RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/439836 / FA RK 25-4733 Datum uitspraak: 19 september 2025 Beschikking voortzetting inbewaringstelling op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats], [land], hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats], thans verblijvende in de [accommodatie], [afdeling 1] te [plaats], advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg. 1Het verloop van de procedure 1.
- De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 september
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 september
- Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door mr. J.J. van ‘t Hoff; mevr. [naam 1], gedragsdeskundige en behandelaar; 1.
- Tevens bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar niet gehoord: - [naam 2], persoonlijke begeleider op de groep; Daarnaast was aanwezig een stagiaire van mr. Van ’t Hoff om de mondelinge behandeling als toehoorder bij te wonen. 2Wat vaststaat 2.
- Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie], [afdeling 1]. De burgemeester van Tilburg heeft de inbewaringstelling op 15 september 2025 afgegeven. 3Het verzoek 3.
- Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen. 4De standpunten 4.
- Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij terug wil naar zijn eigen kamer. Betrokkene woont sinds kort op [afdeling 1] van [accommodatie]. Daarvoor verbleef hij op [afdeling 2] binnen [accommodatie]. Betrokkene geeft aan dat hij aanvankelijk vrijwillig op [afdeling 1] verbleef, maar dat hij daadwerkelijk zal vertrekken zodra hem dat wordt toegestaan. De medicatie werkt goed, maar betrokkene wil alleen op de afdeling blijven als hij ’s nachts ook mag douchen. 4.
- De behandelaar verklaart, samengevat, als volgt. Betrokkene maakt een verstandelijk beperkte indruk. Daarnaast is er sprake van een schizoaffectieve stoornis, gekenmerkt door manische ontregeling en ernstige slaapstoornissen. Dit leidt ertoe dat betrokkene ’s nachts onrustig is en de afdeling wil verlaten, waardoor toepassing van verplichte zorg noodzakelijk wordt. Bij een manische ontregeling staat de schizoaffectieve stoornis op de voorgrond. In het belang van de betrokkene is er gekozen om een verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling aan te vragen. Naar de mening van de behandelaar is het op dit moment nog niet mogelijk om de noodzakelijk geachte behandeling en de opname en het verblijf van betrokkene in de accommodatie op vrijwillige basis voort te zetten. 4.
- De advocaat voert, samengevat, aan dat het verzoek afgewezen dient te worden. Volgens betrokkene is er geen sprake meer van ontregeling en kan hij terug naar zijn eigen kamer. 5De beoordeling 5.
- De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.
- Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: ernstige materiële schade; ernstig lichamelijk letsel; - bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. 5.
- Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een verstandelijke handicap in combinatie met een psychische stoornis. De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene een verstandelijke beperking heeft daarom al sinds lange tijd bij [accommodatie] verblijft én dat hij lijdt aan een schizoaffectieve stoornis, waarbij er op dit moment sprake is van een manische ontregeling. Gebleken is dat betrokkene, bijvoorbeeld wanneer hij niet kan/mag douchen, agressief wordt en dat hij gooit hij met het meubilair. Bovendien heeft betrokkene last van ernstige slaapproblemen, waardoor hij veel overlast op de afdeling veroorzaakt en hij de gezondheid van anderen in gevaar brengt. 5.
- Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. 5.
- Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. De rechtbank betrekt hierbij dat betrokkene, hoewel hij op dit moment de geboden zorg accepteert, in onrustige momenten aangeeft dat hij wil terugkeren naar zijn eigen kamer. 5.
- Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 6De beslissing De rechtbank: 6.
- verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats]; 6.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 oktober 2025 Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 1 oktober
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.