RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-112935-23 en 02-226463-20 (tul) vonnis van de meervoudige kamer van 25 september 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1999 te [geboorteland] , wonende te [adres] , raadsvrouw mr. S.M.E. van Fraaijenhove van der Maas, advocaat te Breda. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 september 2025, waarbij de officier van justitie mr. L.A. Pronk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte feit 1 en 2 iemand stiekem heeft gefilmd terwijl die persoon naakt onder de douche stond; feit 3 en 4 kinderporno heeft vervaardigd en/of in zijn bezit heeft gehad; feit 5 een pistool en zes patronen in zijn bezit heeft gehad. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van verdachte dat hij niet wist dat hij een minderjarig meisje had gefilmd is ongeloofwaardig. 4.2 Het standpunt van de verdediging Voor de feiten 1, 2 en 5 is geen uitdrukkelijk onderbouwd bewijsverweer gevoerd. Bij feit 3 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat opzet bij verdachte op de minderjarigheid van het slachtoffer en daarmee op het vervaardigen van kinderporno ontbreekt. Voor feit 4 is vrijspraak bepleit, omdat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het verwerven of het verkrijgen van toegang tot kinderporno. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs feit 1, 2 en 3 Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank feit 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen. [slachtoffer 1] was negen jaar oud toen verdachte haar filmde. Het filmpje is gemaakt bij een gezinsopvang voor Oekraïense vluchtelingen, waar [slachtoffer 1] verbleef. Verdachte bezorgde daar vaker maaltijden, heeft verklaard dat hij er ook binnen kwam en moet er om die reden van op de hoogte zijn geweest dat het een gezinsopvang betrof. Door bij een gezinsopvang heimelijk iemand te filmen die aan het douchen is, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij daarbij een opname zou maken van een kind. Er is dan ook ten minste sprake van voorwaardelijk opzet. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een kinderpornografisch filmpje heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad, zoals onder feit 3 ten laste is gelegd. feit 4 Op de telefoon van verdachte is een kinderpornografische foto aangetroffen in de cache map van een internetbrowser. Daarmee staat vast dat de gebruiker van de telefoon zich door middel van een geautomatiseerd werk toegang tot dat kinderpornografisch materiaal heeft verschaft. De rechtbank acht feit 4 dan ook wettig en overtuigend bewezen. feit 5 Mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte acht de rechtbank feit 5 wettig en overtuigend bewezen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 op 24 april 2023 te Tilburg, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, [slachtoffer 2] , een afbeelding van seksuele aard heeft vervaardigd, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk en wederrechtelijk die [slachtoffer 2] (heimelijk) gefilmd terwijl die [slachtoffer 2] geheel naakt onder de douche stond;feit 2op 29 april 2023 te Tilburg, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, [slachtoffer 1] , een afbeelding van seksuele aard heeft vervaardigd, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk en wederrechtelijk die [slachtoffer 1] (heimelijk) gefilmd terwijl die [slachtoffer 1] geheel naakt onder de douche stond; feit 3 op 29 april 2023 te Tilburg, een afbeelding, te weten een video en/of een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon (Samsung), bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2013, was betrokken, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, te weten een filmfragment (video [bestandsnaam 1] .mp4), waarop te zien is:een persoon (zijnde voornoemde [slachtoffer 1] ), die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, terwijl zij naakt onder de douche staat en zich naakt in de douchecabine bevindt, waarna door het camerastandpunt, de billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling; feit 4 op 2 mei 2023 te Tilburg, een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedraging - zakelijk weergegeven - bestond uit:het geheel naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd pasten, en het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van die persoon (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (Foto [bestandsnaam 2] .jpg); feit 5 in de periode van 3 april 2023 tot en met 23 juni 2023, te Tilburg, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten- een (omgebouwd) pistool, van het merk Zoraki, type M906, kaliber 7,65 x 17 mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en- 6 kogelpatronen, van het merk Geco, kaliber 7,65 mmvoorhanden heeft gehad. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van veertien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de ernst van de feiten, de over verdachte opgemaakte psychologische rapporten, het reclasseringsadvies, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de strafmaatrichtlijnen en het gegeven dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht feit 1, 2 en 3 verminderd aan verdachte toe te rekenen. Voor feit 1 heeft zij ter onderbouwing verwezen naar het over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport. Verder heeft de raadsvrouw erop gewezen dat verdachte zich tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis goed heeft gehouden aan alle afspraken met de reclassering en verzocht om het advies van de reclassering te volgen. Ook heeft de raadsvrouw verzocht om geen gevangenisstraf aan verdachte op te leggen en om in strafmatigende zin rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Ernst van de feiten Verdachte heeft stiekem een vrouw en, enkele dagen later, een negenjarig meisje gefilmd terwijl zij onder de douche stonden in een opvang voor Oekraïense vluchtelingen. Verdachte had zich verstopt in een lege douchecabine en heeft, onder het tussenschot door, de persoon die naast hem stond te douchen gefilmd. Vanwege de jonge leeftijd van het meisje heeft verdachte door het van haar gemaakte filmpje ook kinderporno vervaardigd en in bezit gehad. Verdachte heeft een grote inbreuk gemaakt op de privacy van de ontklede slachtoffers die ervan uitgingen - en daar ook vanuit moeten kunnen gaan - dat zij zich onbespied door anderen konden douchen. Deze feiten hebben ook een groot effect op het veiligheidsgevoel van de slachtoffers, te meer nu een van hen slechts negen jaar oud was. Uit de verklaringen van de slachtoffers is ook gebleken dat zij enorm zijn geschrokken. Daarnaast heeft de politie, op aanwijzingen van verdachte, een geladen vuurwapen aangetroffen in zijn woning. Het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen brengt een onaanvaardbaar risico met zich mee voor de veiligheid van anderen. Bezit van een vuurwapen leidt niet zelden tot het daadwerkelijke - vaak dodelijke - gebruik ervan. Persoonlijke omstandigheden Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte waaruit volgt dat hij eerder met justitie in aanraking is geweest, ook voor zedendelicten. De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het over verdachte uitgebrachte aanvullende psychologische rapport waarin onder meer wordt geadviseerd om feit 1 in enigszins verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank overweegt dat verdachte de eerste keer wellicht impulsief heeft gehandeld maar dat hij vervolgens enkele dagen later terug is gegaan naar de opvang, deze keer blijkens de camerabeelden zonder een maaltijd die hij zou moeten bezorgen. Hij heeft vervolgens in de doucheruimte gewacht tot er iemand in het hokje naast hem ging douchen. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het daarbij dan ook niet om een impulsieve actie van verdachte, maar betrof het een doelbewust handelen. De reclassering heeft geadviseerd om een deels voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen met daarbij de volgende bijzondere voorwaarden:• Meldplicht bij reclassering• Ambulante begeleiding• Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik Strafmaat Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daaruit volgt dat voor het voorhanden hebben van een pistool in een woning een gevangenisstraf van vier maanden passend is. Het feit dat het vuurwapen geladen was en binnen handbereik was, geldt als strafverzwarend. Een taakstraf zoals door de verdediging is verzocht, doet in deze zaak dan ook geen recht aan de ernst van de feiten. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn is aangevangen op 2 mei 2023 en dat de uitspraak in deze zaak plaatsvindt op 25 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.