RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11560644 \ VV EXPL 25-15 Herstelvonnis in kort geding van 30 april 2025 in de zaak van de besloten vennootschap [eiser] B.V., gevestigd te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. J.J.L. Paijmans, advocaat te Tilburg, tegen de besloten vennootschap BRITAIN B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Tilburg, gedaagde partij, hierna te noemen: Britain, gemachtigde: mr. J.G.A. Linssen, advocaat te Tilburg. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in deze zaak van 3 april 2025 met de daarin genoemde stukken; de brief van [eiser] van 7 april 2025; de brief van Britain van 22 april 2025; e brief van [eiser] van 22 april
- 2Het geschil en de beoordeling 2.
- De gemachtigde van [eiser] heeft bij brief van 7 april 2025 verzocht om herstel van voormeld vonnis. Hij heeft daartoe aangevoerd dat in de dagvaarding is gevorderd de looptijd van de dwangsommen te schorsen voor de duur van een aantal werkdagen en niet (reguliere) dagen, zodat de kantonrechter de zondagen buiten beschouwing had moeten laten. Dit lijkt ook te volgen uit het lichaam van het vonnis, nu met betrekking tot de herstelperiode ook wordt uitgegaan van werkdagen, waarbij de zondagen buiten beschouwing worden gelaten. Logische uitleg van het dictum zou er dan ook toe moeten leiden dat ook bij de opschorting van de dwangsommen van werkdagen wordt uitgegaan, waarbij de zondagen buiten beschouwing worden gelaten. Dit zou betekenen dat de opschortingstermijn uitkomt op 16 maart 2025 en niet 11 maart 2025, zoals thans is opgenomen in het dictum van de vordering. Dit is een kennelijke fout, die zich voor herstel leent, aldus [eiser]. 2.
- Britain is in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek uit te laten. Bij brief van 22 april 2025 voert zij – kort gezegd – aan dat de gestelde fout niet als een kennelijke reken- of schrijffout kan worden gekwalificeerd als bedoeld in artikel 31 Rv. 2.
- Bij brief van 22 april 2025 vraagt [eiser] de reactie van Britain op het herstelverzoek buiten beschouwing te laten, omdat deze te laat bij de rechtbank is ingediend. 2.
- Met betrekking tot het bezwaar van [eiser] tegen de reactie op het herstelverzoek van Britain overweegt de kantonrechter dat de griffier per abuis de uiterste reactiedatum op 21 april 2025 (tweede paasdag) heeft bepaald, zodat het onredelijk zou zijn dit voor rekening van Britain te laten komen. De reactie van Britain wordt dan ook meegenomen in deze beoordeling. Ook omdat de kantonrechter, ook zonder die reactie, tot hetzelfde oordeel met betrekking tot het herstelverzoek zou zijn gekomen. 2.
- Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een uitspraak worden verbeterd als sprake is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens de memorie van toelichting bij dit artikel is het criterium voor een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijk fout dat voor partijen en derden direct (op het eerste gezicht) duidelijk is dat van een vergissing sprake is. 2.
- Van het voorgaande is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake, nu de gestelde fout hooguit kan worden vastgesteld na verdere uitleg van het vonnis en niet meteen kenbaar is voor derden. Het herstelverzoek wordt dan ook afgewezen. 3De beslissing De kantonrechter wijst het herstelverzoek van [eiser] af. Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025.