RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11446957 \ CV EXPL 24-4206 Vonnis van 1 oktober 2025 in de zaak van [naam] , H.O.D.N. [bedrijf 1], te [plaats 1] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij 1] , gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen [B.V.] , H.O.D.N. [bedrijf 2], te [plaats 2] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij 2] , procederend in persoon. 1Hoe is de procedure verlopen? 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 15 januari 2025 en de daarin genoemde stukken, - de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Waar gaat de zaak over? 2.
- [partij 1] was tot halverwege 2023 in dienst bij [partij 2] . Nadat zijn dienstverband was geëindigd, heeft hij op basis van een overeenkomst van opdracht kluswerkzaamheden voor [partij 2] uitgevoerd. Voor de werkzaamheden die hij in juni en juli 2023 verrichtte, heeft [partij 1] acht facturen naar [partij 2] gestuurd. In deze procedure vordert [partij 1] betaling van deze facturen ter hoogte van in totaal € 7.770,
- Ook vordert hij betaling van rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [partij 1] wil dat deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. [partij 2] vindt dat hij de facturen niet hoeft te betalen, omdat hij een tegenvordering van € 6.500,00 heeft die hij wil verrekenen. [partij 2] heeft daarom ook een tegenvordering ingesteld tot betaling van € 6.500,
- De kantonrechter oordeelt dat het beroep van [partij 2] op verrekening niet slaagt. [partij 2] dient de facturen van [partij 1] te voldoen en de vordering van [partij 1] wordt dan ook toegewezen. De tegenvordering van [partij 2] wordt afgewezen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht. 3Wat oordeelt de kantonrechter? 3.
- Vanwege de nauwe samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering en reconventie zullen deze samen worden beoordeeld. Verrekening 3.
- Omdat [partij 2] op zichzelf niet betwist dat hij de facturen moet betalen, betekent dit in beginsel dat de kantonrechter hem daartoe veroordeelt, tenzij het beroep op verrekening slaagt. [partij 2] stelt dat [partij 1] onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij daardoor schade heeft geleden. Op grond van de wet is het aan [partij 2] om zijn stellingen te onderbouwen en zo nodig te bewijzen. [partij 2] is daarin niet geslaagd. Foto’s op sociale media 3.
- Het staat vast dat [partij 1] foto’s heeft gemaakt tijdens een klus voor [partij 2] en dat deze foto’s, voorzien van de naam van een ander bedrijf, vervolgens op sociale media zijn geplaatst. Of [partij 1] deze foto’s heeft geplaatst en of het doel was om klanten van [partij 2] ‘af te pakken’, kan in het midden blijven. [partij 2] heeft namelijk niet gesteld of onderbouwd dat en zo ja, hoeveel, schade hij hierdoor zou hebben geleden. Nergens blijkt uit dat door die foto’s klanten niet voor [partij 2] , maar voor Focus Afbouw en Renovatie (of voor [partij 1] ) hebben gekozen. Bovendien heeft Focus Afbouw en Renovatie de foto’s kort nadat zij hierop is aangesproken door [partij 2] , verwijderd. Overige verwijten 3.
- Volgens [partij 2] heeft [partij 1] bovendien materiaal van hem verduisterd, zijn bus gebruikt en klanten van hem afgepakt. Dat [partij 1] op deze punten onrechtmatig heeft gehandeld, is echter niet vast komen te staan. Voor het gebruik van de bus geldt dat [partij 2] tijdens de zitting heeft verklaard dat hij het goed vond dat [partij 1] zijn bus gebruikte, maar dat hij achteraf, toen hij zich belazerd voelde, dat niet goed meer vond. Dit betekent dat [partij 1] met toestemming van [partij 2] de bus gebruikte en [partij 1] dus niet onrechtmatig heeft gehandeld. Datzelfde geldt voor de adviezen die [partij 2] aan [partij 1] gaf over te hanteren prijzen; de omstandigheid dat [partij 1] opdrachten bij klanten zou hebben gekregen die eerder klant waren bij [partij 2] , is op zichzelf niet onrechtmatig. Tot slot geldt voor het materiaal dat [partij 1] betwist dat hij materialen van [partij 2] heeft verduisterd. [partij 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij alle spullen heeft teruggegeven. Bij die stand van zaken had [partij 2] concreter moeten onderbouwen welk materiaal hij aan [partij 1] had uitgeleend en welk materiaal [partij 1] vervolgens niet heeft teruggegeven, terwijl hij wel om teruggave van die specifieke materialen heeft verzocht. Nevenvorderingen 3.
- [partij 1] vordert daarnaast dat [partij 2] wordt veroordeeld tot het betalen van rente en buitengerechtelijke incassokosten. Hij baseert deze vordering in de eerste plaats op de algemene voorwaarden. [partij 1] heeft deze algemene voorwaarden echter niet overgelegd. Dit betekent dat [partij 1] op dit punt onvoldoende heeft gesteld. De kantonrechter zal deze vordering daarom beoordelen op basis van de wet in plaats van de algemene voorwaarden. 3.
- [partij 2] is in verzuim, wat betekent dat hij zijn betalingsverplichting niet op tijd is nagekomen. Omdat het hier om een handelsovereenkomst gaat, moet [partij 2] de wettelijke handelsrente betalen vanaf de respectieve vervaldata totdat de volledige vordering is voldaan. 3.
- De buitengerechtelijke incassokosten zijn ook toewijsbaar, waarbij rekening wordt gehouden met het volgende. [partij 2] is door [partij 1] in gebreke gesteld en verzocht de facturen alsnog te betalen, zoals de wet dat voorschrijft. Het gevorderde bedrag aan incassokosten moet vervolgens worden getoetst aan het Besluit buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit). Het bedrag dat [partij 1] vordert is hoger dan waar dit besluit recht op geeft. Daarom worden de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot het bedrag dat volgens het besluit is toegestaan, namelijk € 763,
- Kortom 3.
- [partij 2] zal (€ 7.770,00 + € 763,50 =) € 8.533,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 7.770,00 vanaf de respectieve vervaldata tot de dag van volledige betaling aan [partij 1] moeten betalen, waartoe hij dan ook wordt veroordeeld. De vordering in conventie wordt in zoverre toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen. De proceskosten in conventie 3.
- [partij 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij 1] worden vastgesteld op: - kosten van de dagvaarding € 115,22 - salaris gemachtigde € 271,00 - griffierecht € 248,00 - verletkosten € 50,00 Totaal € 684,22 De proceskosten in reconventie 3.
- [partij 2] heeft in reconventie ongelijk gekregen. Hij zal daarom in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De proceskosten van [partij 1] worden vastgesteld op nul. 4Wat is de beslissing? De kantonrechter in conventie 4.
- veroordeelt [partij 2] om aan [partij 1] te betalen een bedrag van € 8.533,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 7.770,00 vanaf de respectieve vervaldata tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [partij 2] in de proceskosten van € 684,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
- wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 4.
- wijst de vorderingen van [partij 2] af, 4.
- veroordeelt [partij 2] in de proceskosten, aan de zijde van [partij 1] vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober
- Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in het vonnis uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan. Artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek.