← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:6699

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Tilburg zaak/rolnr.: 11575662 OV VERZ 25-1206 beschikking d.d. 25 april 2025 inzake een verzoek van 1 [verzoeker 1] ,

  1. [verzoeker 2] , beiden wonende te [plaats 1] aan het [adres 1] , verzoekende partij, verder te noemen: [verzoekers] , procederend in persoon, tegen 1 [verweerder 1] ,
  2. [verweerder 2] , beiden wonende te [plaats 2] ( [land] ), aan het [adres 2] , verwerende partij, verder te noemen: [verweerders] , nog niet verschenen. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: de beschikking van 16 april 2025 met het daarin genoemde stuk; het aanvullende verzoekschrift van 18 april
  3. 2Het verdere beoordeling 2.1 In voornoemde beschikking is [verzoekers] in de gelegenheid gesteld zijn verzoek aan te vullen. Bij aanvullend verzoekschrift van 18 april 2025 is hij daartoe overgegaan. Hij heeft kenbaar gemaakt dat hij de procedure wenst in te stellen tegen [verweerders] en heeft zijn gronden nader toegelicht. 2.2 De kantonrechter overweegt voorts dat uit artikel 3:302 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat verklaringen voor recht een vordering zijn. Dit betekent dat [verzoekers] de procedure niet aanhangig kan maken met een verzoekschrift. Hij had een dagvaarding uit moeten brengen. De kantonrechter zal hem, gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de gelegenheid stellen om het inleidend processtuk te verbeteren in die zin dat hij op zijn kosten [verweerders] bij deurwaardersexploot dagvaardt tegen de hierna genoemde roldatum. 2.3 De kantonrechter wijst [verzoekers] erop dat hij bij het verbeteren van het processtuk rekening dient te houden met de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot betekeningsvoorschriften en de inhoud van de dagvaarding. 2.4 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter: 3.1 stelt [verzoekers] in de gelegenheid om op zijn kosten over te gaan tot verbetering van het inleidende processtuk; 3.2 verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van woensdag 28 mei 2025 te 10.00 uur; 3.3 stelt [verzoekers] in de gelegenheid om [verweerders] met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en vervolgens het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden; 3.4 beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure; 3.5 stelt [verzoekers] in de gelegenheid haar stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels; 3.6 houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.