RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/439581 / FA RK 25-4582 Datum uitspraak: 19 september 2025 Beschikking van de rechtbank over de (tijdelijke) voogdij in de zaak van NIDOS JEUGDBESCHERMING VOOR VLUCHTELINGEN, locatie Utrecht, hierna te noemen: de GI, betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 te [geboorteplaats] ( [land] ), hierna te noemen: [minderjarige] , thans verblijvende op het [adres] . 1Het procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoek met bijlagen van de GI van 3 september 2025; - de bereidverklaring van de GI van 3 september 2025. 2Het verzoek 2.1 De GI verzoekt de (tijdelijke) voogdij over [minderjarige] uit te spreken, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. 3De beoordeling 3.1 Op grond van het bepaalde in artikel 1:253r lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang gelezen met artikel 1:253q BW, benoemt de rechtbank een voogd indien één of beide ouder(
- s)al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert/verkeren het gezag uit te oefenen of indien het bestaan of de verblijfplaats van één of beide ouder(
- s)onbekend is. Gelet op lid 2 van artikel 1:253r BW is het gezag, dat aan één of beide ouder(
- s)toekomt, geschorst gedurende de tijd waarin een van de in het eerste lid genoemde omstandigheden zich voordoet. Op grond van het bepaalde in artikel 1:253q lid 3 BW kan de rechtbank een voogd benoemen indien het gezag van de gezaghebbende ouder(
- s)geschorst is. 3.2 Uit de overgelegde stukken blijkt dat [minderjarige] op 24 juli 2025 in Nederland is aangekomen. Zij is samen met haar ouders en zusje vanuit [land] naar Nederland gereisd, maar tijdens de reis zijn de ouders en het zusje van [minderjarige] , zo heeft zij verklaard, overleden. 3.3 Genoegzaam is komen vast te staan dat de ouders van [minderjarige] , nu zij vermoedelijk zijn overleden maar in ieder geval hun feitelijke verblijfplaats onbekend is, in de onmogelijkheid verkeren het gezag over haar uit te oefenen. Dit betekent dat het gezag is geschorst. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat [minderjarige] op dit moment in een opvanggezin in [plaats] verblijft. Gelet op de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen, zal de rechtbank ambtshalve overgaan tot benoeming van de GI tot (tijdelijk) voogdes nu het belang van [minderjarige] is gediend bij een maatregel, zodat er zo spoedig mogelijk beslissingen over haar genomen kunnen worden. 3.4 De rechtbank zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. 3.5 Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 4De beslissing De rechtbank: 4.1 benoemt over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2017 te [geboorteplaats] ( [land] ), tot tijdelijke voogdes: de gecertificeerde instelling Stichting Nidos, gevestigd aan de Maliebaan 99, 3581 CH, te Utrecht; 4.2 verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(
- n)aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.