RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Civiel recht Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: C/02/408870 / HA ZA 23-230 Vonnis van 21 mei 2025 (bij vervroeging) in de zaak van 1 [persoon 1] , te [plaats 1] in Canada, eisende partij, hierna te noemen: “ [persoon 1] ”, advocaat: mr. R.A.D. Blaauw,
- DIVECO DWC LLC, gevestigd te Dubai (VAE) , eisende partij, hierna ook te noemen: “ Diveco ”, advocaat: mr. R.A.D. Blaauw (voorheen: mr. D.A.D van Arkel), tegen DCN DIVING B.V., te Bergen op Zoom, gedaagde partij, hierna ook te noemen: “DCN” , advocaat: mr. B. Martens. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit: - de dagvaarding van 6 april 2023 met producties 1 – 15; - de conclusie van antwoord van 24 april 2024 met één productie; - de ongedateerde mail van mr. Blaauw overlegging e-mail van 10 augustus 2020 van [persoon 2] (productie 38); - de akte overlegging producties tevens wijziging van eis met producties 16 – 37 van 30 oktober 2024 van mr. Blaauw; - de akte overlegging producties tevens wijziging van eis met producties 38 – 59 van 6 mei 2025 van mr. Blaauw; - de mondelinge behandeling van 6 mei 2025 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Advocaten hebben aan de hand hiervan de zaak bepleit. Deze spreekaantekeningen zijn aan de aantekeningen van de griffier gehecht. 1.
- Ten slotte is bij vervroeging vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- DCN is een wereldwijd actief duikbedrijf werkzaam in de offshore industrie. Ook [persoon 1] is actief (geweest) in de offshore-industrie. 2.
- DCN en [persoon 1] hebben met elkaar in het Midden-Oosten samengewerkt en de onderneming “DCN GLOBAL” ‘opgezet’. Deze onderneming is verkocht aan FUGRO N.V. 2.
- Als productie 3 legt [persoon 1] over het document “Middle East ‘Newco’ strategy, discussion paper” Cyprus Saturday 1st of April
- Dit document vermeldt voorts: ‘(…) ASSUMPTIONS DCN built up a great market position in world with high reputations › worldwilde player in subsea services Currently VSG Group with ‘the four’ ( [persoon 3] , [persoon 4] , [persoon 5] & [persoon 6] ) Extension of current structure with expertise of ‘the three’ ( [persoon 7] , [persoon 1] , [persoon 8] ) Combination of DCN and NewCo; Perfect starting position to set up the NewCo in ME with ‘the seven’ MAIN GOAL Re-Enter the Middle East market again with subsea services Form an agreement in legal and organizational structure for new company in the Middle East for subsea services as extension to DCN Diving B.V. Detect & signal obstacles to conquer in order to successfully set up this new company in the Middle East Necessary choices Legal Structure NewCo (…) In VSG Holding or subsidiairy ? (Management buy-in?) (…) Percentage /ratios in new company (…) Where to establish local entity? (…) Shareholders agreement in; Voting structure, decisional powers, dividend policy Funding of Newco (internal/external) (Management buy-in?) Determine salaries Management salarie ‘the seven’ (…) Exit strategy Etc. (…)’ 2.
- Op 18 april 2017 is DiveCo opgericht. [persoon 1] en [persoon 9] (‘ [persoon 9] ’)houden elk de helft van de aandelen in DiveCo . [persoon 9] is de general manager. 2.
- Bij schriftelijke koopovereenkomst (“Plant Sale Agreement”) van 18 juni 2017 koopt DiveCo van Leighton Offshore Pte Ltd een tweetal Air Diving DDC Containers voor een totale koopsom van $ 300.000,
- [persoon 9] vertegenwoordigt DiveCo bij deze koop. Ook het “Certificate of Delivery and Acceptance” ondertekent [persoon 9] namens DiveCo . 2.
- Op 23 maart 2019 bericht [persoon 6] van DCN aan [persoon 1] het volgende: ‘(…) We agree the matter can and will be resolved. I have put in the attached spreadsheet a few adjustment and come now to the following position: We will adjust the starting date to 1st of januari 2017, we don’t agree but we will adjust The interest percentage stays at 6%, this is much higher then we lend money for: max 2% without risk premium and max 5% with risk! We consider it to be a loan without risk but we are prepared to pay 6% interest per annum We think the most serious discussion is about the shares part. Shares are risk bearing and therefore have a value based on the results and have been achieved. The current equity value is negative but we are prepared to value it at zero. Overall: DCN Books as of 31/03/2019 (…) Total USD 337.882,81 We will transfer this amount of money before the end of march to you Want to meet face to face if possible but Canada is a bit too far away Best regards, On behalf of DCM management (…)’ 2.
- Bij e-mail van 25 maart 2019 aanvaardt [persoon 1] het bedrag van USD 337.882,81 (dat aan [persoon 1] is overgeboekt) maar ten aanzien van het onderwerp share capital bericht [persoon 1] aan [persoon 6] van DCN het volgende: ‘(…) As per previous comment DCN needs to issue the shares. This shareholder paid up share capital as per the agreement reached and also funded the company when there were shortfalls on share capital from others. I understand risk and I will refrain right now to explain what share capital is to you because I am sure you understand share capital. I will also for now keep my opinion to myself because I don’t think there could be a further discussion on the value of DCN ME shares without DCN issuing the shares as per our agreements. The shares should have been issued on payment of share capital. This is necessary and the right thing to do from DCN side to start discussion on the valuation of shares. Thank you for the Transfer. I am with Same ADCB bank as before. If you need again details again I can forward otherwise [persoon 2] has the details. WRT face to face meeting. I could come through to Netherlands if required however I am sure and hope this can be resolved on Skype and or mail Thank you (…)’ 3Het geschil 3.
- [persoon 1] vordert na de tweede gewijzigde eis - samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: i. voor recht verklaart dat tussen DCN en DiveCo een overeenkomst heeft bestaan om samen te werken op het gebied van duikactiviteiten in het Midden Oosten, Afrika en ook Azië (…) ter zake waarvan DCN toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming: door de opbrengsten van die samenwerking niet te verdelen (conform de afspraak 30% DiveCo en 70% DCN (…) tot aan het moment dat het aandeel van DiveCo is overgenomen (en uitgekocht) (…); door zich terug te trekken uit projecten (waaronder Iran); door de activa (materiele en immateriële activa) niet te verantwoorden in de samenwerking; niet behoorlijk met DiveCo af te rekenen en af te wikkelen; en DiveCo niet toe te staan of in staat te stellen een deugdelijk onafhankelijk accountantsonderzoek te laten uitvoeren naar de door DCN zich toegeëigende activa en contracten en niet verantwoorde activa en contracten teneinde onderling tot een afwikkeling van de relatie te komen; Dit onderdeel van de vordering stellen eisers ten behoeve van [persoon 1] subsidiair (‘althans’) in tegen DCN (onderdeel ii van de vordering). Verder vorderen DiveCo en [persoon 1] onder ad iii een verklaring voor recht dat het voorgaande ook jegens hen onrechtmatig is en voorts op de grond dat ‘DCN zich heeft gedistantieerd van DiveCo en [persoon 1] , haar accountants en medewerkers haar minder welgevallige gezamenlijke projecten onder te brengen in DiveCo en hen te instrueren om daarna tot liquidatie van de onderneming over te gaan zonder instemming of medewerking van [persoon 1] .’ iv. DCN veroordeelt schadevergoeding aan DiveCo en [persoon 1] te betalen op te maken bij staat; v. DCN veroordeelt in de kosten van het geding. 3.
- Aan deze vordering leggen DiveCo en [persoon 1] de navolgende stellingen ten grondslag die de rechtbank als volgt zal samenvatten. In de stellingen van [persoon 1] en/of DiveCo heeft de rechtbank een drietal kernverwijten weten te ontdekken. -Tussen eisers en DCN (en [persoon 9] en [persoon 7] ) is een samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen. In de nakoming van deze samenwerkingsovereenkomst is DCN tekort geschoten als gevolg waarvan DCN zich jegens eisers schadeplichtig heeft gemaakt. -In verband met deze stelling betogen eisers ook dat zij recht hebben op aandelen, share capital, in het samenwerkingsverband. Deze aandelen dienen nog aan eisers te worden uitgegeven, maar DCN weigert hiertoe over te gaan. -DCN moet nog met eisers afrekenen uit hoofde van deze samenwerking onder meer in verband met door eisers gemaakte kosten ten behoeve van deze samenwerking. -Verder voeren eisers aan dat DCN onrechtmatig heeft meegewerkt aan de onttrekking van vermogensbestanddelen van DiveCo en de samenvoeging van administratie en dat DCN voorts onrechtmatig heeft meegewerkt aan de hierop volgende liquidatie van DiveCo . 3.
- DCN voert verweer. DCN concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [persoon 1] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [persoon 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [persoon 1] in de kosten van deze procedure. DCN voert een aantal verweren. Het eerste verweer luidt dat DiveCo geen procesbevoegdheid heeft: [persoon 1] is geen bestuurder van DiveCo , dat is namelijk [persoon 9] . DiveCo kan dan ook niet in de vordering worden ontvangen. Verder voert DCN aan dat op het geschil niet Nederlands recht van toepassing is. Immers, de samenwerkingsovereenkomst dient als een ‘opdracht’ te worden gekwalificeerd. Een opdracht van DCN aan eisers om bedrijfsactiviteiten op te starten waartegenover staat dat eisers recht op loon hebben. De kenmerkende prestaties zijn de door hen verrichte diensten. Volgens artikel 4 lid 2 Rome I -Verordening is het recht van toepassing van het land waar de verrichter van de diensten haar/zijn gewone verblijfplaats heeft. De gewone verblijfplaats van [persoon 1] was toen Dubai . Het recht van Verenigde Arabische Emiraten (‘VAE’) dient dan ook op de beoordeling van het geschil te worden toegepast. Ook als de beoordeling op grond van onrechtmatige daad plaatsvindt, dient deze beoordeling naar het recht van VAE plaats te vinden: in VAE heeft zich immers de schade voorgedaan. Een nauwere band met het recht van een ander land dan VAE is niet aan te wijzen. Als Nederlands recht wel toepasselijk is, neemt DCN het standpunt in dat geen overeenkomst tot stand is gekomen. Alleen op projectniveau is met Diveco samengewerkt in de opstartfase gedurende welke DCN gebruik heeft gemaakt van de bankrekening van DiveCo . Dat is allemaal tussen partijen afgewikkeld en hieruit vloeien geen verbintenissen meer voort. Zou wel tot een (samenwerkings-)overeenkomst moeten worden geconcludeerd, dan heeft DCN geen opdracht aan eisers verstrekt. Hieraan voegt DCN toe dat in het ongewisse is gebleven welke verplichtingen en/of verbintenissen DCN niet is nagekomen. Eisers schenden hun plicht om duidelijk te maken op grond van welke feiten en omstandigheden DCN jegens hen, of één van hen, aansprakelijk is. DCN tast zodoende in het duister tegen welke verwijten zij zich dient te verweren. DCN staat niet in een bijzondere relatie tot DiveCo . Er bestaat of bestond geen vennootschappelijke relatie tussen DCN en DiveCo . DCN heeft geen betrokkenheid gehad bij de liquidatie van DiveCo of de aanvraag tot liquidatie. DCN heeft zich geen vermogensbestanddelen van DiveCo toegeëigend. Sporen hiervan heeft DCN dan ook niet uitgewist. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De rechtbank stelt voorop dat partijen de feiten volledig en naar waarheid behoren aan te voeren. Ook wijst de rechtbank op de verplichting van procespartijen om stellingen met voldoende nauwkeurigheid in te nemen, bij gebreke waarvan de verzaker het risico loopt niet te worden toegelaten tot bewijslevering, althans bij betwisting van zijn stellingen. Het rechtsbeginsel van hoor en wederhoor -equality of arms- brengt mee dat een gedaagde partij in staat moet zijn om zich deugdelijk tegen te eis te kunnen verweren. In dit verband is van belang dat eisers tot twee maal toe de eis hebben gewijzigd, zonder dat duidelijkheid is gegeven -hoewel de raadsman hiertoe nadrukkelijk in de gelegenheid is gesteld- welke vordering nu precies tegen DCN worden ingesteld. Verder verdient het aanbeveling dat een partij die zich op een productie beroept deze productie ook daadwerkelijk in het geding brengt en vervolgens duidelijk maakt waarom de desbetreffende productie in het geding wordt gebracht en welke stelling door deze productie van een onderbouwing wordt voorzien. Zonder duidelijke toelichting hierop hoeft de rechtbank geen acht te slaan op een productie. Van de rechtbank mag niet worden verwacht dat zij ambtshalve nagaat welke bedoeling een partij heeft gehad met een in het geding gebrachte productie. 4.
- De rechtbank stelt vast dat eisers regelmatig met deze regels aan de haal zijn gegaan. Exemplarisch is voorts dat eisers -zonder digitaal te procederen- niet eens de moeite hebben genomen om na de inleidende dagvaarding de akten en talrijke producties in hard copy te verspreiden. Slechts digitale processtukken en producties hebben zij verspreid. Op de producties is telkens slechts een (zeer) beknopte toelichting gegeven. Hierdoor hebben zij in elk geval artikel 2.
- van het toepasselijke procesreglement geschonden. De rechtbank beschikte tijdens de mondelinge behandeling niet over de producties 38 – 59 waarnaar in de akte van 6 mei 2025 van eisers is verwezen. Eisers hadden nagelaten om deze documenten op de voorgeschreven wijze na te sturen. De suggestie van de raadsman van eisers ter zitting dat hij het gevoel had dat hij de rechtbank ‘aan het verliezen was’ was niet zonder grond, maar wel geheel toe te rekenen aan de wijze waarop de raadsman zelf namens de eisers de procedure heeft gevoerd. 4.
- Met de hiervoor beschreven handicaps zal de rechtbank desondanks de verwijten moeten beoordelen. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen, ondanks dat zij onderkent dat er argumenten zijn aangedragen die tot de toepassing van het recht van de VAE zouden kunnen leiden. De rechtbank oordeelt niet dat Nederlands recht op de rechtsbetrekkingen van toepassing is, maar overweegt dat zelfs indien dit recht -waarop eisers zich beroepen en waartegen DCN zich verweert- zou worden toegepast de verscheidene onderdelen van de vordering niet voor toewijzing in aanmerking komen. Zo bezien mist DCN (ook) voldoende belang bij handhaving van haar verweer dat het recht van een ander rechtsstelsel op de rechtsbetrekkingen behoort te worden toegepast. Hetzelfde geldt voor het verweer dat DiveCo geen procesbevoegdheid heeft omdat niet [persoon 1] maar [persoon 9] bestuurder is van DiveCo . Voorshands valt wel wat te zeggen voor dit verweer, nu immers onduidelijk is gebleven wie nu precies bestuurder is van DiveCo. Daarnaast zal ook de aangevoerde liquidatie van DiveCo zal voor de procesbevoegdheid gevolgen kunnen hebben. Eisers beweren namelijk dat DiveCo is geliquideerd en gaan bij het formuleren van hun vorderingen hiervan uit. Om de procesbevoegdheid te kunnen vaststellen, zal de rechtbank zich (ook) moeten verdiepen in het rechtstelsel dat de oprichting en het bestaan van DiveCo regeert. Partijen hebben dat niet, althans onvoldoende, gedaan, zodat de rechtbank evenmin hiertoe zal overgaan. Overigens heeft DCN onvoldoende belang bij handhaving van dit verweer. Zelfs wanneer de procesbevoegdheid van DiveCo wordt verondersteld, hetgeen de rechtbank zal doen, zal de vordering van DiveCo tegen DCN worden afgewezen. 4.
- De verweren dat Nederlands recht niet moet worden toegepast, maar het recht van VAE en dat DiveCo geen procesbevoegdheid heeft, passeert de rechtbank dan ook. De rechtbank zal derhalve uitsluitend Nederlands recht op de rechtsbetrekkingen tussen partijen toepassen en zal DiveCo in de vordering ontvangen. een samenwerkingsovereenkomst? 4.
- De rechtbank is van oordeel dat eisers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat een samenwerking met DCN heeft bestaan. De details van de samenwerking zijn in dit geding echter niet duidelijk geworden. Deze duidelijkheid wordt niet verschaft door de overlegging van het document waaruit de rechtbank onder sub 2.
- van de feitenvaststelling citeert: dit is slechts een discussiestuk. Wel is komen vast te staan -DCN weerspreekt deze bewering namelijk niet- dat eisers diensten voor DCN hebben verricht. In de periode dat DCN nog geen vaste inrichting in het Midden-Oosten had, hebben eisers bankdiensten voor DCN verricht. Dat uit deze samenwerking ook verbintenissen voor DCN zijn ontstaan, hebben eisers aannemelijk gemaakt. Immers, na gevoerde onderhandelingen heeft DCN aanleiding gezien om het bedrag van € 337.882,81 aan [persoon 1] betaalbaar te stellen. Dit bedrag is ook aan [persoon 1] betaald. Uit productie 1 van DCN volgt dat [persoon 1] met de door DCN voorgestelde afwikkeling akkoord is, met dien verstande dat hij een uitzondering maakt voor de toekenning van aandelen in het kapitaal van DCN Abu Dhabi Branch. De rechtbank veronderstelt dat DCN Abu Dhabi de bedoelde vaste inrichting is en tevens het samenwerkingsverband van partijen (en anderen). aanspraak op aandelen in DCN Abu Dhabi? 4.
- Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat DCN (of haar aandeelhouders) de verbintenis op zich heeft genomen om aan eisers aandelen in haar kapitaal uit te geven. Een lokale rechtspersoon waarin aandelen zouden kunnen worden genomen, is niet opgericht terwijl tussen partijen in elk geval is besproken om dat te doen. De verklaring van 24 april 2025 van [persoon 7] veronderstelt een deelname van 30% van onder andere eisers (tezamen met anderen) en een 70% deelname van DCN. Omdat geen lokale rechtspersoon is opgericht kan niet worden aangenomen dat eisers recht hebben op een deelname in zo’n rechtspersoon: dat is non-sensical. Bij gebreke van de oprichting van zo’n rechtspersoon kan uiteraard niet worden aangenomen dat eisers dan maar recht hebben op aandelen van DCN. Hieraan voegt de rechtbank toe dat aandelen in DCN Abu Dhabi niet kunnen worden uitgegeven, omdat DCN ‘slechts’ een vaste inrichting is zonder rechtspersoonlijkheid en zonder een in aandelen verdeeld kapitaal. 4.
- De rechtsbetrekkingen tussen DCN en eisers lijken overigens afgewikkeld te zijn met de voldoening van het bedrag van € 337.882,81 aan [persoon 1] . De rechtbank wijst in dit verband op de feitenvaststelling sub 2.
- Gelet op de door eisers ingestelde vordering trekt de rechtbank de conclusie dat enkele jaren na 25 maart 2019 eisers tot een gewijzigd inzicht zijn gekomen en dat DCN desondanks nog niet van haar verbintenissen jegens eisers is bevrijd. Hieronder zal de rechtbank de vordering beoordelen. tekortschieten op de gronden: i a-e en ii a-e 4.
- Essentieel voor de beoordeling is, is om vast te kunnen stellen dat deze verbintenissen van DCN tot stand zijn gekomen in de nakoming waarvan zij vervolgens jegens eisers is tekortgeschoten. Op eisers rust de stelplicht op grond van welke (rechts-)feiten deze conclusie kan worden getrokken. Nu DCN de stellingen met de nodige ter zake doende onderbouwing weerspreekt, dienen eisers hun stellingen verder te onderbouwen, bij gebreke waarvan de rechtbank hun stellingen zal passeren. 4.
- De rechtbank is van oordeel dat eisers er niet in zijn geslaagd om de relevante feiten te stellen en te onderbouwen, zodat de rechtbank de onderstaande verbintenissen van DCN niet kan vaststellen. Hiertoe dient het volgende. Hiervoor heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat eisers geen recht op aandelen in het kapitaal van DCN hebben. DCN zou zich hebben teruggetrokken uit de samenwerking en de stelling is dat DCN zich jegens eisers niet mocht terugtrekken uit projecten, waaronder uit het Iran-project. Uit de stukken volgt dat DCN actief is geweest in Iran en zaken heeft gedaan met een Iraanse entiteit dan wel voornemens is geweest om in Iran actief te worden, maar hieruit volgt nog niet dat op deze grond eisers aanspraken kregen op DCN. De rechtbank passeert deze stelling dan ook. Verder stellen eisers dat DCN zich activa van eisers zonder toestemming hebben toegeëigend. De rechtbank is niet geïnformeerd over welke activa het hier gaat en welke activa DCN niet heeft verantwoord, terwijl DCN hiertoe wel jegens eisers verplicht was. Eisers voeren verder aan dat DCN niet met eisers heeft afgerekend, terwijl DCN hiertoe wel was gehouden. Hier lijken eisers in een cirkel te redeneren. Waar het om gaat is dat eisers feiten en omstandigheden hadden behoren aan te voeren die voor DCN meebrengen dat grond bestaat voor een voor DCN verplichte afrekening met eisers. Deze feiten en omstandigheden hebben eisers niet aangevoerd laat staan het recht van eisers op de betaling van enig geldbedrag -anders dan het reeds aan [persoon 1] gefourneerde bedrag- ten laste van DCN. Producties 46-49 van eisers geven inzicht in de cijfers van de vaste inrichting maar niet in de aangevoerde verbintenis van DCN om (nog extra) te moeten afrekenen met eisers. Nu uit het voorgaande geen verplichtingen en/of verbintenissen volgen, ziet de rechtbank geen aanleiding om DCN te belasten met een door de rechtbank opgedragen accountantsonderzoek. 4.
- Al deze onderdelen van de vordering zullen worden afgewezen. onderdeel iii van de vordering 4.
- Nu de onderdelen ad i en ad ii van de vordering niet toewijsbaar zijn, kunnen deze onderdelen ook niet op grond van onrechtmatige daad worden toegewezen: als al geen tekortkoming kan worden vastgesteld dan ook geen onrechtmatige daad, in elk geval niet zonder nadere toelichting. Deze toelichting hebben eisers niet gegeven. 4.
- Welke medewerking DCN heeft verleend aan de onttrekking van vermogensbestanddelen van eisers en hoe de administratie van DiveCo is samengevoegd met die van DCN is de rechtbank niet duidelijk geworden. Zo is onduidelijk gebleven welke activa aan eisers zijn onttrokken of welke vermogensbestanddelen DCN zich zonder toestemming van de rechthebbende heeft toegeëigend. Ook is onduidelijk gebleven aan wie DCN haar medewerking heeft verleend. Welke medewerking DCN heeft verleend aan de hierop volgende liquidatie van DiveCo is ook onduidelijk gebleven. Eisers zijn niet in staat gebleken hierover concrete en eenduidige stellingen te betrekken die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat DCN jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld onderdeel iv veroordeling tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat 4.
- Uit al hetgeen hiervoor is overwogen en geoordeeld, dient te worden afgeleid dat de rechtbank niet is gebleken van schadeplichtigheid van DCN jegens eisers: niet op grond van wanprestatie en evenmin op grond van onrechtmatige daad. 4.
- Ook dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen. 4.
- De vordering zal in zijn geheel worden afgewezen. proceskostenveroordeling 4.
- Eisers zijn in het ongelijk gesteld en zij moeten daarom de proceskosten (inclusief na-kosten) betalen. De proceskosten van DCN worden begroot op: - griffierecht € 676,00 - salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten × € 614,00) - na-kosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) totaal € 2.084,00 4.
- Alle overige stellingen van partijen hoeven geen bespreking meer. Aan een beslissing over bewijslevering komt de rechtbank niet toe. 5De beslissing De rechtbank 5.
- wijst de vordering van [persoon 1] en DiveCo af; 5.
- veroordeelt [persoon 1] en DiveCo in de proceskosten van € 2.084,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [persoon 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
- verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.T.M. Luijks en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 21 mei
- Kennelijk legt mr. Blaauw twee verschillende producties 38 in het geding. Overigens heeft de rechtbank de producties 38 – 59 nimmer in hard copy bereikt terwijl niet digitaal wordt geprocedeerd. Mr. Blaauw heeft met uitzondering van de dagvaarding slechts digitale bestanden verspreid. Hij heeft in strijd met het toepasselijke procesreglement verzuimd hard-copy’s na te zenden. Mr. Martens heeft de digitale bestanden ontvangen en zelf uitgeprint, zo deelde mr. Martens ter zitting van 6 mei 2025 mee. In de akte zijn twee onderdelen van de vordering uitgeschreven ‘onder handhaving van de verdere vorderingen’; tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter aan mr. Blaauw gevraagd de vordering na wijziging volledig en nauwkeurig te formuleren hetgeen mr. Blaauw heeft nagelaten. Het is dus voor de rechtbank gissen, althans het is de rechtbank niet helemaal duidelijk, hoe de vordering nu precies (en volledig) luidt. Met de formulering onder sub 3.
- is de rechtbank van oordeel dat deze formulering kan overeenstemmen -gelet op de overige inhoud van de processtukken van eisers- met bedoeling en strekking van DiveCo en [persoon 1] . Na de dagvaarding heeft mr. Blaauw talrijke digitale producties verspreid zonder dat aanstonds duidelijk is geworden waarom en tot onderbouwing van welke stellingen deze producties zijn verspreid. De rechtbank zal zich evenwel inspannen om de stellingen in verband met de door eisers gedeelde producties te doorgronden. Alleen [persoon 9] lijkt namens DiveCo contracten te tekenen en [persoon 9] wordt omschreven als ‘general manager’. Dat is het recht van VAE. DCN beroept zich in dit verband zelfs op in Nederland geldende regels van Boek 2 BW. De term ‘vaste inrichting’ kent een fiscale oorsprong. Welke civielrechtelijke betekenis de rechtbank hieraan zou kunnen of volgens partijen zouden moeten toekennen, hebben partijen niet toegelicht. Vergelijk bestuursbesluit van 18 oktober 2017 van DCN; de rechtbank veronderstelt dat deze vaste inrichting ook wel als DCN Middle East (‘DCN ME’) wordt aangeduid, althans deze naam gebruiken eisers veelvuldig. Productie 46 van eisers. Ook [persoon 7] moest zich uit het project terugtrekken. Producties 39 – 43 van eisers. Een afrekening die voorbijgaat aan de afrekening die al heeft plaatsgevonden en door [persoon 1] aanvaard. De stelling dat die afrekening onjuist is, kan niet meebrengen dat eisers hieraan niet langer zijn gebonden maar waarvan eisers zonder nadere toelichting onterecht wel van uitgaan. Eisers hebben nog talrijke jaarrekeningen van DCN verspreid (onder andere producties 53-57) zonder hierover eenduidige en ter zake doende stellingen in te nemen. Deze stukken laat de rechtbank dan ook onbesproken.