← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:6716

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Middelburg zaak/rolnr.: 11275361 EL EXPL 24-12 vonnis d.d. 18 juni 2025 inzake 1 [naam 1],

  1. [naam 2], beiden wonende [plaats] (België), eisers in conventie en in het incident, verweerders in reconventie en het incident, gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces, tegen de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde in conventie, verweerster in het incident, eiseres in reconventie en in het incident, gemachtigde: USG Legal Professionals B.V. Partijen worden hierna aangeduid als “[naam 1 en 2]” en “Dexia”. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: het tussenvonnis in deze zaak van 9 april 2025 met de daarin genoemde stukken; de akte van de zijde van [naam 1 en 2] van 23 april 2025; de akte van de zijde van Dexia van 21 mei
  2. 2De verdere beoordeling 2.1 In voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de zaak. Vervolgens heeft de kantonrechter partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de relatief bevoegde Nederlandse rechter. 2.2 [naam 1 en 2] stelt dat sprake is van een onrechtmatige daad. Het schade brengende feit heeft zich voorgedaan in het rechtsgebied van de kantonrechter Middelburg, volgens [naam 1 en 2], zodat de kantonrechter te Middelburg bevoegd is te zaak te behandelen. Voor zover de kantonrechter niet meegaat met het voorgaande, sluit hij zich aan bij de afspraak die is gemaakt met het landelijk projectteam. 2.3 Dexia stelt dat de afspraak met het landelijk projectteam is komen te vervallen, omdat het projectteam is opgeheven. Zij vraagt de zaak te verwijzen naar de kantonrechter te Amsterdam. 2.4 De kantonrechter overweegt dat volgens vaste jurisprudentie in effectenleasezaken de door afnemer geleden schade voortvloeit uit het schenden van de contractuele zorgplicht door Dexia, zodat er in zoverre geen sprake is van een onrechtmatige daad. De bevoegdheid van de kantonrechter te Middelburg kan dus niet worden gebaseerd op artikel 102 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 2.5 Voorts overweegt de kantonrechter dat, nu Dexia niet akkoord gaat met het alsnog laten behandelen van de zaak door de kantonrechter te Middelburg. De kantonrechter zich genoodzaakt ziet de zaak door te verwijzen naar de kantonrechter te Amsterdam. 2.6 Beslist wordt dan ook als volgt. 3De beslissing De kantonrechter: verklaart zich onbevoegd om van de vordering van [naam 1 en 2] kennis te nemen; verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Amsterdam, Afdeling privaatrecht, kanton teneinde partijen in de gelegenheid te stellen voort te procederen. Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.