← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:6714

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11067750 EL EXPL 24-1 Vonnis van 18 juni 2025 in de zaak van de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V., gevestigd te Amsterdam , eisende partij, gemachtigde: USG Legal Professionals, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats 1] , gedaagde partij, gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces). Partijen worden hierna Dexia en [gedaagde] genoemd. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. het tussenvonnis van 16 april 2025 met de daarin vermelde processtukken; b. de akte van Dexia van 30 april 2025; c. de akte van [gedaagde] van 30 april 2025. 2De verdere beoordeling 2.1 In voornoemd tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in dat tussenvonnis uitgesproken voornemen om de daarin genoemde deskundige tot deskundige te benoemen, alsmede over de daarin geformuleerde vraag en de omvang van het te storten voorschot. 2.3 Dexia voert aan geen bezwaar te hebben tegen de genoemde deskundige. Zij acht het relevant dat wordt onderzocht of de handtekening in kwestie van de zoon van [gedaagde] is, aangezien [gedaagde] zich op dat standpunt stelt. Ook vraagt zij toe te voegen aan de vragen of er nog andere opmerkingen van belang zijn voor het onderzoek, omdat dat gebruikelijk is bij dit soort onderzoeken. Tot slot voert zij aan zich te kunnen vinden in de omvang van het voorschot. 2.4 [gedaagde] voert aan dat het naar zijn mening overbodig is om een deskundige te benoemen, gelet op de stellingen in de conclusie van repliek. Voor zover een deskundige wordt benoemd is hij akkoord met de vraagstelling, de voorgestelde deskundige en het begrootte voorschot. 2.5 De kantonrechter verwijst met betrekking tot de noodzaak van het deskundigenonderzoek naar hetgeen is overwogen in de tussenvonnissen in deze zaak. Dexia doet een beroep op de handtekening van, zo stelt zij, de echtgenote van [gedaagde] , en [gedaagde] betwist dat het de handtekening van zijn echtgenote is. Dan is het aan Dexia om dat te bewijzen. Dexia heeft kenbaar gemaakt dit via een deskundigenonderzoek te willen doen. Het deskundigenonderzoek zal dan ook doorgang vinden. 2.6 Nu er geen bezwaar is tegen de voorgestelde deskundige, zal de kantonrechter haar tot deskundige benoemen en haar gelasten onderzoek te doen. 2.7 Met betrekking tot de vragen overweegt de kantonrechter dat het voor de bewijsopdracht, zoals geformuleerd in de tussenvonnissen en voor het slagen van de stelling van Dexia enkel van belang is of de handtekening van de echtgenote van [gedaagde] is. Als dit niet het geval is, dan is voor de uitkomst van de onderhavige zaak niet van belang van wie die handtekening dan wel is. De kantonrechter ziet, gelet op het voorgaande en de extra kosten die daarmee gemoeid zijn, geen aanleiding te laten onderzoeken of de handtekening in kwestie van de zoon van [gedaagde] is. Wel zal hij de vraag opnemen of er nog andere zaken van belang zijn voor het onderzoek. 2.8 De kantonrechter overweegt tot slot dat de kosten van dit onderzoek uiteindelijk zullen komen ten laste van die partij die (behoudens eventuele compensatie van kosten) naar de bij eindvonnis uit te spreken beslissing deze kosten behoort te dragen; 2.9 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De kantonrechter 4.1 beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de vragen: - is de handtekening op de overeenkomst [nummer] onder “Handtekening echtgeno(o)t(e)” van [naam] , de echtgenote van [gedaagde] ? - zijn er nog andere opmerkingen van belang voor de uitkomst van het onderzoek? 4.2 benoemt tot deskundige: [deskundige] , eigenaresse van het [bedrijf] te [plaats 2] , het voorschot 4.3 stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 4.295,50 inclusief btw (tegen een uurloon van € 150,00 exclusief btw), 4.4 bepaalt dat Dexia het voorschot dient te voldoen en wel binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak, 4.5 draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot, het onderzoek 4.6 bepaalt dat Dexia het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen, 4.7 bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, 4.8 wijst de deskundige er op dat: - de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie), - de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen, - de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, 4.9 bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek, het schriftelijk rapport 4.10 draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud in te leveren ter griffie van de rechtbank in te leveren, van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Centraal deskundigenbureau, locatie Breda, postbus 8727, 4820 BA Breda, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie, 4.11 wijst de deskundige er op dat: - uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, - de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden, 4.12 bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren, overige bepalingen 4.13 bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 5 november 2025, 4.14 draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen: - indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken, of - na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht door partijen op een termijn van vier weken, 4.15 verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad, 4.16 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.