← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:6519

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Middelburg Zaaknummers: C/02/422920 / FA RK 24-2460 (echtscheiding) C/02/431856 / FA RK 25-751 (boedel) (nadere) beschikking van 4 juli 2025 in de zaak van [de man] , wonende te [plaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling te Goes, tegen [de vrouw] , wonende te [plaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. Th. Kremers te Breda. 1Het (verdere) procesverloop 1.

  1. Dit blijkt uit de volgende stukken: Inzake C/02/422920 / FA RK 24-2460 (echtscheiding) en inzake C/02/431856 / FA RK 25-751 (boedel) - de beschikking van deze rechtbank van 16 januari 2025; - het op 11 februari 2025 ontvangen verweerschrift op het zelfstandig verzoek, tevens houdende zelfstandig verzoek; - het F9-formulier van mr. Anthonise-Gieling van 6 maart 2025, met bijlagen; - het F9-formulier van mr. Kremers van 6 maart 2025, met bijlage; - het F9-formulier van mr. Anthonise-Gieling van 24 maart 2025, met als bijlage onder andere een gewijzigd verzoek; - de brief met bijlagen van mr. Kremers van 24 maart 2025, met bijlagen; - de brief van mr. Anthonise-Gieling van 29 april 2025, met als bijlage een door partijen getekend ouderschapsplan; - het F9-formulier van mr. Kremers van 6 mei
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling die gepland stond op 3 april 2025 is op verzoek van partijen niet doorgegaan omdat zij overeenstemming hebben bereikt. 1.
  4. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gelet op hun leeftijd in staat gesteld hun mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt, maar hebben hun mening kenbaar gemaakt door middel van het sturen van een brief. 2De feiten 2.
  5. Partijen, Nederlanders, zijn op 1 juni 2012 in Goes met elkaar getrouwd. 2.
  6. Partijen zijn de ouders van de volgende, thans nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2013; [minderjarige 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 2]
  7. 3De verdere beoordeling 3.
  8. In de zaak met kenmerk C/02/422920 / FA RK 24-2460 (echtscheiding) heeft op 15 november 2024 reeds een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarop is besproken dat bij indiening van het verzoek van de vrouw in het huwelijk de echtscheiding uit te spreken het ouderschapsplan op grond van artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ontbreekt. De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 16 januari 2025 beslist dat de verzoeken van partijen nader mondeling zullen worden behandeld en dat tijdens deze mondelinge behandeling zal worden beoordeeld of partijen ontvankelijk zijn hun verzoeken. De vrouw is voorts bij voornoemde beschikking in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na voornoemde mondelinge behandeling te reageren op het verzoek van de man omtrent de verdeling van de huwelijksgemeenschap. 3.
  9. Bij de brief van 28 april 2025 heeft mr. Anthonise-Gieling de rechtbank geïnformeerd dat partijen algehele overeenstemming hebben bereikt over alle gevolgen van de echtscheiding. Namens de vrouw verzoekt zij de rechtbank om uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat: I. tussen partijen, gehuwd op 1 juni 2012 te Goes, de echtscheiding uit te spreken; II. te bepalen dat partijen gehouden zijn tot naleving van hun onderlinge regelingen als vervat in het door hen getekende en nog in het geding te brengen ouderschapsplan; III. de wijze van scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen aldus vast te stellen:
  10. dat de woning te [plaats] aan de [adres] wordt toebedeeld aan de vrouw onder de opschortende voorwaarde dat de man, uiterlijk op het moment van de notariële toedeling van de onroerende zaak, zal worden ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld van partijen bij Allianz en dat de echtscheiding tot stand komt door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;
  11. dat de vrouw alle rechten zal kunnen overnemen behorende bij en voortvloeiende uit het hypotheekcontract met Allianz;
  12. dat de vrouw de kosten zal voldoen van de notariële toedeling van de onroerende zaak. Dat de notariële toedeling uiterlijk binnen twee maanden na datum echtscheiding dient plaats te vinden en dat beide partijen hieraan ten volle hun medewerking dienen te verlenen;
  13. dat de woning aan derden te koop zal worden aangeboden als de termijn als bedoeld in de vorige volzin niet wordt gehaald, in welk geval de gehele regeling ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap komt te vervallen en zal de woning per direct in de verkoop worden gezet. Dit is alleen anders indien de termijn niet kan worden gehaald door omstandigheden die de man kunnen worden aangerekend en/of in het geval van overmacht;
  14. dat beide partijen tot de datum van notariële levering van de onroerende zaak aan de vrouw van de woning gebruik kunnen maken. Na de toedeling vervalt dit recht voor de man;
  15. dat de vrouw, vanaf het moment dat de man feitelijk uit de gezamenlijke woning vertrekt, alle lasten betreffende de eigendom en het gebruik van de woning zal voldoen (zowel rente als aflossing, als de gebruikslasten), ook wanneer de woning nog niet notarieel geleverd is aan de vrouw. Tot het moment van het vertrek van de man, betaalt de man de volledige rente en aflossing en de verdere gebruikslasten van de onroerende zaak, behoudens de verzekeringspremies en de telefoonkosten van de kinderen alsook de abonnementsgelden van bepaalde streamingsdiensten, bij partijen genoegzaam bekend. Deze laatstbedoelde kosten worden voldaan door de vrouw;
  16. dat de onroerende zaken in en om het huis door partijen in onderling overleg zullen worden verdeeld, zonder dat hiervan bij beschikking een beschrijving behoeft te worden gegeven;
  17. dat de Renault Clio, [kenteken 1] , de motor en de caravan, [kenteken 2] (inclusief inventaris), bij partijen genoegzaam bekend, aan de vrouw worden toebedeeld;
  18. dat de Renault Megane, [kenteken 3] en de racefiets, merk Cannondale bij partijen genoegzaam bekend, aan de man worden toebedeeld;
  19. dat de activa en passiva van, alsook de rechten en plichten voortvloeiende uit de onderneming, genaamd [bedrijf] en gevestigd te [plaats] aan de man worden toebedeeld, onder vrijwaring ter zake van de vrouw. Er zal sprake zijn van een fiscaal geruisloze doorschuiving;
  20. dat ieder de bankrekeningen voortzet die op zijn/haar naam zijn gesteld, onder toedeling van het hierop aanwezige saldo aan degene die de rekening voortzet;
  21. dat de gezamenlijke bankrekeningen van partijen zullen worden opgeheven op het moment van de notariële toedeling van de onroerende zaak aan de vrouw, onder verdeling van het alsdan hierop aanwezige saldo bij helften;
  22. dat partijen over en weer afzien van de geclaimde vergoedingsaanspraken, een en ander voor zover deze al zouden bestaan;
  23. dat partijen de aangifte IB 2024 en 2025 op elkaar zullen afstemmen en in overleg met elkaar zullen indienen, daarbij eventueel gebruik makend van de mogelijkheid van optimalisering van de aangiften. De aanslagen 2024 en 2025 komt toe, althans komt voor rekening van degene aan wie de aanslag wordt opgelegd. Voor 2024 en 2025 zal gelden dat de hypotheekrente aftrek kan worden genoten (en dat het aldus te behalen voordeel kan worden behouden) door degene die de betreffende hypotheekrente feitelijk heeft voldaan;
  24. dat de vrouw wegens overbedeling aan de man, uiterlijk op het moment van de notariële toedeling van de onroerende zaak aan haar, een lumpsum zal uitbetalen van € 165.000,-;
  25. dat partijen elkaar voor het overige algehele en finale kwijting verlenen; IV. te verstaan dat partijen zijn overeengekomen dat zij over een weer definitief afzien van hun recht op een bijdrage in de kosten van levensonderhoud voor nu en in de toekomst. Zij zullen van het hierbij overeengekomen nihilbeding geen wijziging kunnen verlangen, vanwege gewijzigde omstandigheden, een en ander behoudens het bepaalde in artikel 1:159 lid 3 BW; V. te verstaan dat partijen zijn overeengekomen dat zij de werking van de Wet Verevening Pensioenrechten na echtscheiding m.b.t. de door ieder van hen opgebouwde rechten op ouderdomspensioen alsmede pensioenverrekening conform het arrest van de Hoge Raad van 27 november 1981 uitsluiten; VI. te verstaan dat partijen zijn overeengekomen dat zij het voor ieder van hen gereserveerde bijzonder partnerpensioen, gereserveerd blijft, een en ander voor zover het pensioenreglement hierin voorziet; VII. hetgeen door partijen anders of meer is verzocht, kan als ingetrokken worden beschouwd. 3.
  26. Bij F9-formulier van 6 mei 2025 heeft mr. Kremers de rechtbank namens de vrouw bericht dat partijen inderdaad tot overeenstemming zijn gekomen op de wijze zoals door mr. Anthonise-Gieling in de brief van 28 april 2025 is weergegeven. De vrouw verzoekt de rechtbank de tussen partijen gemaakte afspraken over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap in de beschikking op te nemen. Ook verzoekt de vrouw het door partijen getekende ouderschapsplan deel te laten uitmaken van de door de rechtbank af te geven beschikking. Het meer of anders door de vrouw verzochte wordt door middel van deze brief ingetrokken. Inzake C/02/422920 / FA RK 24-2460 Echtscheiding 3.
  27. Het verzoek tot echtscheiding zal, als op de wet gegrond en niet weersproken, worden toegewezen. Ouderschapsplan 3.
  28. Bij brief van 28 april 2025 heeft mr. Anthonise-Gieling een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan overgelegd. De man verzoekt de rechtbank te bepalen dat partijen gehouden zijn tot naleving van hun onderlinge regelingen als vervat in het door hen getekende en nog in het geding te brengen ouderschapsplan. De vrouw verzoekt het ouderschapsplan deel te laten uitmaken van de door de rechtbank af te geven beschikking. De rechtbank zal bepalen dat de regeling uit het ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking en partijen bevelen deze regelingen na te komen. Inzake C/02/431856 / FA RK 25-751 Verdeling huwelijksgoederengemeenschap 3.
  29. Blijkens de brief van mr. Anthonise-Gieling van 28 april 2025 en het F9-formulier van mr. Kremers van 6 mei 2025 hebben partijen overeenstemming bereikt over de wijze waarop de huwelijksgoederengemeenschap moet worden verdeeld. De rechtbank heeft partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld een ondertekend exemplaar van het echtscheidingsconvenant bij de rechtbank in te dienen zodat dit echtscheidingsconvenant aan de beschikking kan worden gehecht. De rechtbank heeft geen getekend echtscheidingsconvenant van partijen ontvangen. 3.
  30. Nu partijen volledige overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de gehele ontbonden huwelijksgemeenschap, kan de rechtbank de wijze van verdeling niet vaststellen, gezien het bepaalde in artikel 3:185 lid 1 BW. De rechtbank zal het verzoek van de man om de wijze van verdeling vast te stellen dan ook afwijzen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de tussen partijen gemaakte afspraken tussen hen wel bindend zijn, maar zich niet lenen voor opname in het dictum van deze beschikking. Inzake C/02/422920 / FA RK 24-2460 en C/02/431856 / FA RK 25-751 3.
  31. Het meer of anders door partijen verzochte zal worden afgewezen. 4De beslissing Inzake C/02/422920 / FA RK 24-2460 De rechtbank: 4.
  32. spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op 1 juni 2012 in de gemeente Goes met elkaar gehuwd; 4.
  33. bepaalt dat de overige onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking en beveelt partijen om de verplichtingen uit het ouderschapsplan na te komen; Inzake C/02/422920 / FA RK 24-2460 en C/02/431856 / FA RK 25-751 4.
  34. compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 4.
  35. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 juli
  36. !Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.