowel zijn werkgever, collega’s en derden, zoals de leverancier en de websites waarop de cadeaukaarten door verdachte werden ingewisseld, in hem stelden. De rechtbank heeft zich met het plegen van de bewezenverklaarde feiten een hoog geldbedrag toegeëigend. In eerste instantie wilde verdachte hiermee zijn schulden aflossen, maar nadat de schulden waren afgelost heeft verdachte het geld gebruikt om een luxer leven te kunnen leiden, bijvoorbeeld door het uit te geven aan vakanties. Verdachte heeft het geld in zijn geheel uitgegeven en heeft zich ten koste van anderen laten leiden door zijn eigen financiële gewin. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het rapport van de reclassering van 7 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.