← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:6516

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/435221 / FA RK 25-2396 datum uitspraak: 4 juli 2025 beschikking over vervangende toestemming vakantie en aanvraag reisdocument in de zaak van [de man] , wonende in [plaats 1] , advocaat: mr. I. de Dobbelaere-Woets in Terneuzen, tegen [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende in [plaats 2], over de minderjarige: - [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023, hierna: [minderjarige] . Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd. 1Het procesverloop 1.1 In het dossier zit het volgende stuk: - het op 8 mei 2025 ontvangen verzoek, met bijlagen. 1.2 De verzoeken zijn mondeling behandeld op 27 juni

  1. Bij die behandeling is gekomen de man, met zijn advocaat. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig namens de Raad. 1.
  2. De vrouw is juist opgeroepen, maar is niet gekomen. 2De feiten 2.1 Partijen zijn met elkaar getrouwd. Tussen partijen is een echtscheidingsprocedure bij de rechtbank aanhangig, bekend onder zaak- en rekestnummer C/02/417284 / FA RK 23-
  3. 2.2 Tijdens het huwelijk van partijen is [minderjarige] geboren. 2.3 [minderjarige] verblijft bij de man. 2.3 Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige] . 2.4 De vrouw heeft de Belgische nationaliteit, de man en [minderjarige] (in ieder geval) de Nederlandse. 3De verzoeken en het verweer 3.1 De man verzoekt, met een beroep op artikel l:253a, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, vervangende toestemming te verlenen: - tot het aanvragen van een geldig identiteitsbewijs voor [minderjarige] , - tot het reizen van zijn moeder met [minderjarige] naar Turkije in de periode van 10 juli 2025 tot 15 augustus 2025 en een verblijf aldaar op het [adres] ; - de vrouw te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure. 3.2 De vrouw heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van de man. 3.3 Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om de verzoeken te beoordelen, hierna ingegaan. 4De standpunten 4.
  4. Door en namens de man wordt in het verzoekschrift en tijdens de mondelinge behandeling het navolgende aangevoerd. Tussen partijen is een echtscheidingsprocedure aanhangig. Het lukt partijen niet om tot afspraken over [minderjarige] te komen die in een ouderschapsplan kunnen worden vastgelegd. Partijen hebben met behulp van een piketmediator afspraken gemaakt over de zorgregeling en zijn een zorgregeling op basis van co-ouderschap overeengekomen. Ook zijn partijen overeengekomen dat de vakanties en feestdagen bij helfte zullen worden gedeeld en dat [minderjarige] in de zomervakantie, uitgaande van de Belgische schoolvakanties, 4 weken bij ieder van zijn ouders verblijft. Deze afspraken zijn in een vaststellingsovereenkomst opgenomen. Na 3 maanden kwam de vrouw de overeengekomen regeling echter al niet meer na. De verwijzing van partijen naar het Uniform Hulpaanbod heeft geen resultaat gehad. Dit traject is negatief afgesloten omdat de doelen niet zijn gehaald. De Raad gaat nu onderzoek doen. [minderjarige] verblijft al 9 maanden lang bij de man. Er is ook al 9 maanden geen contact geweest tussen de vrouw en [minderjarige] , omdat de vrouw het laat afweten en hem niet ophaalt. De vrouw vraagt ook niet hoe het met [minderjarige] gaat. De vrouw reageert ook niet op verzoeken van de man om haar toestemming te verlenen zoals voor de inschrijving van [minderjarige] bij de peuterspeelzaal. De man heeft het idee dat het niet goed gaat met de vrouw. Het is vaak niet duidelijk waar de vrouw verblijft en zij is niet goed bereikbaar. De man wil deze zomer op vakantie met [minderjarige] naar Turkije. Hij heeft hierover een tijd geleden contact gezocht met de vrouw. De vrouw heeft toen aan hem aangegeven dat zij hiermee akkoord was en dat ze de toestemmingsformulieren zou tekenen. De toenmalige advocaat van de vrouw heeft toen aan de advocaat van de man aangegeven dat de vrouw de formulieren zou tekenen en naar de man toe zou sturen. De man heeft deze formulieren echter niet ontvangen en ook niets meer van de vrouw gehoord. De advocaat van de vrouw heeft zich inmiddels onttrokken. Hieruit lijkt op te maken dat ook haar eigen advocaat geen contact met de vrouw kan krijgen. De man wil in de periode tussen 10 juli 2025 en 15 augustus 2025 op vakantie naar Turkije. Het is de bedoeling dat de moeder van de man eerst met [minderjarige] naar familie in Turkije reist en dat de man hen achterna reist. De man heeft nog geen tickets geboekt, omdat hij de uitkomst van deze procedure wil afwachten. De man verzoekt ook vervangende toestemming voor de aanvraag van een reisdocument voor [minderjarige] . [minderjarige] beschikt over een Belgische identiteitskaart, maar de man wil ook graag een Nederlandse identiteitskaart voor [minderjarige] aanvragen. Ook hiervoor ontbreekt de toestemming van de vrouw. De man verzoekt de vrouw te veroordelen in de proceskosten. Op grond van artikel 6:96 BW is de vrouw aansprakelijk voor de door de man gemaakte kosten. 4.2 De Raad adviseert de verzoeken van de man toe te wijzen. Er is nauwelijks tot geen communicatie tussen de ouders en de vrouw reageert niet op verzoeken van de man. De Raad acht het in het belang van [minderjarige] om een Nederlandse identiteitskaart aan te vragen zodat hij kan reizen of kan worden ingeschreven op een basisschool enzovoort. Dit is in het belang van [minderjarige] en zijn ontwikkeling. De Raad ziet geen bezwaar in de duur van de vakantie die de man met [minderjarige] wil doorbrengen in Turkije. Gebleken is dat [minderjarige] al ruim 9 maanden bij zijn vader verblijft en er al die tijd geen contact met de vrouw is geweest. Oma moederszijde neemt ook al langere tijd een grote rol op zich in de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Dit maakt de situatie dat [minderjarige] straks wekenlang in Turkije zit, niet anders. Het zou wel in het belang van [minderjarige] zijn als de ouders op een adequate wijze kunnen communiceren met elkaar en afspraken kunnen maken over het hebben van contact en het invullen van de vakantie. Het is voor [minderjarige] belangrijk dat hij onbelast contact kan hebben met zijn moeder. De Raad gaat in de tussen partijen aanhangige echtscheidingsprocedure inderdaad onderzoek verrichten naar het hoofdverblijf en de zorgregeling. Het is voor [minderjarige] van cruciaal belang dat duidelijk wordt waar hij gaat opgroeien en hoe het contact met beide ouders eruit ziet. 5De beoordeling 5.
  5. De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen, omdat [minderjarige] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op de verzoeken het Nederlands recht van toepassing. 5.
  6. In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt. 5.
  7. In artikel 1:253a BW staat dat de rechter een beslissing moet nemen die zij het meest in het belang vindt van het kind. De rechter moet eerst bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken (artikel 1:253a lid 5 BW). 5.
  8. De vrouw is, ondanks dat zij daartoe correct is opgeroepen, niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. Het is partijen om die reden dan ook niet gelukt om een afspraak met elkaar te maken over de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart voor [minderjarige] en het verlenen van toestemming voor de vakantie van de man met [minderjarige] naar Turkije. De rechtbank komt dan ook toe aan een inhoudelijke beoordeling van de verzoeken van de man. Vervangende toestemming vakantie 5.
  9. De rechtbank is, net als de Raad, van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij op vakantie kan gaan met zijn vader (en oma) naar Turkije. Gebleken is dat de man [minderjarige] al ruim 9 maanden alleen opvoedt en dat er al die tijd geen contact is geweest tussen [minderjarige] en de vrouw en tussen de man en de vrouw. De man heeft onweersproken gesteld dat de vrouw heeft ingestemd met de vakantie naar Turkije en heeft toegezegd de hiervoor benodigde formulieren te ondertekenen, maar deze vervolgens niet aan de man heeft doen toekomen. Ook de toenmalige advocaat van de vrouw heeft aan de advocaat van de man aangegeven dat de vrouw de formulieren zou hebben ondertekend. Hieruit, maar ook uit het feit dat de vrouw, hoewel zij correct is opgeroepen, geen verweer heeft gevoerd tegen het verzoek van de man, maakt de rechtbank op dat de vrouw geen concrete bezwaren heeft tegen de vakantie van de man en [minderjarige] naar Turkije. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat hij met zijn vader en/of oma op vakantie kan en zal het verzoek van de man tot het verlenen van vervangende toestemming dan ook toewijzen. Vervangende toestemming reisdocument 5.
  10. De rechtbank zal ook het verzoek van de man tot het verlenen van vervangende toestemming voor de aanvraag van een reisdocument toewijzen nu niet is gebleken dat de belangen van [minderjarige] zich tegen toewijzing van dit verzoek verzetten. Alhoewel [minderjarige] beschikt over een nog enkele maanden geldige Belgische identiteitskaart acht de rechtbank het in zijn belang dat hij ook beschikt over een Nederlandse identiteitskaart zodat in Nederland zaken voor hem geregeld kunnen worden. Proceskostenveroordeling 5.
  11. Het verzoek van de man om de vrouw te veroordelen in de proceskosten zal worden afgewezen. Alhoewel de rechtbank het standpunt van de man begrijpt, is de rechtbank van oordeel dat in onderhavig geval geen sprake is van een zodanige situatie dat moet worden afgeweken van het uitgangspunt dat, nu partijen echtgenoten van elkaar zijn, de proceskosten worden gecompenseerd. De proceskosten zullen dan ook worden gecompenseerd. Uitvoerbaar bij voorraad 5.
  12. De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de opvoeding en ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. 6De beslissing De rechtbank: 6.
  13. verleent – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de vrouw – toestemming voor de vakantie van de man en/of oma [persoon] met [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023 naar Turkije in de periode van 10 juli 2025 tot 15 augustus 2025 en een verblijf aldaar op het [adres] ; 6.
  14. verleent aan de man – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de vrouw – toestemming voor de aanvraag van een Nederlands identiteitsbewijs ten behoeve van [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023; 6.
  15. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  16. compenseert de proceskosten; 6.
  17. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2025 in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.