RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11465589 \ CV EXPL 24-6524 Vonnis van 6 augustus 2025 in de zaak van ALPHA CREDIT NEDERLAND B.V. h.o.d.n. ALPHA PLUS, statutair gevestigd te Bunnik, kantoorhoudende te Utrecht, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: ACN , gemachtigde: [gemachtigde 1] , tegen [partij] v.h.o.d.n. [bedrijf 1], wonende te [plaats 1] aan het [adres] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij] , gemachtigde: [gemachtigde 2] . 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 19 februari 2025 - de op 9 april 2025 ter griffie ontvangen conclusie van antwoord in reconventie met één productie;- de mondelinge behandeling van 13 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. Waar gaat deze zaak over? 2De feiten Tussen partijen staat het volgende vast: ACN exploiteert een onderneming in kredietverlening; [partij] exploiteerde een onderneming in sport- en recreatieonderwijs; op 27 november 2018 is [partij] bij [bedrijf 2] te [plaats 2] een huurkoopovereenkomst aangegaan met ACN , bemiddeld door [bedrijf 3] V.O.F. te [plaats 3] , met betrekking tot een Nissan Qasqai 1.
- Tekna met het [kenteken] (verder: de auto). Op de huurkoopovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van ACN van toepassing; op enig moment heeft ACN [partij] in gebreke gesteld wegens een betalingsachterstand, het krediet vervroegd opgeëist en de auto ingenomen. De auto is voor een bedrag van € 13.500,00 verkocht. 3Het geschil in conventie en reconventie 3.
- ACN vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [partij] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 17.889,47, te vermeerderen met de contractuele rente van 0,643% per maand over een bedrag van € 16.524,71 vanaf 21 november 2024 tot de dag van de volledige betaling, met veroordeling van [partij] in de proceskosten en de wettelijke rente daarover. 3.
- Als onderbouwing van de vordering stelt ACN dat tussen partijen een zakelijke huurkoopovereenkomst is gesloten. [partij] is nalatig gebleven in het voldoen van de maandelijkse termijnen, zodat het krediet vervroegd is opgeëist. [partij] heeft ook nadien de kredietsom onbetaald gelaten, zodat hij rente en kosten verschuldigd is geworden. 3.
- In reactie op het verweer van [partij] voert ACN aan dat zij op het verzoek van [partij] op 22 september 2020 al uitleg heeft gegeven hoe de huurkoopovereenkomst tot stand is gekomen. Ook heeft zij de daarmee samenhangende stukken toegestuurd. Hier heeft zij in latere correspondentie nog naar verwezen. [partij] heeft vervolgens over een periode van vijf jaar geen betalingen verricht of een betalingsvoorstel gedaan, zodat het voor zijn rekening en risico komt dat hij rente verschuldigd is geworden. Ook is het terecht dat ACN [partij] uiteindelijk in rechte heeft betrokken. Met betrekking tot de kredietwaardigheids-toets zijn de gegevens, die [partij] had opgegeven, gecontroleerd. Hier vloeiden geen bezwaren uit, zodat ACN het krediet heeft verstrekt aan [partij] . ACN verstrekt alleen zakelijke kredieten, zodat zij enkel een beperkte kredietwaardigheidstoets hoefde uit te voeren. 3.
- [partij] voert verweer. [partij] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van ACN , dan wel tot afwijzing van de vordering van ACN , met veroordeling van ACN in de proces- en nakosten. 3.
- Als verweer voert [partij] bij conclusie van antwoord aan dat om te beoordelen of sprake is van een zakelijk of een consumentenkrediet er moet worden gekeken naar de omstandigheden van het geval. De auto is een personenwagen en geen bedrijfswagen. Deze is ook grotendeels door [partij] in privé gebruikt. Uit de stukken van ACN volgt niet dat tussen partijen is overeengekomen dat de auto (alleen) voor de uitoefening van het beroep of bedrijf van [partij] mocht worden ingezet. [partij] had op het moment dat de huurkoopovereenkomst werd gesloten een eenmanszaak, maar dat alleen is niet bepalend of sprake is van een zakelijk krediet. Hij had zijn eenmanszaak alleen voor (beperkte) neveninkomsten en daarnaast had hij een hoofdinkomen uit loondienst. Het adres, dat genoemd staat in de overeenkomst, is het woonadres van [partij] . Er moet dus vanuit worden gegaan dat een consumentenkrediet is afgesloten, zodat ACN voor het aangaan en vervroegd opeisen van het krediet aan allerlei vereisten had moeten voldoen. Niet is gesteld of gebleken dat zij daaraan heeft voldaan. Bovendien is niet gebleken dat zij aan haar bijzondere zorgplicht op grond van de Wet op het financieel toezicht heeft voldaan. Niet is gebleken dat een kredietwaardigheidstoets is gedaan om overkreditering tegen te gaan. In het buitengerechtelijk traject heeft [partij] diverse malen gevraagd om een onderbouwing van de kredietwaardigheidstoets, maar heeft deze nooit ontvangen. Ook zijn deze stukken niet bij de dagvaarding gevoegd en is deze correspondentie niet in de dagvaarding vermeld. ACN heeft dus niet voldaan aan haar stelplicht en waarheidsplicht. [partij] komt dan ook tot de conclusie dat de dagvaarding nietig is en ACN in schuldeisersverzuim is. In ieder geval dient hij vrijgesteld te worden van de gevorderde kosten en rente. Ook ligt een veroordeling van ACN in de werkelijke proceskosten voor de hand in dit geval. 3.
- Op de mondelinge behandeling heeft [partij] op vragen van de kantonrechter geantwoord dat hij op het moment dat hij de overeenkomst afsloot nog activiteiten had in zijn eenmanszaak. Hij wilde de auto financieren en kon dit vanuit zijn eenmanszaak doen. Ook al was het privé wat rommelig, omdat hij een BKR-registratie had. Hij moest bij de dealer een formulier invullen, waarop hij zijn adres en zijn bedrijfsgegevens invulde. Hij kreeg toen een huurkoopovereenkomst toegestuurd, die hij ondertekend retour moest sturen. Hij blijft bij zijn standpunt dat ACN een zwaardere zorgplicht had om overkreditering tegen te gaan. Ook al zou het een zakelijk krediet zijn. Het gaat immers om een eenmanszaak zonder personeel. 4De beoordeling in conventie Nietigheid dagvaarding? 4.
- [partij] voert aan dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en zijn verweer niet in de dagvaarding is weergegeven. 4.
- De kantonrechter overweegt dat het onvoldoende onderbouwen van de vordering niet tot nietigheid van de dagvaarding kan leiden. In artikel 111 lid 2 onder d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is alleen opgenomen dat de eis en de gronden in de dagvaarding moeten worden opgenomen. De onderbouwing van de vordering wordt daar niet genoemd en is ook verder niet opgenomen in de vierde afdeling van de tweede titel van het eerste boek Rv, zodat dit niet tot nietigheid van de dagvaarding kan leiden (zie artikel 120 lid 1 Rv). Het niet opnemen van het verweer van [partij] kan evenmin leiden tot nietigheid van de dagvaarding (zie artikel 120 lid 4 Rv). Daarbij is [partij] voldoende in de gelegenheid gesteld verweer te voeren, zodat de kantonrechter geen aanleiding ziet daar andere gevolgtrekkingen aan te verbinden. Zakelijk of consumentenkrediet? 4.
- [partij] gaat er vanuit dat hij bij het sluiten van de huurkoopovereenkomst als consument moet worden gezien. Als dat het geval is, heeft ACN niet aan haar zorgplicht voldaan om overkreditering tegen te gaan, aldus [partij] . 4.
- Voor de uitleg van de inhoud van een overeenkomst dient aansluiting te worden gezocht bij het Haviltex-arrest van 13 maart 1981 (NJ 1981, 635). In dat arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat het bij de uitleg van contractsbepalingen niet aankomt op 'een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract', maar op 'de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten', waaraan de Hoge Raad heeft toegevoegd dat daarbij mede van belang kan zijn 'tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht'. 4.
- De kantonrechter overweegt dat uit de stellingen van [partij] volgt dat hij de auto bij aankoop wilde financieren en er bewust voor heeft gekozen dit via zijn eenmanszaak te doen. Dit kon ook niet anders, omdat hij, zoals hij zelf heeft aangegeven, privé een BKR-registratie had en hij de auto privé dus niet zou kunnen financieren. Deze stellingen worden bevestigd in de overeenkomst, omdat hij deze op zijn eenmanszaak heeft afgesloten door zijn bedrijfsgegevens, waaronder zijn KvK-nummer, in te vullen. Daarbij is in artikel 1 onder b. van de algemene voorwaarden opgenomen dat hij de auto alleen voor zijn beroep of bedrijf mocht gebruiken, zodat dit ook wijst op een zakelijk krediet. Tot slot is onweersproken gesteld door ACN dat zij alleen zakelijke kredieten verleent, zodat de kantonrechter concludeert dat partijen de bedoeling hadden een zakelijk krediet af te sluiten. 4.
- De omstandigheden dat het om een personenauto ging en dat hij de auto vooral in privé gebruikt heeft doen aan het voorgaande niet af. Het is niet uitgesloten een personenwagen als zakelijke auto te gebruiken en het gebruik door [partij] doet de overeenkomst niet van kleur verschieten. 4.
- Het voorgaande leidt ertoe dat ACN dus niet aan de strenge vereisten moest voldoen die gelden bij het afsluiten en opeisen van een consumentenkrediet. Zorgplichtschending: 4.
- Vervolgens voert [partij] aan dat ACN zich niet aan haar verplichtingen heeft gehouden met betrekking tot het toetsen van de kredietwaardigheid van [partij] . 4.
- De kantonrechter overweegt dat [partij] er bij dit deel van het verweer vanuit ging dat hij een consument was bij het afsluiten van de huurkoopovereenkomst. Hiervoor is geoordeeld dat dit niet het geval is. [partij] stelt dat desondanks er een grondiger onderzoek had moeten plaatsvinden voordat het krediet werd verleend en de huurkoopovereenkomst werd afgesloten. Hij onderbouwt niet waaruit dit volgt. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt dit niet uit de wet of de geldende jurisprudentie, zodat niet kan worden vastgesteld dat ACN verder had moeten gaan dan de toets die zij heeft uitgevoerd bij het sluiten van de huurkoopovereenkomst. De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij. 4.
- Tot slot doet [partij] een beroep op de reflexwerking van de consumentenwetgeving. Dit verweer is pas op de mondelinge behandeling gevoerd, zodat dit te laat is gevoerd op grond van artikel 128 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering en de kantonrechter op die grond er al aan voorbij zou moeten gaan. Daarbij is voor reflexwerking van de consumentenwetgeving hooguit ruimte als het gaat om onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden. Voor reflexwerking van bepalingen die voortvloeien uit Europees consumentenrecht, waar het in deze zaak over gaat, is geen ruimte. Conclusie: 4.
- Het voorgaande leidt ertoe dat de hoofdsom van een bedrag van € 16.524,71 toewijsbaar is. Nevenvorderingen: 4.
- [partij] voert vervolgens aan dat hij de rente en kosten niet verschuldigd is, gelet op de handelswijze van ACN in het buitengerechtelijke traject. De kantonrechter overweegt dat uit de buitengerechtelijke correspondentie volgt dat [partij] in de discussie tussen partijen steeds terugkwam op het verschil van inzicht tussen partijen over de toepasselijkheid van de consumentenwetgeving. Dit komt voor rekening en risico van [partij] , zodat het ook voor zijn rekening en risico komt dat hij kosten en rente verschuldigd is geworden. 4.
- ACN vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende is onderbouwd dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Het gevorderde bedrag van € 1.137,70 komt overeen met het geldende forfaitaire tarief, zodat ook dit deel van de vordering toewijsbaar is. 4.
- De gevorderde contractuele rente vloeit voort uit de tussen partijen gesloten huurkoopovereenkomst, zodat deze eveneens toewijsbaar is. 4.
- [partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ACN worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 140,84 - griffierecht € 1.461,00 - salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.548,84 4.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. in reconventie 4.
- Gelet op de uitkomst in conventie is er geen ruimte voor een veroordeling in de (werkelijke) proceskosten ten behoeve van [partij] . De vordering wordt afgewezen. 4.
- Omdat een veroordeling in de werkelijke proceskosten feitelijk geen zelfstandige vordering (in reconventie) is, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De kantonrechter in conventie 5.
- veroordeelt [partij] om aan ACN te betalen een bedrag van € 17.889,47, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 0,643% per maand over een bedrag van € 16.524,71, met ingang van 21 november 2024 tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [partij] in de proceskosten van € 2.548,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- veroordeelt [partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in reconventie 5.
- wijst de vorderingen van [partij] af, 5.
- compenseert de kosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.