RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/7015 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 15 september 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. M.B. Visser), en Dienst Toeslagen. Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 augustus 2024 (bestreden besluit) van de Dienst toeslagen inzake de afwijzing van haar verzoek tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 september
- Eiseres is verschenen, bijgestaan door mr. L. Hofman (als vervanger van de gemachtigde van eiseres). De Dienst toeslagen heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [persoon 1] en [persoon 2] . Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan. Overwegingen
- Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het beroepschrift is gedateerd 4 oktober 2024 en door de rechtbank ontvangen op 8 oktober
- Dit is niet binnen de termijn van 6 weken.
- De termijn van 6 weken om beroep in te stellen is hard en duidelijk. Niet in geschil is dat de beslissing op bezwaar op 6 augustus 2024, of eerder, is verstuurd en dat deze beslissing op bezwaar ook door eiseres is ontvangen. Hoewel in de beslissing op bezwaar geen uiterste datum is opgenomen voor het instellen van beroep, is wel vermeld dat er binnen 6 weken na de beslissing op bezwaar beroep ingesteld moet worden. Met deze vermelding is het voldoende duidelijk binnen welke termijn beroep moet worden ingesteld.
- Eiseres wist ook dat zij binnen 6 weken beroep moest instellen. Zij heeft ter zitting desgevraagd geantwoord dat ze eerst gezocht heeft naar rechtshulp, maar dat ze uiteindelijk toch zelf een beroepschrift heeft ingediend. Het niet hebben van rechtshulp kan niet worden aangemerkt als een verschoonbare reden. Eiseres was immers goed in staat om zelf een beroepschrift in te dienen. Niet is gebleken dat de omstandigheden die eiseres eerder heeft gemeld bij haar verzoek aan de Dienst toeslagen, ook na de ontvangst van het bestreden besluit nog zo zwaar aanwezig waren dat eiseres daardoor niet tijdig in beroep had kunnen gaan. Dat betekent dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van A.J.M. van Hees, griffier, op 15 september
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.