← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:6515

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/427728 / JE RK 24-1874 Datum uitspraak: 24 juni 2025 Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), gevestigd te Middelburg, betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2016 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [plaats 1] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [plaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van deze rechtbank van 17 december 2024 en alle daarin genoemde stukken; - het e-mailbericht van de moeder van 17 maart 2025, met bijlagen; - de brief van de GI van 16 mei 2025; - 1.
  2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni
  3. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder; - een tweetal vertegenwoordigsters van de GI; - een zittingsvertegenwoordigster van de Raad. Aan de heer [persoon 1] , persoonlijk begeleider van de vader, is bijzondere toestemming verleend om de mondelinge behandeling bij te wonen. 1.
  4. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] heeft hier geen gebruik van gemaakt. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De verdere beoordeling De standpunten 2.
  5. Bij beschikking van 17 december 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 29 juni 2025 onder aanhouding van het restant van het verzoek tot uiterlijk 16 mei 2025, in afwachting van nader bericht van de GI omtrent de stand van zaken. De kinderrechter heeft de GI de opdracht meegeven te onderzoeken of er bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sprake is van trauma’s en zo ja, daar passende hulpverlening voor in te zetten. Ook dient onderzocht te worden of en zo ja op welke wijze contactherstel tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mogelijk is en wat daarvoor nodig is. Ook diende onderzocht te worden of systemische hulpverlening van [hulpverlening] iets kan betekenen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
  6. Bij brief van 16 mei 2025 heeft de GI de kinderrechter bericht dat zij het restant van het verzoek handhaaft. Naar aanleiding van de mondelinge behandeling in december 2024 is besloten om opnieuw te starten met hulpverlening vanuit [hulpverlening] . De GI vindt het noodzakelijk dat er systemische hulpverlening wordt ingezet omdat het gedrag van de moeder van invloed is op de kinderen. Een recent voorbeeld daarvan is het incident dat op 11 maart 2025 heeft plaatsgevonden. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn aangemeld bij [ggz accommodatie] maar daar is sprake van een wachtlijst. In de tussentijd kan de systemische hulpverlening starten. De GI vindt het nodig dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Nog niet alles is geprobeerd om te onderzoeken of contacten tussen de kinderen en de vader mogelijk is. Het is aan de vader om de adviezen van de hulpverlening op te volgen, mocht er gewerkt kunnen worden aan contactherstel. De moeder moet begrijpen dat zij grote invloed heeft op de kinderen. De gemoedstoestand van de kinderen hangt af van die van de moeder. De GI heeft advies ingewonnen bij hun gedragswetenschapper en die heeft geconstateerd dat er nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door het langdurig afwezig zijn van contact tussen de kinderen en hun vader en de forse loyaliteitsproblematiek bij de kinderen. De opdracht van de kinderrechter uit de eerste beschikking omvatte onder andere het in beeld krijgen van mogelijk traumagerelateerde problematiek bij de kinderen, als ook de inzet van passende systemische hulpverlening. Het is nodig dat voor beide kinderen een breder onderzoek plaatsvindt, waarin de hypothese van traumagerelateerde problematiek kan worden onderzocht, tegen de achtergrond van eerder bij [minderjarige 1] vastgestelde neurobiologische problematiek (ASS) en eerder veronderstelde problematiek bij [minderjarige 2] . [ggz accommodatie] heeft aangegeven dat systemische inzet nodig is om de thuissituatie van de kinderen bij de moeder voldoende te stabiliseren alvorens zij breed psychodiagnostisch onderzoek kunnen laten plaatsvinden en er helder onderscheid gemaakt kan worden tussen datgene wat bij de kinderen zelf hoort en welk gedrag ontstaat/beïnvloed wordt, vanuit de gezinssituatie. Intussen is middels MDFT ingezet op het systeem bij de moeder thuis. De gedragswetenschapper van de GI ziet het doorlopen van dit traject als noodzakelijk om gezinspatronen te kunnen doorbreken. De GI verschilt van visie met de moeder over de invloed die systeemproblematiek in de thuissituatie van de kinderen bij de moeder heeft op de kinderen en welke rol de moeder hierin zou kunnen pakken. Door het visieverschil tussen de GI en de moeder komt hulpverlening vertraagd op gang. 2.
  7. Tijdens de mondelinge behandeling voert de GI aan dat [hulpverlening] heeft aangegeven mogelijkheden te zien voor de inzet van systemische hulpverlening. Over een aantal weken staat de evaluatie met [hulpverlening] op de planning. Het is nodig dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd om de systemische hulpverlening verder in gang te zetten. Het patroon wat te zien is in dit gezin moet worden doorbroken. Ook is de GI van mening dat de moeder hulp nodig heeft om te leren uit te kunnen stralen naar de kinderen dat zij hun vader nodig hebben. De moeder is van mening dat alleen hulpverlening voor de kinderen persoonlijk nodig is, maar de GI vindt dat de situatie voor de kinderen dan niet verbetert. De moeder is de sleutel in het verhaal. Als zij kan gaan inzien hoe haar houding is door de spiegel die de hulpverlening voor zal houden, dan kunnen er stappen gezet worden. Het gezin blijft in hetzelfde patroon hangen als er nu niet wordt ingezet op systemische hulpverlening. Het is nodig dat de moeder meegenomen wordt in de hulpverlening. De samenwerking met de moeder verloopt niet goed. Van beide kanten moet hieraan gewerkt worden. De GI wil graag zicht krijgen op wat de moeder nodig heeft om verder te kunnen. 2.
  8. In het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige 1] aangegeven dat hij de ondertoezichtstelling niet meer wil. Hij is het beu om telkens weer met nieuwe hulpverleners te moeten praten. Ook wil hij dat er naar hem geluisterd wordt in zijn wens dat hij geen contact met zijn vader wil. Inmiddels heeft hij een paar gesprekken gehad met [persoon 2] van [hulpverlening] . Die gesprekken vindt hij wel oké. [minderjarige 1] heeft veel aan de gesprekken die hij heeft met [persoon 3] , zijn vertrouwenspersoon. 2.
  9. De moeder verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat ze het niet eens is met het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De inmenging van de GI moet stoppen. De moeder heeft 7 jaar lang aan alles meegewerkt en haar medewerking verleend aan de hulpverlening maar er zijn geen stappen gezet. Het is heel pijnlijk om te zien dat het systeem niet werkt. De kinderen hebben rust nodig. En die komt er als de ondertoezichtstelling stopt. Pas als er rust is voor de kinderen kan er voor hen de nodige hulp worden ingezet. [minderjarige 1] gaat echt wel praten als er een vertrouwensband is opgebouwd. Het is hard nodig dat voor de kinderen individuele hulpverlening wordt ingezet. De moeder heeft hiervoor al diverse aanvragen gedaan maar telkens wordt haar aangegeven dat deze hulp niet door kan gaan omdat de GI dit vanuit hun functie van jeugdbeschermer moet aanvragen. De moeder mist oprechte samenwerking met de GI. De moeder is kapot gemaakt door het systeem. Ze heeft zo hard voor de kinderen gevochten maar ze kan ze niet meer beschermen. Ze voelt zich ook steeds meer onder druk gezet door de GI. 2.
  10. De vader verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat hij heel erg hoopt dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Het is nodig dat de GI langer betrokken blijft en dat de benodigde hulpverlening kan worden ingezet. De moeder heeft een persoonlijke vete met hem, maar de vader gunt het de kinderen dat hen vrijheid wordt gegeven om contact met hem te hebben. Per slot van rekening zijn de vader en de moeder samen de ouders van de kinderen. De moeder moet niet langer slecht praten over de vader. In het verleden was hij niet altijd de beste vader, dat geeft hij toe, maar hij heeft hard aan zichzelf gewerkt en is veel veranderd. De vader hoopt dat door middel van hulpverlening er verandering komt in de samenwerking met de moeder en dat ze een modus kunnen vinden waarop ze het hoognodige contact kunnen hebben in het belang van de kinderen. Ook hoopt de vader dat hij [minderjarige 2] en [minderjarige 1] eindelijk weer in zijn armen kan sluiten. 2.
  11. De Raad adviseert het verzoek toe te wijzen. Het is nodig dat er systemische hulpverlening wordt ingezet om de patronen binnen dit gezin te doorbreken. De Raad adviseert hulp in te zetten om de moeder anders te leren kijken naar haar rol in het geheel. De moeder laat heel duidelijk merken dat ze strijdt voor haar kinderen, maar misschien kan de moeder een andere modus vinden om voor haar kinderen op te komen. De Raad merkt veel boosheid bij de moeder op en dit straalt uit op de kinderen. De kinderen hebben voelsprieten voor alle non-verbale communicatie die plaatsvindt. De rust die [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zouden ervaren als de ondertoezichtstelling zou eindigen, is schijnrust. Voor een goede ontwikkeling hebben de kinderen hun vader nodig. De Raad hoopt dat door inzet van systemische hulpverlening er iets gaat veranderen. De inhoudelijke beoordeling 2.
  12. De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op dit punt in de procedure moet de kinderrechter nog een beslissing nemen op het restant van het verzoek, te weten de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van 6 maanden. De nadere beoordeling 2.
  13. Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan de hierboven genoemde wettelijke vereisten. De kinderrechter constateert dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van zes maanden en het restant van het verzoek van de GI aldus toewijzen. Deze beslissing zal de kinderrechter hierna toelichten. 2.
  14. De kinderrechter is van oordeel dat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog niet is weggenomen. Zij verkeren namelijk nog steeds in een loyaliteitsconflict en zitten klem tussen hun ouders. Ook zijn de zorgen over het gebrek aan contact met hun vader nog onverminderd aanwezig. De hulpverlening van [hulpverlening] is net ingezet en deze heeft ingang gevonden bij de moeder, maar ook bij de kinderen. [minderjarige 1] heeft aangegeven dat hij verder geen hulp meer wil maar de gesprekken met [persoon 2] van [hulpverlening] vindt hij fijn. De kinderrechter is van oordeel dat het van belang is dat de systeemtherapie die de GI de komende periode in wil gaan zetten, ook daadwerkelijk doorgang vindt en wordt gemonitord. Dit kan naar het oordeel van de kinderrechter niet binnen het vrijwillig kader, nu de moeder heeft aangegeven geen heil meer te zien in verdere hulpverlening behalve hulpverlening die enkel gericht is op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Het gedwongen kader is aldus nodig om de juiste hulpverlening in te kunnen zetten en te kunnen monitoren. De kinderrechter hoopt dat de systeemtherapie de patronen die in dit gezin aanwezig zijn, kan onderzoeken en doorbreken en dat er bij de moeder ruimte kan ontstaan voor contact met de vader. 2.
  15. De kinderrechter vindt het, naast de inzet van systeemtherapie, nog steeds van belang dat wordt onderzocht of er bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sprake is van trauma’s en zo ja dat daar indien nodig passende hulpverlening voor wordt ingezet. Ook is belangrijk dat de GI daarnaast blijft onderzoeken of en zo ja op welke wijze contactherstel tussen de vader en de minderjarigen mogelijk is en wat daarvoor nodig is. De kinderrechter hoopt dat in de komende periode zal blijken of de systemische hulpverlening van [hulpverlening] iets kan betekenen voor de minderjarigen. 2.
  16. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. 2.
  17. Dit leidt tot de volgende beslissing. 3De beslissing De kinderrechter: 3.
  18. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 29 juni 2025 en tot 29 december 2025; 3.
  19. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli
  20. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.